De vraag hoe leerlingen en studenten te toetsen is uiterst actueel, in alle onderwijssectoren. Denk aan wat een boek als De Toetsrevolutie (2016) losmaakte. Of aan de discussie over het gebruik van AI in het onderwijs, waardoor vaak niet meer duidelijk is of studenten een scriptie zelf hebben geschreven. Gaat het erom dat leerlingen en studenten een diploma halen of gaat het om iets anders, namelijk dat ze iets leren? Het accent is in het onderwijs steeds meer komen te liggen op het leerproces. De reis is belangrijker dan de bestemming, om het populair te zeggen. Een relatief jong concept in het hoger onderwijs is programmatisch toetsen (PT) – het mbo kent met ‘lerend kwalificeren’ iets vergelijkbaars. Onderzoekers Liesbeth Baartman (HU/UM), Judith Gulikers (WUR) en Tamara van Schilt-Mol (HAN) houden zich al langer bezig met toetsing. Samen schreven zij er meerdere overzichtsartikelen over voor Onderwijskennis.nl.
“Programmatisch toetsen en formatief evalueren horen bij elkaar”, legt Baartman uit. “Het formatieve proces is een essentieel onderdeel van PT: studenten verzamelen over een langere periode bewijzen, ook wel datapunten genoemd. Daar krijgen ze feedback op. Vaak van hun docent, maar feedback kan ook komen van een opdracht gever of stagebegeleider. Studenten krijgen zo informatie over hun leerproces: gaat dat de goede kant op? Uiteindelijk volgt dan een (summatieve) beslissing: kan de student door naar het tweede jaar? Slaagt die persoon voor de bachelor?” In het onderwijs zijn leren en beslissen doorgaans twee gescheiden onderdelen, verduidelijkt Gulikers. “Bij PT is dat niet zo, daar zijn beide elementen met elkaar verweven.”
Van waaruit is programmatisch toetsen bedacht?
“Daar zijn twee goede redenen voor”, zegt Baartman. “Er is veel onderzoek gedaan naar summatief toetsen. Daaruit blijkt dat het onbetrouwbaar en niet valide is om op basis van weinig informatie beslissingen te nemen. Studenten hebben dan bijvoorbeeld een onderdeel al dan niet gehaald op basis van één toets. Dat is een momentopname. Veel opleidingen bestaan uit op zichzelf staande modules, die apart worden getoetst. Die losse toetsen geven vaak geen representatief beeld van wat een student kan. Daarnaast is er het lerende aspect: studenten komen er vaak niet aan toe om ontvangen feedback te gebruiken. Ze zijn dan alweer bezig met het volgende vak of de volgende module.”
Zorgt programmatisch toetsen voor beter opgeleide studenten?
“Het geeft je goed zicht op de gehele ontwikkeling van de student”, zegt Gulikers. “Je kunt studenten die moeite hebben met de stof bijvoorbeeld eerder signaleren, omdat je gedurende het leertraject meer informatie krijgt over het leren en zo beter patronen kunt ontwaren. PT kan ook de student zelf meer zicht geven op het eigen leren. De belangrijke beslissing aan het eind zou daarmee minder een verrassing moeten zijn. Besliscommissies kunnen vaak snel zien of een student bekwaam is of niet. Alleen bij de twijfelgevallen moeten ze dieper graven naar wat er aan de hand is.”
Opleidingen die programmatisch toetsen leveren niet per se betere, maar wel een ander soort studenten af, meent Gulikers. “Zoals een docent het uitdrukte: in tegenstelling tot de opleiding zonder PT waar we ook bekwame beroeps beoefenaars afleveren, leveren we hiermee meer zelfbewuste beroepsbeoefenaars.” Ze kunnen vaak beter reflecteren, vult Van Schilt Mol aan. “Ik kreeg laatst een mail van een student aan de lerarenopleiding. Die had een handreiking geschreven hoe docenten in het voortgezet onderwijs aan de slag kunnen met PT. Hij had daar ervaring mee opgedaan in zijn opleiding, en was daar zó enthousiast over dat hij anderen wilde stimuleren het ook te gebruiken. Dat vond ik heel mooi!”
Zit programmatisch toetsen in de lift?
Van Schilt-Mol: “Ik heb begrepen dat van de nieuwe opleidingen meer dan de helft werkt met PT.” Dat geldt dan vooral in het hbo. In het wo wordt PT nog maar mondjesmaat toegepast. Gulikers: “En dan met name bij beroepsgerichte opleidingen zoals medische wetenschappen of diergeneeskunde.” Hoe dat komt? Ze denkt omdat veel academische opleidingen vooral kennisgeoriënteerd zijn. En omdat aan de universiteit vaak wordt gewerkt met losse modules in plaats van leerlijnen.
Dat wil niet zeggen dat theoretische opleidingen niet zouden kunnen werken met PT, denkt Gulikers. “Maar het is meer dan een portfolio met allemaal losse opdrachten, een nietje erdoor en klaar. Het betekent dat je moet denken op het niveau van het hele programma of curriculum.”
Van Schilt-Mol: “Bekijk het eens van deze kant: nu worden soms beslissingen genomen op basis van een scriptie: één product, dat misschien door twee mensen wordt beoordeeld. Met PT heb je veel meer bewijzen, met feedback uit verschillende perspectieven, over een langere periode. Dat levert een veel rijker beeld op van de kwaliteiten van een student.”
Jullie vinden de werkdruk een aandachtspunt …
Baartman: “Dat kan inderdaad een risico zijn. Het vraagt dat opleidingen een bewuste keuze maken hoeveel en welke bewijzen ze nodig vinden. Te veel bewijzen is niet wenselijk: dan hebben studenten geen tijd om te leren van de feedback.” Opleidingen moeten ook niet kiezen voor PT omdat het tijd bespaart. Het moet vooral passen bij de onderwijsvisie en bij het docententeam. Gulikers: “Het is best een grote verandering. Een goed ondersteunend IT systeem is wel een randvoorwaarde.”
Wat adviseren jullie opleidingen die met PT willen beginnen?
“Ik zou ze eerst vragen: wil je het écht? Want er is wel wat voor nodig, zeker in het begin”, zegt Van Schilt-Mol. “En als opleidingen er dan bewust voor kiezen zou ik ze willen meegeven: maak ontwerpkeuzes die passen bij jóuw onderwijs concept.” Gulikers: “Er is inmiddels al veel ervaring opgedaan met PT. Leer van andere opleidingen, laat je inspireren! Je hoeft niet zelf het wiel uit te vinden.”
Wil je meer weten over programmatisch toetsen? Kijk dan op de themapagina Programmatisch toetsen en lerend kwalificeren op Onderwijskennis.nl voor verdiepende bronnen, praktische handvatten en praktijkvoorbeelden. Daar vind je ook het kennisoverzicht van Liesbeth Baartman, Judith Gulikers en Tamara van Schilt-Mol.
Praktijkvoorbeelden
Sinds een jaar of zes draait het zogenoemde Leernetwerk programmatisch toetsen. Bij het netwerk zijn verschillende hogeschool opleidingen aangesloten, die werken met PT. Van ongeveer twintig opleidingen zijn portretten gemaakt: korte beschrijvingen van zes pagina’s hoe deze opleidingen PT toepassen. Je vindt de portretten op de website van het Platform Leren van toetsen.
www.lerenvantoetsen.nl
Vanuit het platform is ook een online leeromgeving opgezet. Daar vind je naast de praktijkvoorbeelden ook praktische handvatten om met PT aan de slag te gaan:
www.programmatischtoetsen.nl