Overzichtsartikel

Taalontwikkeling bij mbo-studenten ondersteunen

Mbo-studenten moeten voldoende taalvaardig zijn om te functioneren tijdens hun opleiding en daarna. Hoe kun je jouw mbo-studenten het beste ondersteunen bij het ontwikkelen van hun taalvaardigheid? En wat is hierover bekend uit onderzoek?

Bijdrage van Inge van Meelis (ITTA ) , Marinde Rijneveld (ITTA ) , Demian Haldar (ITTA ) , Rina de Vries (ITTA ) Meer informatie

Gepubliceerd:

Mbo-studenten moeten voldoende taalvaardig zijn om te functioneren tijdens hun opleiding en daarna. Maar in de praktijk blijkt dat studenten het vereiste taalniveau niet altijd behalen  Expertgroep Nieuwe taaleisen in het MBO (2025). Adviesrapport Expertgroep Nieuwe taaleisen in het MBO [Bijlage bij: 2e voortgangsbrief Aanpak basisvaardigheden mbo]. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
  Inspectie van het Onderwijs. De Staat van het Onderwijs 2024. Inspectie van het Onderwijs.
 De beroepspraktijk zou graag betere taal- en communicatievaardigheden zien bij mbo-studenten  Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap [OCW]. (z.d.). Tevredenheid leerbedrijven over recent aangenomen mbo’ers. OCW in cijfers. Geraadpleegd van https://www.ocwincijfers.nl/sectoren/middelbaar-beroepsonderwijs/aansluiting-arbeidsmarkt/tevredenheid-leerbedrijven-over-recent-aangenomen-mboers

In dit artikel lees je wat taalvaardigheid in het mbo inhoudt. We bespreken onderzoek uit het mbo dat zicht geeft op de voorwaarden en kansen om die taalvaardigheid te verbeteren. Het bestaande onderzoek suggereert dat een geïntegreerde aanpak (beroep en taal), expliciete taalsteun en aandacht voor taal in betekenisvolle contexten kansrijk zijn. Als team werken aan gezamenlijke (taal)doelen lijkt een belangrijke voorwaarde. 

Geraadpleegde bronnen

Expertgroep Nieuwe taaleisen in het MBO (2025). Adviesrapport Expertgroep Nieuwe taaleisen in het MBO [Bijlage bij: 2e voortgangsbrief Aanpak basisvaardigheden mbo]. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Inspectie van het Onderwijs. De Staat van het Onderwijs 2024. Inspectie van het Onderwijs.
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap [OCW]. (z.d.). Tevredenheid leerbedrijven over recent aangenomen mbo’ers. OCW in cijfers. Geraadpleegd van https://www.ocwincijfers.nl/sectoren/middelbaar-beroepsonderwijs/aansluiting-arbeidsmarkt/tevredenheid-leerbedrijven-over-recent-aangenomen-mboers

Ontwikkeling van taalvaardigheid

Taalvaardigheid ontwikkelt zich op verschillende vlakken. Een student laat bijvoorbeeld groei zien door een grotere variëteit aan woorden en begrippen te gebruiken. Ook wordt de student steeds minder afhankelijk van (visuele) steun uit de context. De student gaat de vaste opbouw in verschillende tekstsoorten herkennen en samenhangende teksten schrijven die passen bij de situatie. 

Grotere omvang woordenschat

Studenten hebben een grote en gevarieerde woordenschat nodig om gedachten precies te formuleren, de juiste vaktermen te kiezen, redeneringen te onderbouwen en om zich in verschillende situaties en rollen passend uit te drukken. Om te groeien naar een volgend taalniveau moet de student actief werken aan het vergroten van de woordenschat  Expertgroep Doorlopende Leerlijnen Taal en Rekenen. (2009a). Een nadere beschouwing: Over de drempels met taal en rekenen. SLO.
 Meer hierover lees je op de themapagina over woordenschatontwikkeling in het mbo. 

Lees ook
Aandacht voor de woordenschatontwikkeling van NT2-studenten

Van dagelijkse taal naar vaktaal

Tijdens de beroepsopleiding moeten studenten de overgang maken van dagelijkse algemene taal naar schooltaal en vaktaal, zodat ze complexe vakkennis begrijpen en kunnen overbrengen. Deze overgang maken ze door begrippen te leren kennen in een situatie met veel steun uit de context, zoals een praktijklokaal. Vervolgens spreken, lezen en schrijven ze over de situatie, waarbij ze worden geholpen om van dagelijkse taal naar meer professionele of schoolse taal te komen. Bijvoorbeeld: ‘Waarom gaat dit nu uit?’ ‘De machine gaat uit zodra het elektrische circuit wordt onderbroken. Hoe wordt het circuit weer gesloten?’. Zo leren ze nieuwe vaktaalwoorden (het elektrische circuit) en specifieke woordcombinaties (gesloten circuit) kennen en gebruiken. Daarnaast hebben ze steeds meer schooltaalwoorden (zodra, onderbreken) nodig om verbanden te doorzien  De Bruijne, M., Hajer, M., Van Meelis, I., & Middelweerd, A. (2023). Hoe geef je vorm aan effectief taalgericht vakonderwijs? Onderwijskennis.nl (NRO) Geraadpleegd van https://www.onderwijskennis.nl/node/4201
  Hajer, M., & Meestringa, T. (2020). Handboek taalgericht vakonderwijs (4e druk). Coutinho
 Op deze manier gaan studenten steeds complexere en abstractere (vak)taal begrijpen en produceren.

Vaktaal en schooltaal wordt CAT oftewel Cognitief Academisch Taalgebruik genoemd, in tegenstelling tot DAT: Dagelijks Algemeen Taalgebruik  Cummins, J. (1979). Cognitive/Academic Language Proficiency, Linguistic Interdependence, the Optimum Age Question and Some Other Matters. Working Papers on Bilingualism, No. 19.
 In Figuur 1 zie je een schematische weergave van DAT en CAT  Punt, L., Strating, H., Hajer, M., Scharten, R., & De Vos, B. de (2013). Werken aan vaktaal bij de talen. Enschede: SLO.

Geraadpleegde bronnen

Expertgroep Doorlopende Leerlijnen Taal en Rekenen. (2009a). Een nadere beschouwing: Over de drempels met taal en rekenen. SLO.
De Bruijne, M., Hajer, M., Van Meelis, I., & Middelweerd, A. (2023). Hoe geef je vorm aan effectief taalgericht vakonderwijs? Onderwijskennis.nl (NRO) Geraadpleegd van https://www.onderwijskennis.nl/node/4201
Hajer, M., & Meestringa, T. (2020). Handboek taalgericht vakonderwijs (4e druk). Coutinho
Cummins, J. (1979). Cognitive/Academic Language Proficiency, Linguistic Interdependence, the Optimum Age Question and Some Other Matters. Working Papers on Bilingualism, No. 19.
Punt, L., Strating, H., Hajer, M., Scharten, R., & De Vos, B. de (2013). Werken aan vaktaal bij de talen. Enschede: SLO.

Vaktaal en schooltaal (CAT) versus Dagelijks Algemeen Taalgebruik (DAT)

Figuur 1: Vaktaal en schooltaal (CAT) versus Dagelijks Algemeen Taalgebruik (DAT)

Kennis van genres

Bij de ontwikkeling van DAT naar CAT gaat het naast woordenschat ook om kennis van de genres die in de opleiding en het beroep worden gebruikt  Halliday, M. A. K., & Hasan, R. (1985). Language, context, and text: Aspects of language in a social-semiotic perspective. Deakin University Press.
  Van der Leeuw, B., & Meestringa, T. (2014). Genres in schoolvakken: Taal en leren in de verschillende schoolvakken. Coutinho.
 

In de taalkunde verwijst het begrip genre naar de gebruikelijke manier waarop binnen een sociale groep een taaldoel wordt gerealiseerd, bijvoorbeeld beschrijven, verklaren, betogen  Halliday, M. A. K., & Matthiessen, C. M. I. M. (2004). An introduction to functional grammar (3rd ed.). Arnold.
  Rose, D., & Martin, J. R. (2012). Learning to write, reading to learn: Genre, knowledge and pedagogy in the Sydney School. Equinox Publishing.
 De opbouw en de manier van spreken en schrijven zijn herkenbaar binnen de (beroeps)groep en min of meer vast. Denk aan de opbouw van een betoog, een recept of een recensie. Elk vakgebied kent specifieke taalconventies en genres  Schleppegrel, M. J. (2004). The Language of Schooling: A Functional Linguistics Perspective. New York. https://doi.org/10.4324/9781410610317
 bijvoorbeeld een 'overdracht' in de verpleegkunde of een 'offerte' van een bouwbedrijf. 

Taaldoelen koppelen aan de kwalificatiedossiers

In het mbo zijn twee soorten taaldoelen te onderscheiden: 

  • de doelen van het examen Nederlands uit het Referentiekader Taal;
  • de doelen die in de kwalificatiedossiers staan beschreven als onderdeel van de competenties van de beroepsbeoefenaar. 

Het Referentiekader Taal  Expertgroep Doorlopende Leerlijnen Taal en Rekenen. (2009b). Referentiekader taal en rekenen: De referentieniveaus. SLO.
 bevat de exameneisen van het verplichte examen Nederlands in het mbo voor mbo-opleidingen op niveau 2, 3 en 4. Studenten van mbo-2 en -3-opleidingen worden geëxamineerd op referentieniveau 2F en mbo-4-studenten op referentieniveau 3F. Deze taaleisen zijn gelijk voor alle mbo-opleidingen (generiek). In 2025 adviseerde de Expertgroep Nieuwe Taaleisen in het mbo  Expertgroep Nieuwe taaleisen in het MBO (2025). Adviesrapport Expertgroep Nieuwe taaleisen in het MBO. [Bijlage bij: 2e voortgangsbrief Aanpak basisvaardigheden mbo]. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
 om taaleisen per mbo-niveau te formuleren. Deze nieuwe taaleisen zijn nog niet ingevoerd in het mbo.

In het Referentiekader Taal wordt het niveau van een student aangegeven in termen van taaltaken – wat kun je – en kenmerken van taakuitvoering – hoe goed kun je het. In een taaltaak laat de student zien dat hij of zij door middel van taal een concreet doel kan bereiken. Een voorbeeld van een taaltaak bij Lezen 3F is ‘kan instructieve teksten lezen’. Of bij Gesprekken voeren 2F ‘kan bespreken wat er gedaan moet worden en bijdragen aan de planning’. Een taaltaak is een beoordeelbare activiteit, die omschreven wordt in termen van vaardigheid en niveau. 

In de kwalificatiedossiers, de mbo-exameneisen, staan geen expliciete taaldoelen per opleiding genoemd en weinig expliciete taaltaken. Maar de opgenomen werkprocessen bevatten wel impliciete taaltaken, aangegeven met woorden als: signaleren, overleggen, communiceren, rapporteren en raadplegen. Deze taaltaken kunnen houvast geven bij het uitwerken van een beroepsgericht taalonderwijs of geïntegreerd taalonderwijs. 

Neem bijvoorbeeld de impliciete taaltaak uit het kwalificatiedossier van de opleiding Keuken & foodservice (crebo 23426): 

  • […] De beginnend beroepsbeoefenaar onderneemt actie wanneer de kwaliteit van gerechten afwijkt en communiceert deze afwijkingen naar collega's en/of leidinggevende/manager. […]

Deze taak sluit mooi aan bij taak 2 ‘Formulieren invullen, berichten, advertenties en aantekeningen’ uit Hoofdstuk 3 Schrijven van het Referentiekader taal:

  • 2F: Kan notities, berichten en instructies schrijven waarin eenvoudige informatie van onmiddellijke relevantie voor vrienden, docenten en anderen wordt overgebracht.
  • 3F: Kan over allerlei onderwerpen belangrijke informatie noteren en doorgeven.

Het verschil tussen 2F en 3F 

In onderstaand uitklapmenu zie je voorbeelden van teksten die studenten van de opleiding Keuken & foodservice hebben geschreven. De eerste tekst is van een student op niveau 2F, en de tweede tekst van een student op niveau 3F. Daarna wordt het verschil tussen de uitwerking op niveau 2f en niveau 3F toegelicht.

Figuur 2 laat hetzelfde zien, maar dan in een afbeelding. 

Geraadpleegde bronnen

Halliday, M. A. K., & Hasan, R. (1985). Language, context, and text: Aspects of language in a social-semiotic perspective. Deakin University Press.
Van der Leeuw, B., & Meestringa, T. (2014). Genres in schoolvakken: Taal en leren in de verschillende schoolvakken. Coutinho.
Halliday, M. A. K., & Matthiessen, C. M. I. M. (2004). An introduction to functional grammar (3rd ed.). Arnold.
Rose, D., & Martin, J. R. (2012). Learning to write, reading to learn: Genre, knowledge and pedagogy in the Sydney School. Equinox Publishing.
Schleppegrel, M. J. (2004). The Language of Schooling: A Functional Linguistics Perspective. New York. https://doi.org/10.4324/9781410610317
Expertgroep Doorlopende Leerlijnen Taal en Rekenen. (2009b). Referentiekader taal en rekenen: De referentieniveaus. SLO.
Expertgroep Nieuwe taaleisen in het MBO (2025). Adviesrapport Expertgroep Nieuwe taaleisen in het MBO. [Bijlage bij: 2e voortgangsbrief Aanpak basisvaardigheden mbo]. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Opgepast collega! 

Sommige rode paprikas in de inloop zijn heel slap. Het ligt in bak 4. Kijk eerst goed of je ze nog kan gebruiken. 

Ook de roomkaas in koelkast 3 is niet goed meer. 

Hij zag er uit alsof hij begon met schimmelen. De THT is over 2 dagen, maar het lijkt echt niet meer goed. Het bakje staat voor in de koelkast 3. Nog niet weggegooid dus kijk goed als je roomkaas gebruikt voor je mise en place.  Ik meldt het straks tegen de chef als hij er is.

Tijdens het dinner vrijdag heb ik een paar fouten gezien bij de afwerking van de borden. De opmaak was niet steeds hetzelfde. De garnituren lagen niet volgens de bordspecificatie, de bloemkool was te grof gesneden, een paar borden waren niet goed gepoleerd en in twee gevallen was de bechamel saus gestolt wat het niveau omlaag haalde.

Dat komt volgens mij door hoe we het piekmoment organiseren. De mise-en-place is namelijk vaak niet klaar waardoor er tijd verloren gaat. Ook vrijdagavond was dat zo, bovendien viel me toen ook op dat er te weinig communicatie was  tussen de warme keuken en de uitgifte en onervaren medewerkers werden onvoldoende aangestuurd.

Ik stel voor dat we de werkverdeling beter uitstippelen en bij elke shift vooraf duidelijk afspreken wie verantwoordelijk is voor wat: iemand die opmaakt, iemand die controleert, iemand die doorgeeft.

Ook is het misschien een goed idee om rustmomenten in te bouwen in de planning, zodat er tijd is om de mis-en-place bij te werken. We hebben best veel nieuwe collega’s in de keuken en ik denk dat we die beter kunnen begeleiden, vooral bij de piekmomenten. 

Door ze van te voren duidelijke instructies te geven en tijdens de service kort te coachen kunnen we fouten voorkomen en zo helpen we ze ook bij hun ontwikkeling.  Als gespecialiseerd kok wil ik hier graag een coordinerende rol spelen. Ik kan collega’s coachen tijdens de uitgifte en de aansturing van minder ervaren medewerkers oppakken. Dan krijgen we meer rust in het team, worden er minder fouten gemaakt en gaat de kwaliteit omhoog. 

  • Samenhang. De 2F-tekst is opsommend, eenvoudig van opbouw en bevat weinig verbindingswoorden. Verwijzingen en zinsstructuur vertonen hier en daar onzorgvuldigheid, zoals in het ligt in bak 4 terwijl het over paprika’s gaat. De 3F-tekst daarentegen is opgebouwd in duidelijke alinea’s, maakt uitgebreid gebruik van verwijswoorden en signaalwoorden, en bevat oorzaak-gevolgrelaties die expliciet benoemd worden. De opbouw draagt bij aan een samenhangend en overtuigend betoog.
  • Afstemming op doel. De 2F-tekst blijft trouw aan één helder doel: collega’s informeren over afwijkende producten en hen aansporen tot zorgvuldig handelen. Het doel is eenvoudig uitgevoerd, maar wel functioneel en kan bijvoorbeeld op de deur van de inloopcel of op het prikbord gehangen worden. De 3F-tekst combineert meerdere schrijfdoelen: waarnemen (wat zijn de afwijkingen), analyseren (hoe zijn die ontstaan), adviseren (wat is de oplossing) én reflecteren (wat is mijn eigen rol). De opbouw ondersteunt deze combinatie van doelen.
  • Afstemming op publiek. De 2F-schrijver gebruikt een toon die past bij zijn publiek: zijn directe collega’s. Recht-toe, recht-aan, kort en functioneel. De 3F-schrijver houdt ook rekening met zijn lezer, die op een hogere plek in de keukenhiërarchie staat. Zijn toon en register is formeler, passend en consequent.
  • Woordgebruik. Het woordgebruik in de 2F-tekst is vooral concreet, maar wel passend bij een professionele keuken (bijvoorbeeld inloop, THT, mis en place). De opvallende herhaling van goed laat een gebrek aan variatie zien. De 3F-tekst bevat een veel breder vocabulaire met zowel concrete keukenterminologie (bijvoorbeeld garnituren, poleren) als abstracte managementterminologie (aansturen, werkverdeling, coördinerend). Er is ook meer variatie in woordkeus te zien, bijvoorbeeld onervaren medewerkers en nieuwe collega’s, ik heb gezien en mij viel op) 
  • De taalverzorging verschilt zichtbaar. In de 2F-tekst komen meerdere spellings- en grammaticafouten voor (paprikas, ik meldt) en de interpunctie is niet altijd zorgvuldig uitgevoerd (mise en place, geen punt in laatste zin). Toch is de tekst volkomen begrijpelijk. De 3F-tekst bevat een klein aantal spelfouten (bijvoorbeeld gestolt en een ontbrekende trema op coördinerend). De zinsstructuur is meestal correct en had slechts op een enkel puntje beter gekund.
  • Leesbaarheid. De 2F-tekst is kort, bevat een titel, en is goed scanbaar voor iemand die langs loopt en het briefje ziet hangen. De 3F-tekst heeft een duidelijke alinea-indeling, een logische structuur en zou eventueel kunnen worden uitgebreid met kopjes, maar is ook zonder kopjes goed te volgen en kan zo dienen als basis voor een werkoverleg met in eerste instantie de leidinggevende, maar wellicht ook later met de keukenbrigade.

Teksten op 2F- en op 3F-niveau

Figuur 2: Teksten op 2F- en op 3F-niveau

Hoe kun je de taalvaardigheid van mbo-studenten verbeteren?

In het mbo is nog weinig onderzoek specifiek gericht op taalontwikkeling. Het bestaande onderzoek suggereert dat een geïntegreerde aanpak (beroep en taal), expliciete taalsteun en aandacht voor taal in betekenisvolle contexten kansrijk zijn. Als team werken aan gezamenlijke (taal)doelen lijkt een belangrijke voorwaarde. 

Hieronder beschrijven we onderzoek uit het beroepsonderwijs dat ondersteuning en houvast kan geven bij het werken aan de taalvaardigheid van mbo-studenten.

Geïntegreerd taal- en vakonderwijs

Mbo-studenten kunnen hun taalvaardigheid verbeteren tijdens de lessen Nederlands én binnen het overige onderwijsaanbod. Geïntegreerd taal- en vakonderwijs laat een bescheiden positief resultaat zien, blijkt uit internationale grootschalige studies  Elbers, E. (2012). Iedere les een taalles? Taalvaardigheid en vakonderwijs in het (v)mbo: De stand van zaken in theorie en onderzoek. Universiteit Utrecht / Programma Onderwijsonderzoek (PROO).
 

Voorwaarden voor succes van geïntegreerd taal- en vakonderwijs zijn:

  • De vakdoelen én de taaldoelen zijn duidelijk voor de student, om te voorkomen dat de taaldoelen ondersneeuwen. 
  • Als beroepsvakdocent ben je je bewust van de taalaspecten van jouw vak. Denk bijvoorbeeld aan vakspecifieke taal en de manieren waarop je een taaldoel realiseert, zoals een verkoopgesprek houden of een rapportage opstellen.
  • Als docent heb je kennis nodig over hoe je studenten ondersteunt bij de ontwikkeling van vaktaal. De beroeps- en vakdocenten in de studies zijn bijvoorbeeld meestal bijgeschoold om taalbewust les te geven.

De taaldoelen hebben in elke opleiding een eigen karakter. In sommige beroepen speelt schriftelijke vaardigheid een grote rol, bij andere beroepen zijn juist dagelijkse taal- en communicatievaardigen belangrijk. Naast aandacht voor schooltaalwoorden en vaktaal (CAT) in lees- en schrijftaken uit de opleiding en de beroepspraktijk, is aandacht nodig voor de dagelijkse taal van gesprekken van de werkvloer (DAT). 

Soms is expliciete of aanvullende taalinstructie nodig, omdat niet alle taaldoelen voldoende aan de orde kunnen komen in de beroepsvakles. Het kan zijn, dat de beroepsgerichte taaltaken onvoldoende uitdaging bieden om het doorstroomniveau te bereiken. Bijvoorbeeld omdat het taalgebruik in de beroepscontext relatief eenvoudig of eenzijdig is.

Lees- en schrijfonderwijs met levensechte scenario’s 

Werken met levensechte taaltaken laten een klein, maar significant positief effect zien op de schrijfvaardigheid  Konstantinidou, L., Madlener-Charpentier, K., Opacić, A., Gautschi, C., & Hoefele, J. (2023). Literacy in vocational education and training: Scenario-based reading and writing education. Reading and Writing, 36, 1025–1052.  https://doi.org/10.1007/s11145-022-10373-4
In dit onderzoek oefenden studenten uit het Zwitserse beroepsonderwijs met lezen, schrijven en woordenschat in een levensechte taak, aan de hand van een scenario. Zo’n scenario beschrijft bijvoorbeeld een situatie waarin een student in de knel komt door verplicht overwerk. Studenten bespraken deze situatie en lazen informatiebronnen. Vervolgens schreven ze een passende tekst met argumenten om het probleem op te lossen. Hierbij werd steeds de opbouw uit onderstaande tabel gebruikt: 

Tabel 1:  Oefenen met lezen, schrijven en woordenschat in een levensechte taak, aan de hand van een scenario 

Stap 1Presentatie scenarioDe docent introduceert een situatie, met daarin een probleem dat moet worden opgelost.
Stap 2Probleem besprekenDe klas verkent welke problemen in het scenario spelen.
Stap 3Actie plannenStudenten bedenken welke acties nodig zijn om het probleem aan te pakken. 
Stap 4Teksten lezenStudenten lezen (voorbeeld)teksten die fungeren als inhoudelijke en taalkundige bron. Het lezen vloeit logisch voort uit de behoefte informatie te verzamelen en kennis te maken met relevante begrippen.
Stap 5Ideeën genereren en structurerenStudenten selecteren, ordenen en presenteren informatie uit de gelezen teksten. Zij gebruiken hierbij een werkblad met tips voor het ordenen van relevante informatie, argumenten en oplossingen.
Stap 6                   Eerste versie schrijvenStudenten schrijven een eerste versie van hun argumentatieve tekst, terwijl zij de bronteksten blijven raadplegen. Ze krijgen hierbij een schrijfkader, met voorbeeldfrases voor de inleiding, argumentatie en het slot.
Stap 7Peerfeedback Aan de hand van een checklist controleren de studenten hun eigen en elkaars werk op inhoud, vorm en taalgebruik. Dit vergroot het bewustzijn van taal en het effect van formuleringen op lezers.
Stap 8Eindversie en redactieStudenten maken een verbeterde eindversie waarin ideeën, argumenten, tekststructuur en taal worden aangescherpt.

Taalsteun en genredidactiek

In deze interventie worden enkele specifieke vormen van taalsteun ingezet. Taalsteun (scaffolding) is het tijdelijk ondersteunen van studenten bij het begrijpen of formuleren van taal, gericht op de taaldoelen van de onderwijsactiviteit. Bijvoorbeeld door het aanbieden van woorden en formuleringen, het bespreken van voorbeelden en het geven van gerichte feedback op taal  Hajer, M., & Meestringa, T. (2020). Handboek taalgericht vakonderwijs (4e druk). Coutinho.
 In bovenbeschreven studie biedt de docent tijdens het hele proces vooraf geplande taalsteun, zodat studenten taken kunnen uitvoeren die ze nog niet zelfstandig beheersen  Hammond, J., & Gibbons, P. (2005). Putting scaffolding to work: the contribution of scaffolding in articulating ESL education. Prospect An Australian Journal of TESOL, 20(1), 6–30
 De docent ondersteunt bij verschillende stappen van de scenario-opdracht met behulp van voorbeeldteksten, schrijfkaders en checklists. Dit stelt de studenten in staat om complexere schrijfproducten te maken. 

Elementen uit bovenstaande aanpak sluiten aan bij de onderwijsleercyclus van de genredidactiek, waarbij ook stapsgewijs taalsteun wordt geboden  Van der Leeuw, B., & Meestringa, T. (2014). Genres in schoolvakken: Taal en leren in de verschillende schoolvakken. Coutinho.
  Kuiper, C. (2024). Samen taalsterk aan het werk: Hoe genredidactiek kan bijdragen aan geïntegreerd en functioneel schrijfonderwijs in het mbo. Coutinho.
 Hierin werken studenten in vier stappen aan: 

  1. kennis opdoen: oriëntatie op onderwerp en schrijftaak;
  2. teksten uitpluizen: het lezen en analyseren van voorbeeldteksten;
  3. het gezamenlijk schrijven met ondersteuning van de docent; en 
  4. uiteindelijk zelfstandig schrijven. 

Door te werken met teksten die typerend zijn voor de beroepscontext, krijgen studenten zicht op de conventies en de opbouw die in beroepssituaties gebruikelijk zijn. Deze werkwijze vraagt om expliciete taalondersteuning voor de studenten. Vakdocenten hebben hierbij een belangrijke rol  Van der Leeuw, B., & Meestringa, T. (2014). Genres in schoolvakken: Taal en leren in de verschillende schoolvakken. Coutinho.
 

Op dit moment loopt er een onderzoek bij ROC Nijmegen naar de inzet van genredidactiek in het mbo. 

Observerend leren met voorbeeldteksten

Observerend leren is een vorm van taalsteun gericht op de aanpak van een taak. Dit lijkt een effectieve manier om de schrijfvaardigheid te verbeteren  Van Drie, J., Braaksma, M., & Van Boxtel, C. (2014). Beter schrijven bij geschiedenis: Effecten van schrijfinstructie op algemene tekstkwaliteit en historisch redeneren. Levende Talen Tijdschrift, 15(1), 3–14.
  Braaksma, M. A. H., Rijlaarsdam, G., & Van den Bergh, H. (2002). Observational learning and the effects of model-observer similarity. Journal of Educational Psychology, 94(2), 405-415. https://psycnet.apa.org/doi/10.1037/0022-0663.94.2.405
  Couzijn, M. J. (1995). Observation of writing and reading activities. Effects on learning and transfer. [Proefschrift]. Universiteit van Amsterdam.
 In een masteronderzoek van  Peeters, J. H. M. (2019). De leereffecten van twee vormen van leren van voorbeelden bij het schrijven van teksten door mbo-4-leerlingen [Master’s thesis, Open Universiteit]. Open Universiteit Repository.
https://research.ou.nl/files/22620255/OWJPeeters_04012019.pdf
 kregen mbo-studenten op twee manieren de kans om te leren door observatie. De studenten van de mbo-4-opleiding Salonmanager bekeken een video waarin het schrijfproces van een oud-student werd getoond. Deze student toont hardop denkend hoe zij het schrijven aanpakte van een deel van haar ondernemingsplan voor een nieuwe salon. Observatievragen over het schrijfproces bij de video versterkten de actieve verwerking. De vragen gingen bijvoorbeeld over hoe de oud-student het schrijfplan inzet of hoe zij de zakelijke toon consequent blijft toepassen. Daarnaast kregen de studenten voorbeeldteksten te lezen, die waren voorzien van tekstballonnen die de aandacht richtten op onder andere stijl en opbouw. Deze voorbeelden mochten ze ernaast houden tijdens het schrijven van hun eigen tekst. Beide aanpakken, de video en de voorbeeldteksten, leidden tot betere teksten van de studenten en een positiever beeld van het eigen kunnen (self-efficacy). Dit had weer een positief effect op de motivatie om schrijftaken uit te voeren. 

Leesonderwijs: inhoud, didactische aanpak en begeleiding

Een belangrijk onderdeel van taalvaardigheid is de leesvaardigheid. Effectief leesonderwijs in het mbo bestaat, volgens een recente literatuurstudie van  Groot, A., Elderenbosch, M., Wolf, M., Van Drie, E., & Reijnders, P. (2024). Leesvaardigheid in het mbo: Literatuurstudie naar effectief leesonderwijs in het mbo. ECBO.
Bekijk de volledige publicatie
 uit drie samenhangende onderdelen: de inhoud, de didactische aanpak en de begeleiding door docenten. 

Inhoud

De inhoud van effectief leesonderwijs bouwt voort op eerdere ervaringen en kennis van studenten. Daarnaast zijn de leestaken gerelateerd aan het beroep en hun eigen leven. Dit komt tot uiting in:

  • gerichte opbouw van kennis en woordenschat  Van Steensel, R., & Houtveen, T. (2020). De vele kanten van leesbegrip; Verslag van een literatuurstudie naar kernelementen van effectief onderwijs in begrijpend lezen. Levende Talen Tijdschrift, 21(3), 3-12.
      Trapman, M. (2015). Reading and writing development of low-achieving adolescents The roles of linguistic knowledge, fluency, and metacognitive knowledge. [Thesis]. Universiteit Utrecht.
    Bekijk de volledige publicatie
  • instructie bij het leren toepassen van strategieën, zoals voorspellen en begrip controleren  Harms, T., & Kalsbeek, M. (2013). Leren begrijpend lezen en luisteren in mbo 2. GION, Rijksuniversiteit Groningen.
      Van Steensel, R., & Houtveen, T. (2020). De vele kanten van leesbegrip; Verslag van een literatuurstudie naar kernelementen van effectief onderwijs in begrijpend lezen. Levende Talen Tijdschrift, 21(3), 3-12.
     
  • aandacht voor de verschillen tussen relevante tekstsoorten (genres) en tekstkenmerken Van Steensel, R., Van Gelderen, A., Van Kruistum, C. J., De Milliano, I., Trapman, M., Oostdam, R., Leseman, P. P. M., & De Haan, M. J. (2013). Hoe moeilijk is goed lezen en schrijven voor vmbo’ers? Inzichten uit onderzoek. In J. van der Waals & M. van Schaik (Eds.), Het vmbo dichterbij. Bewegen tussen theorie en praktijk (pp. 111–135). Amsterdam: SWP.
      Houtveen, A. A. M., Van Steensel, R. C. M., & De la Rie, S. (2019). De vele kanten van leesbegrip: Literatuurstudie naar onderwijs in begrijpend lezen in opdracht van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek en de Inspectie van het Onderwijs. Erasmus Universiteit Rotterdam.

Didactische aanpak

Een kenmerk van effectieve leesdidactiek is de verbinding met andere vakken. Ook de combinatie van verschillende taalvaardigheden is een stimulerende factor voor studenten  Houtveen, A. A. M., Van Steensel, R. C. M., & De la Rie, S. (2019). De vele kanten van leesbegrip: Literatuurstudie naar onderwijs in begrijpend lezen in opdracht van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek en de Inspectie van het Onderwijs. Erasmus Universiteit Rotterdam.
  Moeken, N., Kuiken, F., & Welie, C. (2016). Samenwerkend Lezen in het Voortgezet Onderwijs (SALEVO): Effectiviteit voor verschillende typen leerlingen. Levende Talen Tijdschrift, 17(2), 38-49.
  Elbers, E. (2012). Iedere les een taalles? Taalvaardigheid en vakonderwijs in het (v)mbo: De stand van zaken in theorie en onderzoek. Universiteit Utrecht / Programma Onderwijsonderzoek (PROO).
 Binnen het mbo zijn hiervoor veel mogelijkheden: bij taaltaken uit het beroep zijn vaak verschillende, onderling samenhangende taalvaardigheden nodig. Denk bijvoorbeeld aan gelezen informatie overdragen aan een collega of klant.

Begeleiding door docenten

Docenten kunt een rijke taalomgeving creëren door uitdagende, authentieke teksten in te zetten met een gevarieerd taalgebruik. Als docent geef je taalsteun en begeleid je de studenten door je eigen leesproces te laten zien: je doet voor welke denkstappen je gebruikt en hoe je je eigen begrip van de tekst monitort. Ook geef je mogelijkheden voor interactie en samenwerkend leren. Bijvoorbeeld door studenten in projectgroepen te laten werken. Daarnaast is het goed om hoge verwachtingen uit te spreken en jezelf als leesrolmodel op te stellen. Om te zorgen dat studenten daadwerkelijk gaan lezen hebben zij motiverend leesonderwijs nodig en zelfvertrouwen op het gebied van lezen. 

Lees ook
Motiverend leesonderwijs in het vo en mbo

Formatief evalueren van taalvaardigheid

Bij formatief evalueren ligt de nadruk op het leerproces, niet op het maken van een eindbeoordeling of op kwalificeren (summatief toetsen)  Gulikers, J., Van Schilt-Mol, T., & Baartman, L. (2022). Formatief evalueren als doelgericht en interactief proces. Onderwijskennis.nl (NRO). Geraadpleegd van https://www.onderwijskennis.nl/node/2994
 Formatief evalueren heeft twee doelen  Wiliam, D. (2011). What is assessment for learning? Studies in Educational Evaluation, 37(1), 3-14. https://doi.org/10.1016/J.STUEDUC.2011.03.001
: 

  • meer inzicht krijgen in het leerproces van studenten;
  • studenten betrekken bij hun eigen leerproces. 

In het mbo wordt nog beperkt gebruik gemaakt van formatief evalueren, terwijl docenten aangeven hier behoefte aan te hebben  Schildkamp, K., Heitink, M. C., van der Kleij, F., Hoogland, I., Dijkstra, A. M., Kippers, W. B., & Veldkamp, B. P. (2014). Voorwaarden voor effectieve formatieve toetsing: een praktische review. University of Twente.
 

Of formatief evalueren bijdraagt aan de verbetering van taalvaardigheid, is (nog) niet bekend. Maar technieken van formatief evalueren die zijn beproefd in een praktijkonderzoek in het mbo, sluiten wel aan bij factoren die de taalvaardigheid bevorderen  Scheltinga, F., Groot, A., Veldhuis, M., Van Meelis, I., Wijers, M., & Jonker, V. (2021). Grip op leerpotentieel. Praktijkgericht onderzoek in het mbo. ECBO / ITTA / Universiteit Utrecht.
Bekijk de volledige publicatie
 Denk aan het gebruik van voorbeeldteksten om taaldoelen en criteria te verhelderen en feedbackvormen die de aandacht vestigen op bepaalde aspecten van (vak)taalgebruik. Met name de fase waarin de student feedback gebruikt om een product te verbeteren, wordt in de onderwijspraktijk nogal eens overgeslagen  Gulikers, J., & Baartman, L. (2017). Doelgericht professionaliseren. Formatief toetsen met effect! Wat DOET de docent in de klas? Eindrapport NRO-PPO overzichtsstudie. Dossiernummer 405-15-722.
 terwijl juist deze fase de toepassing van nieuwverworven kennis stimuleert. In het mbo zijn verschillende technieken uitgeprobeerd om het taalleerproces van studenten zichtbaar te maken en te sturen  Van Meelis, I., De Maa, J., Scheltinga, F., & Groot, A. (2021). Formatief evalueren van Nederlands in het mbo: Beproefde technieken om inzicht te krijgen in het leren van studenten. ECBO / ITTA / Universiteit Utrecht.
Bekijk de volledige publicatie

Docenten die in taal- en rekenlessen in het mbo werkten met formatief evalueren gaven aan dat studenten meer betrokkenheid en motivatie toonden in de les, en meer inzicht kregen in het nut van feedback. De docenten zelf kregen meer inzicht in de vragen van studenten, zodat ze meer maatwerk konden leveren. Om in het mbo met formatief evalueren te kunnen werken, zijn docenten met een trekkersrol en goede voorbeelden onontbeerlijk. Daarnaast heb je tijd nodig voor overleg en ontwikkeling, en ruimte in het curriculum  Scheltinga, F., Groot, A., Veldhuis, M., Van Meelis, I., Wijers, M., & Jonker, V. (2021). Grip op leerpotentieel. Praktijkgericht onderzoek in het mbo. ECBO / ITTA / Universiteit Utrecht.
Bekijk de volledige publicatie

Gezamenlijk doel en schoolbreed beleid 

Vrijwel alle interventies die mbo-opleidingen inzetten om de taalvaardigheid van studenten te verbeteren, hebben betrekking op de koppeling van taalonderwijs aan de beroepscontext of leefwereld van studenten  Groot, A., Dood, C., & Gijsel, M. (2023). Taalontwikkeling stimuleren in de beroepscontext. ECBO / Expertisecentrum Nederlands.
Bekijk de volledige publicatie
  Groot, A., Elderenbosch, M., Wolf, M., Van Drie, E., & Reijnders, P. (2024). Leesvaardigheid in het mbo: Literatuurstudie naar effectief leesonderwijs in het mbo. ECBO.
Bekijk de volledige publicatie
 Van lang niet alle interventies is bekend of ze effectief zijn. Toch lijken uit beschrijvende onderzoeken van Groot et al.  Groot, A., Dood, C., & Gijsel, M. (2023). Taalontwikkeling stimuleren in de beroepscontext. ECBO / Expertisecentrum Nederlands.
Bekijk de volledige publicatie
   Groot, A., Elderenbosch, M., Wolf, M., Van Drie, E., & Reijnders, P. (2024). Leesvaardigheid in het mbo: Literatuurstudie naar effectief leesonderwijs in het mbo. ECBO.
Bekijk de volledige publicatie
 de volgende factoren te zorgen voor een succesvolle aansluiting tussen taal- en beroepsonderwijs:

  • gezamenlijk urgentiebesef bij alle betrokkenen;
  • aansluiting bij de specifieke kenmerken van de doelgroep;
  • duidelijkheid voor alle betrokken: afspraken, aansluiting bij kennis en vaardigheid; 
  • veilig leerklimaat voor docenten en studenten;
  • uitwisseling tussen betrokkenen, voldoende gelegenheid voor overleg;
  • collectiviteit: naast de taaldocent en beroepsvakdocent is ook een manager en taalcoördinator of onderwijsontwikkelaar betrokken;
  • planmatige benadering;
  • aanpak gebaseerd op theoretische onderbouwing.

Literatuur over de succesvolle aansluiting van taal- en beroepsonderwijs beschrijft dat taal- en vakdocenten aan een gezamenlijk doel werken en zich bewust moeten zijn van hun eigen rol in de taalontwikkeling van studenten  Elbers, E. (2012). Iedere les een taalles? Taalvaardigheid en vakonderwijs in het (v)mbo: De stand van zaken in theorie en onderzoek. Universiteit Utrecht / Programma Onderwijsonderzoek (PROO).
  Wolf, M., Groot, A., & Van Drie, E. (2025). Inventarisatie taalinterventies in het mbo. ECBO.
Bekijk de volledige publicatie
 Gegevens verzamelen over de ontwikkeling van taalvaardigheid kan helpen om teams te betrekken en om het taalonderwijs af te stemmen op de diversiteit binnen de mbo-populatie. Daarnaast moet er voldoende tijd zijn om expertise te delen en nauw samen te werken, gezamenlijk te leren, te experimenteren en te reflecteren op ervaringen  Groot, A., Bolle, T., & Van Meelis, I. (2016). *Taalbewust lesgeven op het mbo. Naar betere taalprestaties op mbo-entree en niveau 2.* ECBO. Geraadpleegd van https://ecbo.nl/publicaties/taalbewust-lesgeven-op-het-mbo/
  Gotwals, A. W., & Cisterna, D. (2022). Formative assessment practice progressions for teacher preparation: A framework and illustrative case. Teaching and Teacher Education, 110, 103601. https://doi.org/10.1016/j.tate.2021.103601
  Sluijsmans, D. M. A. (2025). Formatief evalueren: wat, wanneer en hoe? (1e update).  Onderwijskennis.nl (NRO). Geraadpleegd van www.onderwijskennis.nl/node/1743
  Scheltinga, F., Groot, A., Veldhuis, M., Van Meelis, I., Wijers, M., & Jonker, V. (2021). Grip op leerpotentieel. Praktijkgericht onderzoek in het mbo. ECBO / ITTA / Universiteit Utrecht.
https://www.nro.nl/sites/nro/files/media-files/grip_op_leerpotentieel.pdf
 Professionaliseringstrajecten vergroten het benodigde vakspecifieke taalbewustzijn van docenten  Wildeman, E. (2022). Vocational teachers’ integrated language teaching: On the role of language awareness and related teaching behaviour [Doctoral dissertation, Eindhoven University of Technology, Eindhoven School of Education]. Eindhoven University of Technology.
Bekijk de volledige publicatie

Deze voorwaarden voor succes onderstrepen het belang van een schoolbreed beleid. Hierin worden docenten voldoende geschoold en taalvaardigheid wordt gezien als een teamverantwoordelijkheid. 

Geraadpleegde bronnen

Elbers, E. (2012). Iedere les een taalles? Taalvaardigheid en vakonderwijs in het (v)mbo: De stand van zaken in theorie en onderzoek. Universiteit Utrecht / Programma Onderwijsonderzoek (PROO).
Konstantinidou, L., Madlener-Charpentier, K., Opacić, A., Gautschi, C., & Hoefele, J. (2023). Literacy in vocational education and training: Scenario-based reading and writing education. Reading and Writing, 36, 1025–1052.  https://doi.org/10.1007/s11145-022-10373-4
Hajer, M., & Meestringa, T. (2020). Handboek taalgericht vakonderwijs (4e druk). Coutinho.
Hammond, J., & Gibbons, P. (2005). Putting scaffolding to work: the contribution of scaffolding in articulating ESL education. Prospect An Australian Journal of TESOL, 20(1), 6–30
Van der Leeuw, B., & Meestringa, T. (2014). Genres in schoolvakken: Taal en leren in de verschillende schoolvakken. Coutinho.
Kuiper, C. (2024). Samen taalsterk aan het werk: Hoe genredidactiek kan bijdragen aan geïntegreerd en functioneel schrijfonderwijs in het mbo. Coutinho.
Van der Leeuw, B., & Meestringa, T. (2014). Genres in schoolvakken: Taal en leren in de verschillende schoolvakken. Coutinho.
Van Drie, J., Braaksma, M., & Van Boxtel, C. (2014). Beter schrijven bij geschiedenis: Effecten van schrijfinstructie op algemene tekstkwaliteit en historisch redeneren. Levende Talen Tijdschrift, 15(1), 3–14.
Braaksma, M. A. H., Rijlaarsdam, G., & Van den Bergh, H. (2002). Observational learning and the effects of model-observer similarity. Journal of Educational Psychology, 94(2), 405-415. https://psycnet.apa.org/doi/10.1037/0022-0663.94.2.405
Couzijn, M. J. (1995). Observation of writing and reading activities. Effects on learning and transfer. [Proefschrift]. Universiteit van Amsterdam.
Peeters, J. H. M. (2019). De leereffecten van twee vormen van leren van voorbeelden bij het schrijven van teksten door mbo-4-leerlingen [Master’s thesis, Open Universiteit]. Open Universiteit Repository.
https://research.ou.nl/files/22620255/OWJPeeters_04012019.pdf
Groot, A., Elderenbosch, M., Wolf, M., Van Drie, E., & Reijnders, P. (2024). Leesvaardigheid in het mbo: Literatuurstudie naar effectief leesonderwijs in het mbo. ECBO.
Bekijk de volledige publicatie
Van Steensel, R., & Houtveen, T. (2020). De vele kanten van leesbegrip; Verslag van een literatuurstudie naar kernelementen van effectief onderwijs in begrijpend lezen. Levende Talen Tijdschrift, 21(3), 3-12.
Trapman, M. (2015). Reading and writing development of low-achieving adolescents The roles of linguistic knowledge, fluency, and metacognitive knowledge. [Thesis]. Universiteit Utrecht.
Bekijk de volledige publicatie
Harms, T., & Kalsbeek, M. (2013). Leren begrijpend lezen en luisteren in mbo 2. GION, Rijksuniversiteit Groningen.
Van Steensel, R., & Houtveen, T. (2020). De vele kanten van leesbegrip; Verslag van een literatuurstudie naar kernelementen van effectief onderwijs in begrijpend lezen. Levende Talen Tijdschrift, 21(3), 3-12.
Van Steensel, R., Van Gelderen, A., Van Kruistum, C. J., De Milliano, I., Trapman, M., Oostdam, R., Leseman, P. P. M., & De Haan, M. J. (2013). Hoe moeilijk is goed lezen en schrijven voor vmbo’ers? Inzichten uit onderzoek. In J. van der Waals & M. van Schaik (Eds.), Het vmbo dichterbij. Bewegen tussen theorie en praktijk (pp. 111–135). Amsterdam: SWP.
Houtveen, A. A. M., Van Steensel, R. C. M., & De la Rie, S. (2019). De vele kanten van leesbegrip: Literatuurstudie naar onderwijs in begrijpend lezen in opdracht van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek en de Inspectie van het Onderwijs. Erasmus Universiteit Rotterdam.
Houtveen, A. A. M., Van Steensel, R. C. M., & De la Rie, S. (2019). De vele kanten van leesbegrip: Literatuurstudie naar onderwijs in begrijpend lezen in opdracht van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek en de Inspectie van het Onderwijs. Erasmus Universiteit Rotterdam.
Moeken, N., Kuiken, F., & Welie, C. (2016). Samenwerkend Lezen in het Voortgezet Onderwijs (SALEVO): Effectiviteit voor verschillende typen leerlingen. Levende Talen Tijdschrift, 17(2), 38-49.
Elbers, E. (2012). Iedere les een taalles? Taalvaardigheid en vakonderwijs in het (v)mbo: De stand van zaken in theorie en onderzoek. Universiteit Utrecht / Programma Onderwijsonderzoek (PROO).
Gulikers, J., Van Schilt-Mol, T., & Baartman, L. (2022). Formatief evalueren als doelgericht en interactief proces. Onderwijskennis.nl (NRO). Geraadpleegd van https://www.onderwijskennis.nl/node/2994
Wiliam, D. (2011). What is assessment for learning? Studies in Educational Evaluation, 37(1), 3-14. https://doi.org/10.1016/J.STUEDUC.2011.03.001
Schildkamp, K., Heitink, M. C., van der Kleij, F., Hoogland, I., Dijkstra, A. M., Kippers, W. B., & Veldkamp, B. P. (2014). Voorwaarden voor effectieve formatieve toetsing: een praktische review. University of Twente.
Scheltinga, F., Groot, A., Veldhuis, M., Van Meelis, I., Wijers, M., & Jonker, V. (2021). Grip op leerpotentieel. Praktijkgericht onderzoek in het mbo. ECBO / ITTA / Universiteit Utrecht.
Bekijk de volledige publicatie
Gulikers, J., & Baartman, L. (2017). Doelgericht professionaliseren. Formatief toetsen met effect! Wat DOET de docent in de klas? Eindrapport NRO-PPO overzichtsstudie. Dossiernummer 405-15-722.
Van Meelis, I., De Maa, J., Scheltinga, F., & Groot, A. (2021). Formatief evalueren van Nederlands in het mbo: Beproefde technieken om inzicht te krijgen in het leren van studenten. ECBO / ITTA / Universiteit Utrecht.
Bekijk de volledige publicatie
Scheltinga, F., Groot, A., Veldhuis, M., Van Meelis, I., Wijers, M., & Jonker, V. (2021). Grip op leerpotentieel. Praktijkgericht onderzoek in het mbo. ECBO / ITTA / Universiteit Utrecht.
Bekijk de volledige publicatie
Groot, A., Dood, C., & Gijsel, M. (2023). Taalontwikkeling stimuleren in de beroepscontext. ECBO / Expertisecentrum Nederlands.
Bekijk de volledige publicatie
Groot, A., Elderenbosch, M., Wolf, M., Van Drie, E., & Reijnders, P. (2024). Leesvaardigheid in het mbo: Literatuurstudie naar effectief leesonderwijs in het mbo. ECBO.
Bekijk de volledige publicatie
Groot, A., Dood, C., & Gijsel, M. (2023). Taalontwikkeling stimuleren in de beroepscontext. ECBO / Expertisecentrum Nederlands.
Bekijk de volledige publicatie
Groot, A., Elderenbosch, M., Wolf, M., Van Drie, E., & Reijnders, P. (2024). Leesvaardigheid in het mbo: Literatuurstudie naar effectief leesonderwijs in het mbo. ECBO.
Bekijk de volledige publicatie
Elbers, E. (2012). Iedere les een taalles? Taalvaardigheid en vakonderwijs in het (v)mbo: De stand van zaken in theorie en onderzoek. Universiteit Utrecht / Programma Onderwijsonderzoek (PROO).
Wolf, M., Groot, A., & Van Drie, E. (2025). Inventarisatie taalinterventies in het mbo. ECBO.
Bekijk de volledige publicatie
Groot, A., Bolle, T., & Van Meelis, I. (2016). *Taalbewust lesgeven op het mbo. Naar betere taalprestaties op mbo-entree en niveau 2.* ECBO. Geraadpleegd van https://ecbo.nl/publicaties/taalbewust-lesgeven-op-het-mbo/
Gotwals, A. W., & Cisterna, D. (2022). Formative assessment practice progressions for teacher preparation: A framework and illustrative case. Teaching and Teacher Education, 110, 103601. https://doi.org/10.1016/j.tate.2021.103601
Sluijsmans, D. M. A. (2025). Formatief evalueren: wat, wanneer en hoe? (1e update).  Onderwijskennis.nl (NRO). Geraadpleegd van www.onderwijskennis.nl/node/1743
Scheltinga, F., Groot, A., Veldhuis, M., Van Meelis, I., Wijers, M., & Jonker, V. (2021). Grip op leerpotentieel. Praktijkgericht onderzoek in het mbo. ECBO / ITTA / Universiteit Utrecht.
https://www.nro.nl/sites/nro/files/media-files/grip_op_leerpotentieel.pdf
Wildeman, E. (2022). Vocational teachers’ integrated language teaching: On the role of language awareness and related teaching behaviour [Doctoral dissertation, Eindhoven University of Technology, Eindhoven School of Education]. Eindhoven University of Technology.
Bekijk de volledige publicatie

Beukering, M., Bus, A., Van Steensel, R., & Bel, J. (2024). Hebben leerlingen in de bovenbouw van het vwo begeleiding nodig bij het lezen van literaire teksten? Naar een methode voor begeleid lezen, 38. 

Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen. (2010). Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen (BWBR0027879). Staatsblad. Geraadpleegd van https://wetten.overheid.nl/BWBR0027879/

Bolle, T., & Smits, T. (2024). Aandacht voor de woordenschatontwikkeling van NT2-studenten in het mbo. Onderwijskennis. Geraadpleegd van https://www.onderwijskennis.nl/kennisbank/aandacht-voor-de-woordenschatontwikkeling-van-nt2-studenten-in-het-mbo

Braaksma, M. A. H., Rijlaarsdam, G., & Van den Bergh, H. (2002). Observational learning and the effects of model-observer similarity. Journal of Educational Psychology, 94(2), 405-415. https://psycnet.apa.org/doi/10.1037/0022-0663.94.2.405 

De Bruijne, M., Hajer, M., Van Meelis, I., & Middelweerd, A. (2023). Hoe geef je vorm aan effectief taalgericht vakonderwijs? Onderwijskennis.nl (NKO) Geraadpleegd van https://www.onderwijskennis.nl/node/4201

Cummins, J. (1979). Cognitive/Academic Language Proficiency, Linguistic Interdependence, the Optimum Age Question and Some Other Matters. Working Papers on Bilingualism, No. 19.

Couzijn, M. J. (1995). Observation of writing and reading activities. Effects on learning and transfer. [Proefschrift]. Universiteit van Amsterdam.

Elbers, E. (2012). Iedere les een taalles? Taalvaardigheid en vakonderwijs in het (v)mbo: De stand van zaken in theorie en onderzoek. Universiteit Utrecht / Programma Onderwijsonderzoek (PROO).

Expertgroep Doorlopende Leerlijnen Taal en Rekenen. (2009a). Een nadere beschouwing: Over de drempels met taal en rekenen. SLO.

Expertgroep Doorlopende Leerlijnen Taal en Rekenen. (2009b). Referentiekader taal en rekenen: De referentieniveaus. SLO.

Expertgroep Nieuwe taaleisen in het MBO (2025). Adviesrapport Expertgroep Nieuwe taaleisen in het MBO [Bijlage bij: 2e voortgangsbrief Aanpak basisvaardigheden mbo]. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Gotwals, A. W., & Cisterna, D. (2022). Formative assessment practice progressions for teacher preparation: A framework and illustrative case. Teaching and Teacher Education, 110, 103601. https://doi.org/10.1016/j.tate.2021.103601

Groot, A., Bolle, T., & Van Meelis, I. (2016). *Taalbewust lesgeven op het mbo. Naar betere taalprestaties op mbo-entree en niveau 2.* ECBO. Geraadpleegd van https://ecbo.nl/publicaties/taalbewust-lesgeven-op-het-mbo/

Groot, A., Dood, C., & Gijsel, M. (2023). Taalontwikkeling stimuleren in de beroepscontext. ECBO / Expertisecentrum Nederlands. 

Groot, A., Elderenbosch, M., Wolf, M., Van Drie, El., & Reijnders, P. (2024). Leesvaardigheid in het mbo. Literatuurstudie naar effectief leesonderwijs in het mbo. ECBO. 

Gubbels, J., In 't Zandt, M., & Stuij, E. (2023). Motiverend leesonderwijs in het vo en mbo. Onderwijskennis.nl (NRO). Geraadpleegd van www.onderwijskennis.nl/node/7536

Gulikers, J., & Baartman, L. (2017). Doelgericht professionaliseren. Formatief toetsen met effect! Wat DOET de docent in de klas? Eindrapport NRO-PPO overzichtsstudie. Dossiernummer 405-15-722.

Gulikers, J., Van Schilt-Mol, T., & Baartman, L. (2022). Formatief evalueren als doelgericht en interactief proces. Onderwijskennis.nl (NRO). Geraadpleegd van https://www.onderwijskennis.nl/node/2994 

Hajer, M. & Meestringa, T. (2020). Handboek taalgericht vakonderwijs (4e druk). Coutinho.

Halliday, M. A. K., & Hasan, R. (1985). Language, context, and text: Aspects of language in a social-semiotic perspective. Deakin University Press.

Halliday, M. A. K., & Matthiessen, C. M. I. M. (2004). An introduction to functional grammar (3rd ed.). Arnold.

Hammond, J., & Gibbons, P. (2005). Putting scaffolding to work: the contribution of scaffolding in articulating ESL education. Prospect An Australian Journal of TESOL, 20(1), 6–30

Harms, T., & Kalsbeek, M. (2013). Leren begrijpend lezen en luisteren in mbo 2. GION, Rijksuniversiteit Groningen.

Houtveen, T., & Van Steensel, R., (2022). De zeven pijlers van onderwijs in begrijpend lezen, 38. Eburon. 

Houtveen, A. A. M., Van Steensel, R. C. M., & De la Rie, S. (2019). De vele kanten van leesbegrip: Literatuurstudie naar onderwijs in begrijpend lezen in opdracht van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek en de Inspectie van het Onderwijs. Erasmus Universiteit Rotterdam.

Inspectie van het Onderwijs. De Staat van het Onderwijs 2024. Inspectie van het Onderwijs.

Konstantinidou, L., Madlener-Charpentier, K., Opacić, A., Gautschi, C., & Hoefele, J. (2023). Literacy in vocational education and training: Scenario-based reading and writing education. Reading and Writing, 36, 1025–1052.  https://doi.org/10.1007/s11145-022-10373-4

Kuiper, C. (2024). Samen taalsterk aan het werk: Hoe genredidactiek kan bijdragen aan geïntegreerd en functioneel schrijfonderwijs in het mbo. Coutinho.

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. (2022). Eindrapportage analyse en evaluatie referentieniveaus taal en rekenen [Eindrapport]. Rijksoverheid. Geraadpleegd van https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/05/12/eindrapportage-evaluatie-referentieniveaus

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. (z.d.). Tevredenheid leerbedrijven over recent aangenomen mbo’ers. OCW in cijfers. Geraadpleegd van https://www.ocwincijfers.nl/sectoren/middelbaar-beroepsonderwijs/aansluiting-arbeidsmarkt/tevredenheid-leerbedrijven-over-recent-aangenomen-mboers

Moeken, N., Kuiken, F., & Welie, C. (2016). Samenwerkend Lezen in het Voortgezet Onderwijs (SALEVO): Effectiviteit voor verschillende typen leerlingen. Levende Talen Tijdschrift, 17(2), 38-49.

Peeters, J. H. M. (2019). De leereffecten van twee vormen van leren van voorbeelden bij het schrijven van teksten door mbo-4-leerlingen [Masters thesis, Open Universiteit]. Open Universiteit Repository. 

Punt, L., Strating, H., Hajer, M., Scharten, R., & De Vos, B. (2013). Werken aan vaktaal bij de talen. Platform Taalgericht Vakonderwijs / SLO.

Rose, D., & Martin, J. R. (2012). Learning to write, reading to learn: Genre, knowledge and pedagogy in the Sydney School. Equinox Publishing.

Scharten, R., Netten, A., Gerritsen, S., & Kuijpers, S. (2015). MBO taalexperiment: Achtergronddocument. Centraal Planbureau.

Scheltinga, F., Groot, A., Veldhuis, M., Van Meelis, I., Wijers, M., & Jonker, V. (2021). Grip op leerpotentieel. Praktijkgericht onderzoek in het mbo. ECBO / ITTA / Universiteit Utrecht.

Schleppegrel, M. J. (2004). The Language of Schooling: A Functional Linguistics Perspective. New York. https://doi.org/10.4324/9781410610317 

Schildkamp, K., Heitink, M. C., van der Kleij, F., Hoogland, I., Dijkstra, A. M., Kippers, W. B., & Veldkamp, B. P. (2014). Voorwaarden voor effectieve formatieve toetsing: een praktische review. University of Twente.

Sluijsmans, D.M.A. (2025). Formatief evalueren: wat, wanneer en hoe? (1e update).  Onderwijskennis.nl (NRO). Geraadpleegd van www.onderwijskennis.nl/node/1743

Sluijsmans, D. M. A. (2020). Toetsing als kans om te leren. Een thematisch overzicht naar het waarom, wat, wanneer en hoe van formatief evalueren. Den Haag: NRO.

Stichting Leerplanontwikkeling. (2009). Referentiekader taal en rekenen referentieniveaus. Enschede: SLO.

Trapman, M. (2015). Reading and writing development of low-achieving adolescents: The roles of linguistic knowledge, fluency, and metacognitive knowledge. [Thesis]. Universiteit Utrecht. 

Van Drie, J., Braaksma, M., & Van Boxtel, C. (2014). Beter schrijven bij geschiedenis: Effecten van schrijfinstructie op algemene tekstkwaliteit en historisch redeneren. Levende Talen Tijdschrift, 15(1), 3–14.

Van Koeven, E. (2015). Je vak moet je doen, niet lezen: Vrij lezen in het entreeonderwijs. Hogeschool Windesheim, Deltion College/Stichting Lezen.

Van der Leeuw, B., & Meestringa, T. (2014). Genres in schoolvakken: Taal en leren in de verschillende schoolvakken. Coutinho.

Van Meelis, I., De Maa, J., Scheltinga, F., & Groot, A. (2021). Formatief evalueren van Nederlands in het mbo: Beproefde technieken om inzicht te krijgen in het leren van studenten. ECBO / ITTA / Universiteit Utrecht.

Van Steensel, R., & Houtveen, T. (2020). De vele kanten van leesbegrip; Verslag van een literatuurstudie naar kernelementen van effectief onderwijs in begrijpend lezen. Levende Talen Tijdschrift, 21(3), 3-12.

Van Steensel, R., Van Gelderen, A., Van Kruistum, C. J., De Milliano, I., Trapman, M., Oostdam, R., Leseman, P. P. M., & De Haan, M. J. (2013). Hoe moeilijk is goed lezen en schrijven voor vmbo’ers? Inzichten uit onderzoek. In J. van der Waals & M. van Schaik (Eds.), Het vmbo dichterbij. Bewegen tussen theorie en praktijk (pp. 111–135). SWP.

Wildeman, E. (2022). Vocational teachers’ integrated language teaching: On the role of language awareness and related teaching behaviour [Doctoral dissertation, Eindhoven University of Technology, Eindhoven School of Education]. Eindhoven University of Technology. 

Wiliam, D. (2011). What is assessment for learning? Studies in Educational Evaluation, 37(1), 3-14. https://doi.org/10.1016/J.STUEDUC.2011.03.001

Wolf, M., Groot, A., & Van Drie, E. (2025). Inventarisatie taalinterventies in het mbo. ECBO.

Volledige referentie: Van Meelis, I., Rijneveld, M., De Vries, R., & Haldar, D. (2026). Taalontwikkeling bij mbo-studenten ondersteunen. Onderwijskennis.nl (NKO). Geraadpleegd op [dag maand jaar], van https://www.onderwijskennis.nl/node/7676/ 

Korte verwijzing in de tekst: (Van Meelis et al., 2026)

Meer informatie: bekijk de disclaimer.

Bijdrage van

Inge van Meelis

Inge van Meelis

Senior adviseur beroepsgerichte taalontwikkeling

ITTA

Marinde Rijneveld

Marinde Rijneveld

Adviseur

ITTA

Demian Haldar

Demian Haldar

Adviseur

ITTA

Rina de Vries

Rina de Vries

ITTA

Mogen we je iets vragen?

Ga je deze informatie gebruiken in het onderwijs?
Wat vind je van de leesbaarheid van deze pagina?
In welke onderwijssector werk je?

Wil je nog iets anders kwijt? Laat het ons weten via het feedback-formulier.

Privacyverklaring

Wij gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens. Lees hierover meer in onze privacyverklaring.

Gerelateerd in de kennisbank

  • Verdiepende bron

    Nederlandse taal Referentieniveau 3F

    mbo

    Wat kan er in lees- en luisterexamen op niveau 3F van studenten gevraagd worden? Deze syllabus bevat de exameneisen voor het centraal examen Nederlandse taal 3F (lezen en luisteren). De syllabus is...

    Download van College voor Toetsen en Examens mbo
  • Verdiepende bron

    Taalcompetenties voor een dynamische arbeidsmarkt

    mbo

    Welke communicatieve competenties zijn nodig op de dynamische arbeidsmarkt? En op welke wijze kunnen opleidingen inspelen op de eisen die de arbeidsmarkt stelt? Een consortium van vier mbo- en twee...

    Lees verder bij NKO
  • Verdiepende bron

    Inventarisatie taalinterventies in het mbo

    mbo

    Wat maakt een taalinterventie in het mbo kansrijk? In dit onderzoek van het ECBO zijn 90 taalinterventies in het mbo geanalyseerd en beoordeeld op acht factoren die bijdragen aan succesvolle...

    Lees verder bij ECBO