Kleinere klassen zijn wenselijk, voor zowel de leraar als de leerlingen. Maar de relatie tussen klassengrootte en resultaten blijkt tamelijk ingewikkeld. Daardoor zijn effecten niet altijd meetbaar.
Bijdrage van Anne Luc van der Vegt NRO (Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO)) Meer informatie
Gepubliceerd:
Geactualiseerd:
Op deze pagina
- Effecten van klassengrootte: een causaal model
- Processen in de klas: lesgeven
- Processen in de klas: sociale relaties
- Effecten van klassengrootte op leraren
- Effect van klassengrootte op leerlingen
- Verschil in effect naar niveau en ondersteuningsbehoefte
- Samenvoegen van kleine klassen: combinatiegroepen
- Past deze aanpak bij jouw school?
Over het belang van klassenverkleining wordt al tientallen jaren gedebatteerd. Voorstanders betogen dat er een duidelijk verband is tussen klassengrootte en de prestaties van leerlingen. In overzichtsstudies aan het einde van de twintigste eeuw werd geconcludeerd dat vooral jonge kinderen er baat bij hebben, in het bijzonder kinderen van ouders met een laag inkomen of laag opleidingsniveau
Glass, G. V., & Smith, M. L. (1978). Meta-analysis of research on the relationship of class size and achievement. Far West Laboratory for Educational Research and Development.
Robinson, G. E. (1990). Synthesis of research on effects of class size. Educational Leadership, 47(7), 80-90.
Door andere onderzoekers werd echter tegengesproken dat er een relatie zou zijn tussen klassengrootte en leerlingprestaties. Zo werd in econometrisch onderzoek geen ondersteuning gevonden voor een relatie tussen klassengrootte en leerlingresultaten
Hanushek, E. A. (1998). The evidence on class size. University of Rochester, W. Allen Wallis Institute of Political Economy.
Voor zover er positieve effecten zijn, worden die pas meetbaar bij een substantiële verkleining van de groepen. Enkele leerlingen per klas minder zet geen zoden aan de dijk.
Weten we inmiddels hoe het echt zit? De waarheid zit ergens in het midden. Klassenverkleining heeft een positief effect op leerprestaties, maar dat effect is indirect en hangt af van allerlei condities en procesfactoren. Daardoor is het gemiddelde effect niet heel groot en lijkt het bewijs voor dat effect niet heel sterk.
Een verwant onderwerp dat in dit overzicht niet wordt besproken, is de inzet van extra personeel, zoals onderwijsassistenten en onderwijsinstructeurs.
Lees ook
Overzichtsartikel over effectieve inzet van ondersteuners in het onderwijs
Effecten van klassengrootte: een causaal model
Als we inzicht willen krijgen in het belang van klassengrootte, is het niet voldoende om alleen te kijken naar het verband met leerlingresultaten. Het gaat hier namelijk niet om een directe relatie, maar om een indirecte relatie. Er spelen allerlei andere factoren een rol, die bepalen hoe effectief klassenverkleining is. In een recente overzichtsstudie hebben Blatchford en Russell
Blatchford, P., & Russell, A. (2020). Rethinking Class Size: The complex story of impact on teaching and learning (p. 328). UCL Press.
deze factoren op een rijtje gezet. Op basis van een grote hoeveelheid onderzoek hebben ze de onderlinge relaties weergegeven in een model. Hieronder volgt een vereenvoudigde weergave.
Geraadpleegde bronnen
Glass, G. V., & Smith, M. L. (1978). Meta-analysis of research on the relationship of class size and achievement. Far West Laboratory for Educational Research and Development.Robinson, G. E. (1990). Synthesis of research on effects of class size. Educational Leadership, 47(7), 80-90.
Hanushek, E. A. (1998). The evidence on class size. University of Rochester, W. Allen Wallis Institute of Political Economy.
Blatchford, P., & Russell, A. (2020). Rethinking Class Size: The complex story of impact on teaching and learning (p. 328). UCL Press.
Het model in Figuur 1 helpt om zicht te krijgen op de (mogelijke) relaties tussen klassengrootte en de effecten daarvan op leerlingen en leraren. De figuur maakt duidelijk dat dit een indirecte relatie is. We bespreken in het kort de eerste laag van het model: de contextfactoren. Vervolgens gaan we uitvoeriger in op de processen, het lesgeven en de relaties binnen de klas, en tenslotte op de effecten op leraren en leerlingen.
Contextfactoren
Klassengrootte zien we linksboven in het model, als één van de contextfactoren. De leerlingen in de klas vormen een belangrijke contextfactor. Daarbij gaat het niet alleen om het aantal leerlingen (klassengrootte), maar ook de samenstelling van de leerlingpopulatie. Een heterogene klas, met een diverse leerlingpopulatie, stelt hogere eisen aan de leraar dan een homogene klas. Speciale aandacht is nodig voor leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften. Een andere factor is het klaslokaal. Hier denken we aan de grootte (hoeveel ruimte is er per leerling) en andere fysieke kenmerken, zoals licht, luchtkwaliteit, geluidsoverlast. Ten slotte rekenen we curriculum en tijd tot de contextfactoren. Wat staat er op het rooster en hoeveel tijd is daarvoor beschikbaar?
Samen hebben de contextfactoren invloed op de processen in de klas en die processen hebben weer effect op de leraar en op de prestaties van de leerlingen, helemaal rechtsonder. Volgens het model van Blatchford en Russel zijn er dus verschillende schakels in de keten van oorzaak en gevolg, voordat we bij de effecten op leerlingen zijn beland. Daardoor is er niet een simpel antwoord op de vraag: is klassenverkleining bevorderlijk voor leerlingprestaties?
Processen in de klas: lesgeven
Klassengrootte heeft – samen met andere contextfactoren – invloed op het lesgeven. In observatie-onderzoek is vastgesteld dat klassenverkleining kan samengaan met een betere educatieve kwaliteit, zowel in primair als voortgezet onderwijs
Blatchford, P., Bassett, P., & Brown, P. (2011). Examining the effect of class size on classroom engagement and teacher—pupil interaction: Differences in relation to pupil prior attainment and primary vs. secondary schools. Learning and Instruction, 21(6), 715–730. https://doi.org/10.1016/j.learninstruc.2011.04.001
Ook de meta-analyse van de Education Endowment Foundation
Education Endowment Foundation (2021). Reducing class size. Zie Nederlandse vertaling: https://www.onderwijskennis.nl/toolkit-leren-en-lesgeven/klassenverkleining
wijst op een verband tussen klassengrootte en educatieve kwaliteit. Volgens de Toolkit van de EEF wordt het onderwijs in kleine klassen flexibeler ingericht en krijgen leerlingen meer en betere feedback. Een verklaring hiervoor is dat klassenmanagement en orde houden eenvoudiger is in kleinere klassen. Daardoor kan de leraar meer tijd besteden aan instructie en verwerking
Zahorik, J., Molnar, A., Ehrle, K. & Halbach, A. (2002). Teaching Reduced-Size Classes: Lessons for Teachers. In: J. D. Finn & M. C. Wang (Eds.) Taking Small Classes One Step Further, 3–18. Information Age Publishing.
Meer tijd betekent echter niet automatisch meer kwaliteit. Uit verschillende observatie-studies bleek dat de kwaliteit van het lesgeven gemiddeld niet verbetert door klassenverkleining
Ehrenburg, R. G., Brewer, D.J., Gamoran, A. & Willms, J.D. (2001). Class Size and Student Achievement’, Psychological Science in the Public Interest 2(1), 1–30. https://doi.org/10.1111/1529-1006.003
Finn, J. D., Pannozzo, G. M., & Achilles, C. M. (2003). The “why’s” of class size: Student behavior in small classes. Review of Educational Research, 73(3), 321-368. https://doi.org/10.3102/00346543073003321
Observatie-onderzoek laat zien dat lang niet alle leraren hun lesorganisatie aanpassen aan de groepsgrootte en daardoor niet de voordelen benutten van een kleinere klas
Shapson, S. M., Wright, E. N., Eason, G., & Fitzgerald, J. (1980). An experimental study of the effects of class size. American Educational Research Journal, 17, 141-152. https://doi.org/10.3102/00028312017002141
Stasz, C. & Stecher, B.M. (2002). Before and After Class Size Reduction: A Tale of Two Teachers’. In: Finn, J.D. & Wang, M.C. (Eds.) Taking Small Classes One Step Further. Information Age Publishing.
Uit onderzoek in Nederland blijkt dat in kleine klassen op de basisschool de kwaliteit van het onderwijs op zich niet beter is dan in grote klassen
Doolaard, S., & Bosker, R. J. (2006). Kleine klassen, extra handen… beter onderwijs en betere resultaten?. Gronings Instituut voor Onderzoek van Onderwijs (GION).
In twee opzichten zijn de voordelen van kleine klassen duidelijk meetbaar. Beide hebben te maken met differentiatie: de hoeveelheid tijd die de leraar kan besteden aan a) individuele leerlingen en b) groepswerk.
Meer individuele aandacht en interactie in kleine klassen
Eén kwaliteitsaspect dat verandert onder invloed van klassenverkleining is de hoeveelheid individuele aandacht voor leerlingen. Als er minder leerlingen in de klas zitten, komt dat ten goede aan de hoeveelheid individuele aandacht per leerling. In kleinere klassen geven leraren minder klassikaal les en besteden meer tijd aan individuele instructie en feedback
Betts, J.R. & Shkolnik, J.L. (1999). ‘The Behavioral Effects of Variations in Class Size: The Case of Math Teachers’, Educational Evaluation and Policy Analysis 21(2), 193–213. https://doi.org/10.2307/1164300
Molnar, A., Smith, P., Zahorik, J., Palmer, A., Halbach, A. & Ehrle, K. (1999). Evaluating the SAGE Program: A Pilot Program in Targeted Pupil-Teacher Reduction in Wisconsin, Educational Evaluation and Policy Analysis 21(2), 165–77. https://doi.org/10.3102/01623737021002165
Andersom is het ook zo dat leerlingen in kleine klassen vaker contact zoeken met de leraar dan leerlingen in grote klassen, blijkt uit verschillende Amerikaanse en Engelse onderzoeken in het basisonderwijs
Blatchford, P. (2003). A systematic observational study of teachers' and pupils' behaviour in large and small classes. Learning and Instruction, 13(6), 569-595. https://doi.org/10.1016/S0959-4752(02)00043-9
Finn, J. D., Pannozzo, G. M., & Achilles, C. M. (2003). The “why’s” of class size: Student behavior in small classes. Review of Educational Research, 73(3), 321-368. https://doi.org/10.3102/00346543073003321
In kleine klassen zijn leerlingen actiever, ze letten beter op, reageren meer op vragen van de leraar en hebben meer gesprekken met de leraar. De positieve effecten werden vooral gevonden bij kinderen in de onderbouw van de basisschool (4- en 5-jarigen). Amerikaans onderzoek bevestigt dat het verkleinen van klassen enkel effect heeft op de betrokkenheid van jongere leerlingen en dat dit effect steeds kleiner wordt naarmate zij ouder worden
Dee, T. S., & West, M. R. (2011). The non-cognitive returns to class size. Educational Evaluation and Policy Analysis, 33(1), 23-46. https://doi.org/10.3102/0162373710392370
Dit geldt ook in Nederland, blijkt uit onderzoek naar de effecten van klassenverkleining
Doolaard, S., & Bosker, R. J. (2006). Kleine klassen, extra handen… beter onderwijs en betere resultaten?. Gronings Instituut voor Onderzoek van Onderwijs (GION).
Meer tijd voor groepswerk in kleine klassen
Ook voor groepswerk biedt klassenverkleining voordelen. Een paar leerlingen minder per klas scheelt al gauw een groepje. Leraren verdelen hun tijd dan bijvoorbeeld niet over zes maar vijf groepjes. Dit kan resulteren in meer instructie- en begeleidingstijd per leerling. Een andere effectieve maatregel is om de groepjes kleiner te maken. Leerlingen leren beter in kleine groepjes, van drie tot vijf leerlingen, dan in grotere groepen
Lou, Y., Abrami, P.C., Spence, J.C., Poulsen, C., Chambers, B. & d’Apollonia, S. (1996). Within-Class Grouping: A Meta-Analysis, Review of Educational Research 66(4), 423–58. https://doi.org/10.3102/00346543066004423
Daarbij is het wel een voorwaarde dat er echt wordt samengewerkt, wat in de praktijk lang niet altijd het geval is. Alleen bij samenwerkend leren is een kleine groepsgrootte een voordeel voor leerresultaten
Blatchford, P., & Russell, A. (2020). Rethinking Class Size: The complex story of impact on teaching and learning (p. 328). UCL Press.
Lees ook
Overzichtsartikel over inzetten van samenwerkend leren
Andere taken
Naast het lesgeven heeft de klassengrootte ook invloed op andere taken, zowel lesgebonden als niet-lesgebonden taken. Het aantal leerlingen in de klas hangt sterk samen met de tijd die je als leraar besteedt aan lesgebonden taken, zoals nakijken, feedback geven en het bijhouden van de vorderingen van de leerlingen. Twee keer zoveel leerlingen betekent dubbel zoveel tijd voor het beoordelen van individueel werk. Hetzelfde geldt voor sommige niet-lesgebonden taken, zoals het schrijven van rapporten en communicatie met individuele ouders
Berliner, D. C. & G. V. Glass, (Eds. 2014). 50 Myths and Lies That Threaten America’s Public Schools: The Real Crisis in Education. Teachers College Press.
Blatchford, P., & Russell, A. (2020). Rethinking Class Size: The complex story of impact on teaching and learning (p. 328). UCL Press.
Processen in de klas: sociale relaties
De relaties binnen de klas vormen een tweede belangrijke procesfactor. Zowel de relatie tussen leraar en leerlingen als tussen leerlingen onderling. Diverse onderzoeken wijzen erop dat de onderlinge relaties beter zijn in kleinere klassen. Dit blijkt vooral uit onderzoek in het basisonderwijs. We nemen deze relaties onder de loep, omdat er aanwijzingen zijn dat goede relaties binnen de klas een positieve invloed hebben op het leren.
Relatie tussen leraar en leerling
Vooral bij jonge kinderen lijkt de klassengrootte van invloed op de relatie tussen leraar en leerling. In kleine klassen met 4- en 5-jarigen is er meer interactie, leraren luisteren meer naar de leerlingen en hebben ook meer sociaal contact, dat niet direct op leren is gericht
Blatchford, P., Bassett, P., & Brown, P. (2005). Teachers’ and pupils’ behaviour in large and small classes: a systematic observation study of pupils aged 10/11 years. Journal of Educational Psychology, 97(3), 454-467. https://doi.org/10.1037/0022-0663.97.3.454
Leraren uit het primair onderwijs die lesgeven aan kleine klassen zijn positiever over de relatie met hun leerlingen dan leraren met grote klassen, blijkt uit Amerikaans onderzoek. Ze leren hun klas beter kennen, zowel de leerlingen zelf als hun familie en achtergrond
Johnston, J. M. (1990). What are teachers' perceptions of teaching in different classroom contexts? Paper presented at the annual meeting of the American Educational Research Association. (ERIC Document Reproduction Service No. ED320867)
Betere relaties tussen leraren en leerlingen gaan ook samen met minder lawaai in de klas en minder ordeproblemen
Finn, J. D., Pannozzo, G. M., & Achilles, C. M. (2003). The “why’s” of class size: Student behavior in small classes. Review of Educational Research, 73(3), 321-368. https://doi.org/10.3102/00346543073003321
Vooral de drukke leerlingen in de basisschoolleeftijd zijn in kleine groepen meer taakgericht dan in grotere groepen. Waarschijnlijk is dit te danken aan een meer intensief contact met de leerkracht
Doolaard, S., & Bosker, R. J. (2006). Kleine klassen, extra handen… beter onderwijs en betere resultaten?. Gronings Instituut voor Onderzoek van Onderwijs (GION).
Relatie tussen leerlingen onderling
Voor de onderlinge relaties tussen leerlingen is een kleinere klas gunstiger. Leerlingen zijn toleranter in een kleine klas, de sociale cohesie is groter. In een grote klas vormen zich eerder subgroepjes, waardoor de klas minder één geheel is. Sociaal gedrag en een prettige sfeer worden vaker geobserveerd in kleine klassen, antisociaal gedrag juist minder vaak (zie voor een overzicht
Finn, J. D., Pannozzo, G. M., & Achilles, C. M. (2003). The “why’s” of class size: Student behavior in small classes. Review of Educational Research, 73(3), 321-368. https://doi.org/10.3102/00346543073003321
Op basis van surveys onder leraren concluderen Blatchford en Russell
Blatchford, P., & Russell, A. (2020). Rethinking Class Size: The complex story of impact on teaching and learning (p. 328). UCL Press.
dat ook de kwaliteit van vriendschappen beter is in kleine klassen, dat leerlingen toleranter zijn en dat ze beter samenwerken.
Kleine klassen hebben overigens niet alleen voordelen. Positief aan een grote klas is bijvoorbeeld, dat leerlingen er meer potentiële vrienden vinden. De vijver om uit te vissen is groter.
Effecten van klassengrootte op leraren
Bij effecten van klassenverkleining, denken we in de eerste plaats aan het effect op leerlingen. Daar is ook verreweg het meeste onderzoek naar gedaan. Maar om een compleet beeld te krijgen, moeten we het ook hebben over het effect op leraren. De processen die we hebben besproken, zowel het lesgeven als de relaties binnen de klas, kunnen van invloed zijn op het functioneren van de leraar. En diens functioneren is weer van invloed op de leerlingen. Daarom hebben Blatchford en Russell
Blatchford, P., & Russell, A. (2020). Rethinking Class Size: The complex story of impact on teaching and learning (p. 328). UCL Press.
de leraar in hun model opgenomen, ook al is de hoeveelheid onderzoek naar deze effecten beperkt.
In grote klassen hebben leraren het zwaarder. Het lesgeven is intensiever, de taken daarnaast kosten meer tijd en het vraagt meer energie om de sfeer in de klas goed te houden. Uit Engels survey-onderzoek komen de volgende negatieve effecten van grote klassen naar voren
Berliner, D. C. & G. V. Glass, (Eds. 2014). 50 Myths and Lies That Threaten America’s Public Schools: The Real Crisis in Education. Teachers College Press.
Neale, I. (2018). ‘Teachers: Stressed and Undervalued – but Satisfied with Their Job’,
YouGov, 29 November. Accessed 5 May 2020.
- Werkdruk
Hoe meer kinderen in de klas, des te groter de werkdruk. Het beoordelen van opdrachten, monitoren van de voortgang van leerlingen, rapporten schrijven, oudergesprekken; dit zijn taken waar geen efficiencywinst is te boeken, of het gaat ten koste van de kwaliteit. - Stress
De werkdruk veroorzaakt stress van leraren. Andere stressoren zijn ongewenst gedrag van leerlingen, hetgeen meer voorkomt in grotere klassen. - Vermoeidheid
Ten gevolge van de werkdruk hebben leraren uit grote klassen ook meer last van vermoeidheid. Vooral het nakijkwerk wordt hier als oorzaak genoemd. - Mobiliteit
Tenslotte kan de last van het lesgeven in grote groepen een prikkel zijn voor leraren om ander werk te zoeken.
Dat grote klassen stress veroorzaken, wordt bevestigd in experimenteel onderzoek, waar studenten aan de lerarenopleiding les moesten geven aan een 'virtual reality'-klas, gezien door een VR-bril. In een grote virtuele klas was het stressniveau aanzienlijk hoger dan in een kleine klas
Huang, Y, Richter, E., Kleickman, T. & Richter, D. (2022). Class size affects preservice teachers’ physiological and psychological stress reactions: An experiment in a virtual reality classroom. Computers and Education, 184, 104503.
. Dat kwam puur door de grootte van de (denkbeeldige) klas, want de leerlingen gedroegen zich in de grote klas niet anders dan in de kleine klas.
Ook onder Nederlandse leraren hebben grote klassen een ongunstig effect op stress en werkdruk, in zowel basis- als voortgezet onderwijs. Van de leraren basisonderwijs die lesgeven in grote klassen (30 leerlingen of meer) vindt één op de zes dat hun baan een negatieve invloed heeft op de mentale en fysieke gezondheid. In kleine klassen (maximaal 21 leerlingen) ligt dit percentage aanmerkelijk lager, rond de 10 procent. Nog groter is het verschil bij het handhaven van de discipline in de klas. Van de leraren met grote klassen heeft 34 procent last van stress in verband met orde houden, in kleine klassen slechts 14 procent. In het voortgezet onderwijs zien we dit verschil niet; klassengrootte lijkt daar niet veel uit te maken voor de discipline. Wat wel hetzelfde is in basis- en voortgezet onderwijs, is dat leraren met in grotere klassen stress ervaren door te veel lessen, te veel nakijkwerk en te veel administratieve werkzaamheden
Sapulete, S., De WIlde, P. Ouwehand, K., Van der Boom, E. (2020a). Teaching and Learning International Survey (TALIS) 2018: Nationaal rapport basisonderwijs. NRO
Sapulete, S., De WIlde, P. Ouwehand, K., Van der Boom, E. (2020b). Teaching and Learning International Survey (TALIS) 2018: Nationaal rapport voortgezet onderwijs. NRO
Wanneer leraren de gevolgen van grote klassen opvangen door harder te werken, fungeren zij deels als buffer om negatieve effecten voor leerlingen beperkt te houden. In het onderwijs wordt veel overgewerkt. In het primair werkt 50% van de leraren wekelijks meer dan een halve dag over, in het voortgezet onderwijs 45%
Hummer, L., W. Hooftman & R. Schelvis (2019). Werkdruk in het onderwijs. TNO.
Of de inzet van leraren de negatieve effecten op leerlingen beperkt, is echter niet rechtstreeks onderzocht.
Effect van klassengrootte op leerlingen
Volgens het model van Blatchford en Russell
Blatchford, P., & Russell, A. (2020). Rethinking Class Size: The complex story of impact on teaching and learning (p. 328). UCL Press.
is te verwachten dat leerprestaties niet rechtstreeks verbeteren door klassenverkleining, maar via een positieve invloed op de processen in de klas. In diverse onderzoeken is dit positieve effect ook vastgesteld. Blijkens de analyse van Education Endowment Foundation
Education Endowment Foundation (2021). Reducing class size. Zie Nederlandse vertaling: https://www.onderwijskennis.nl/toolkit-leren-en-lesgeven/klassenverkleining
wordt met klassenverkleining gemiddeld een kleine leerwinst geboekt. Daarbij gaat het vaak om een forse klassenverkleining, van 10 leerlingen per klas. Bij kleine reducties in klassengrootte, bijvoorbeeld van 30 naar 25 leerlingen, is het volgens de EEF geen kosteneffectieve maatregel.
De grootte van de effecten van klassenverkleining hangt samen met de leeftijd van de leerlingen. Naarmate leerlingen ouder worden, is de invloed van klassengrootte op hun prestaties kleiner
Centraal Planbureau (2020) Kansrijk onderwijsbeleid. Update 2020. Centraal Planbureau.
Doolaard, S., & Bosker, R. J. (2006). Kleine klassen, extra handen… beter onderwijs en betere resultaten?. Gronings Instituut voor Onderzoek van Onderwijs (GION).
Internationaal onderzoek bevestigt dit: klassenverkleining is vooral effectief bij jongere leerlingen, oftewel: in het basisonderwijs
Bascia, N. & E. Fredua-Kwarteng (2008). Class size reduction: What the literature suggests about what works. Canadian Education Association.
Biddle, B. & Berliner, D. (2002). Small class size and its effects. Educational Leadership, 59(5), 12-23.
Vanwege de verschillen tussen jongere en oudere leerlingen kijken we hieronder apart naar klassenverkleining in primair en voortgezet onderwijs. Bovendien staan we apart stil bij het belang van kleine klassen voor leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften.
Grootste effecten in het primair onderwijs, met name onderbouw
Vooral jonge leerlingen profiteren aanzienlijk van onderwijs in kleine klassen. ‘Verklein de klas’ is één van de acht aanbevelingen van het CPB
Centraal Planbureau (2016) Kansrijk onderwijsbeleid. Centraal Planbureau.
Centraal Planbureau (2020) Kansrijk onderwijsbeleid. Update 2020. Centraal Planbureau.
voor het primair onderwijs. Die aanbeveling doet het CPB op basis van een review van internationaal onderzoek. Ook in Nederland zijn met name bij jonge kinderen, in groep 3, positieve effecten gevonden op de prestaties op taal en rekenen gevonden
Doolaard, S., & Bosker, R. J. (2006). Kleine klassen, extra handen… beter onderwijs en betere resultaten?. Gronings Instituut voor Onderzoek van Onderwijs (GION).
Naast de leeftijd van de leerlingen lijkt ook de ervaring van de leraar een rol te spelen: kleine klassen hebben vooral een positief effect bij beginnende leraren
Centraal Planbureau (2020) Kansrijk onderwijsbeleid. Update 2020. Centraal Planbureau.
Ook de analyses van de Education Endowment Foundation
Education Endowment Foundation (2021). Reducing class size. Zie Nederlandse vertaling: https://www.onderwijskennis.nl/toolkit-leren-en-lesgeven/klassenverkleining
wijzen erop dat positieve effecten van klassenverkleining het grootst zijn in het primair onderwijs, vooral in de onderbouw. Ongeveer de helft van de onderzoeken laat een klein tot middelgroot positief effect zien. De overige studies wijzen op zeer kleine of verwaarloosbare effecten.
Voor een meetbaar effect van klassenverkleining is een substantiële afname van het aantal leerlingen nodig. Amerikaanse en Europese studies laten zien dat klassenverkleining effectief is bij een verschil in klassengrootte van 7 à 8 leerlingen. Toch kun je ook niet stellen: hoe kleiner, hoe beter. Blijkens Nederlands onderzoek is de optimale groepsgrootte in het basisonderwijs ongeveer 20 leerlingen. De toegevoegde waarde van groepen kleiner dan 20 leerlingen weegt niet op tegen de extra kosten
Doolaard, S., & Bosker, R. J. (2006). Kleine klassen, extra handen… beter onderwijs en betere resultaten?. Gronings Instituut voor Onderzoek van Onderwijs (GION).
Minder grote effecten in het voortgezet onderwijs
In het voortgezet onderwijs lijkt de opbrengst van klassenverkleining minder groot te zijn. Een verlaging van de klassengrootte tot maximaal 21 leerlingen heeft volgens het CPB een klein positief effect op de prestaties van leerlingen met vmbo-niveau. Deze conclusie komt overeen met bevindingen in verschillende Europese landen
Guillemette, Y. (2005). School Class Size: Smaller Isn’t Better. C.D. Howe Institute Commentary, 215, 13.
Schleicher A. (2015). Does money buy strong performance in PISA. Paris: OECD.
Volgens de studies die door de EEF zijn geanalyseerd zijn er ook in het voortgezet onderwijs wel kleine tot middelgrote effecten gemeten. De sterkte van het bewijs is echter minder groot dan in het primair onderwijs; het gaat om een veel kleiner aantal studies. Ook in Nederland is er weinig bekend over het effect van klassenverkleining in het voortgezet onderwijs.
Verschil in effect naar niveau en ondersteuningsbehoefte
Niet alle leerlingen profiteren evenveel van kleinere klassen. Het opleidingsniveau en inkomen van de ouders kan verschil maken, de ondersteuningsbehoefte van leerlingen ook.
De invloed van opleiding en inkomen ouders
Het zijn vooral kinderen met ouders met een relatief laag opleidingsniveau of inkomen, die er baat bij blijken te hebben. Dat betekent dat klassenverkleining een nuttig instrument kan zijn bij het streven naar gelijke kansen in het onderwijs. In het primair onderwijs zijn de aanwijzingen hiervoor het sterkst. Uit een meta-analyse van meer dan 100 afzonderlijke studies in het primair onderwijs, concluderen de onderzoekers dat de effecten van klassenverkleining het meest merkbaar waren bij leerlingen uit gezinnen met een laag inkomen
Finn, J. D., Pannozzo, G. M., & Achilles, C. M. (2003). The “why’s” of class size: Student behavior in small classes. Review of Educational Research, 73(3), 321-368. https://doi.org/10.3102/00346543073003321
Uit Nederlands onderzoek blijkt geen effect van de sociaal-economische achtergrond van leerlingen, maar wel van het prestatieniveau vóór de invoering van klassenverkleining. Vooral leerlingen met een laag aanvangsniveau profiteren van klassenverkleining
Doolaard, S., & Bosker, R. J. (2006). Kleine klassen, extra handen… beter onderwijs en betere resultaten?. Gronings Instituut voor Onderzoek van Onderwijs (GION).
Ook voor leerlingen in het voortgezet onderwijs zijn er aanwijzingen voor de invloed van sociaal-economische factoren. Uit een Noorse studie blijkt dat vooral leerlingen met een laagopgeleide moeder profiteren van kleine klassen in het voortgezet onderwijs
Leuven, E., H. Oosterbeek & M. Rønning (2008). Quasi-Experimental Estimates of the Effect of Class Size on Achievement in Norway. Scandinavian Journal of Economics, vol. 110(4): 663-693. https://doi.org/10.1111/j.1467-9442.2008.00556.x
Het gaat bij deze studie overigens om tamelijk kleine effecten.
Effecten op leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften
We bespraken eerder dat een kleine groep betere mogelijkheden biedt om te differentiëren, zowel voor groepjes als individuele leerlingen. Als er leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften in de klas zitten, is de noodzaak om te differentiëren groter dan in een homogene klas, waarin leerlingen vergelijkbaar zijn qua niveau. Door het streven naar inclusief onderwijs neemt op veel reguliere scholen het aantal van deze leerlingen per klas toe.
Op basis van het besproken onderzoek kunnen we concluderen dat kleine klassen helpen, als we deze leerlingen het best mogelijke onderwijs willen geven. Juist voor hen is het van belang om actief betrokken te zijn bij de les en om extra individuele aandacht te krijgen. Naarmate de klas groter is, neemt de kans af dat zij krijgen wat ze nodig hebben. Dit geldt zowel voor regulier als speciaal onderwijs. In kleine klassen hoeven leerlingen met gedragsproblemen minder vaak gecorrigeerd te worden door de leraar, blijkt uit observatie-onderzoek. Ook zijn deze leerlingen meer taakgericht als ze in een kleine klas zitten
Blatchford, P., & Russell, A. (2020). Rethinking Class Size: The complex story of impact on teaching and learning (p. 328). UCL Press.
Samenvoegen van kleine klassen: combinatiegroepen
Op sommige basisscholen is klassenverkleining niet aan de orde, maar is er juist een noodzaak om groepen samen te voegen. Als het aantal leerlingen te klein is om elke groep apart te kunnen lesgeven, wordt vaak gewerkt met combinatiegroepen. De consequentie is toename van de groepsgrootte. Daarnaast is het op veel scholen gebruikelijk om de groepen 1 en 2 te combineren, uit onderwijskundige overwegingen. Op basis van internationaal onderzoek lijkt dit niet gunstig te zijn voor met name de jongere kleuters
Ansari, A. & Pianta, R. (2018). Teacher-child interaction quality as a function of classroom age diversity and teachers’ beliefs and qualifications. Applied Developmental Science, 23(3), 294-304. https://doi.org/10.1080/10888691.2018.1439749
De vraag is of dit ook geldt in Nederland. Wat weten we over het effect van combinatiegroepen op de onderwijskwaliteit en de resultaten van leerlingen?
Combinatiegroepen blijken niet aantoonbaar minder gunstig voor de prestaties van leerlingen dan jaargroepen. In de jaren ’80 en ’90 is er veel onderzoek uitgevoerd naar mogelijke negatieve effecten, maar die werden niet gevonden. Een Nederlandse review van een groot aantal studies laat zien dat het meevalt met de veronderstelde negatieve effecten. Wat betreft de kwaliteit van instructie en leerprestaties bleken combinatiegroepen niet te verschillen van jaargroepen
Veenman, S. (1995). Cognitive and non-cognitive effects of multigrade and multi-age classes: A best-evidence synthesis. Review of Educational Research, 65, 319–381. https://doi.org/10.3102/00346543065004319
Wat voor de combinatiegroepen pleit, is dat de leerlingen vaker een positief zelfbeeld hebben en meer zelfvertrouwen. Ook andere overzichtsstudies wijzen er op dat combinatieklassen een gunstige invloed hebben op het sluiten van vriendschappen, zelfvertrouwen, en sociaal emotionele ontwikkeling
Saqlain, N. (2015). A Comprehensive Look at Multi-Age Education. Journal of Educational and Social Research, 5(2), 285-290.
Toch heeft de combinatieklas niet alleen voordelen. Leraren van combinatieklassen ervaren hun werk als zwaarder, bijvoorbeeld doordat ze voorbereidend werk moeten doen voor twee leerjaren
Veenman, S (1996). Effects of multigrade and multi-age classes reconsidered. Review of Educational Research, 66, 323-340. https://doi.org/10.3102/00346543066003323
Veenman, S., Lem, P. & Roelofs, E.C. (1989). Training teachers in mixed-age classrooms: effects of a staff development programme. Educational Studies, 15(2), 165- 180.
Recent Nederlands onderzoek bevestigt dat er geen goede reden is om te twijfelen aan de kwaliteit van onderwijs in combinatieklassen. Dit blijkt uit een analyse van de lesobservaties van de Inspectie van het Onderwijs, in de periode 2012 tot en met 2017. Er is gekeken naar kwaliteitsaspecten als duidelijke uitleg, taakgerichte werksfeer, actieve betrokkenheid leerlingen, feedback, afstemming van de instructie, verwerkingsstof en onderwijstijd. Het effect op leerprestaties kon in dit onderzoek niet worden meegenomen. Bij de analyses werd rekening gehouden met verschillende factoren, zoals leservaring en aantal leerlingen. De conclusie luidt dat het onderwijs in combinatiegroepen niet beter of slechter is dan in jaargroepen
Bulder, E. & Van der Vegt, A.L. (2022). Combinatiegroepen en kwaliteit van lesgeven. Multiniveau-analyse. Oberon.
Deze conclusie geldt voor leerlingen van verschillende leeftijden. Het lijkt er niet op dat combinaties in de onderbouw minder wenselijk zijn dan in de bovenbouw. Eerdere analyse door de Inspectie
Inspectie van het Onderwijs (2018). De Staat van het Onderwijs. Onderwijsverslag 2016/2017. Inspectie van het Onderwijs.
wezen wel op negatieve effecten van combinatiegroepen, maar daarbij kon geen rekening worden gehouden met andere factoren.
Past deze aanpak bij jouw school?
Wil je weten of deze aanpak een goede keuze is voor jouw leerlingen en school? Bekijk in de aanpak Klassenverkleining wat er bekend is over de tijdsinvestering, de kosten en de wetenschappelijke onderbouwing. Kijk ook eens wat we weten over andere aanpakken. Combineer de inzichten uit de Toolkit Leren en Lesgeven met jouw vakkennis en schoolcontext om weloverwogen keuzes te maken.
Geraadpleegde bronnen
Blatchford, P., Bassett, P., & Brown, P. (2011). Examining the effect of class size on classroom engagement and teacher—pupil interaction: Differences in relation to pupil prior attainment and primary vs. secondary schools. Learning and Instruction, 21(6), 715–730. https://doi.org/10.1016/j.learninstruc.2011.04.001Education Endowment Foundation (2021). Reducing class size. Zie Nederlandse vertaling: https://www.onderwijskennis.nl/toolkit-leren-en-lesgeven/klassenverkleining
Zahorik, J., Molnar, A., Ehrle, K. & Halbach, A. (2002). Teaching Reduced-Size Classes: Lessons for Teachers. In: J. D. Finn & M. C. Wang (Eds.) Taking Small Classes One Step Further, 3–18. Information Age Publishing.
Ehrenburg, R. G., Brewer, D.J., Gamoran, A. & Willms, J.D. (2001). Class Size and Student Achievement’, Psychological Science in the Public Interest 2(1), 1–30. https://doi.org/10.1111/1529-1006.003
Finn, J. D., Pannozzo, G. M., & Achilles, C. M. (2003). The “why’s” of class size: Student behavior in small classes. Review of Educational Research, 73(3), 321-368. https://doi.org/10.3102/00346543073003321
Shapson, S. M., Wright, E. N., Eason, G., & Fitzgerald, J. (1980). An experimental study of the effects of class size. American Educational Research Journal, 17, 141-152. https://doi.org/10.3102/00028312017002141
Stasz, C. & Stecher, B.M. (2002). Before and After Class Size Reduction: A Tale of Two Teachers’. In: Finn, J.D. & Wang, M.C. (Eds.) Taking Small Classes One Step Further. Information Age Publishing.
Doolaard, S., & Bosker, R. J. (2006). Kleine klassen, extra handen… beter onderwijs en betere resultaten?. Gronings Instituut voor Onderzoek van Onderwijs (GION).
Betts, J.R. & Shkolnik, J.L. (1999). ‘The Behavioral Effects of Variations in Class Size: The Case of Math Teachers’, Educational Evaluation and Policy Analysis 21(2), 193–213. https://doi.org/10.2307/1164300
Molnar, A., Smith, P., Zahorik, J., Palmer, A., Halbach, A. & Ehrle, K. (1999). Evaluating the SAGE Program: A Pilot Program in Targeted Pupil-Teacher Reduction in Wisconsin, Educational Evaluation and Policy Analysis 21(2), 165–77. https://doi.org/10.3102/01623737021002165
Blatchford, P. (2003). A systematic observational study of teachers' and pupils' behaviour in large and small classes. Learning and Instruction, 13(6), 569-595. https://doi.org/10.1016/S0959-4752(02)00043-9
Finn, J. D., Pannozzo, G. M., & Achilles, C. M. (2003). The “why’s” of class size: Student behavior in small classes. Review of Educational Research, 73(3), 321-368. https://doi.org/10.3102/00346543073003321
Dee, T. S., & West, M. R. (2011). The non-cognitive returns to class size. Educational Evaluation and Policy Analysis, 33(1), 23-46. https://doi.org/10.3102/0162373710392370
Doolaard, S., & Bosker, R. J. (2006). Kleine klassen, extra handen… beter onderwijs en betere resultaten?. Gronings Instituut voor Onderzoek van Onderwijs (GION).
Lou, Y., Abrami, P.C., Spence, J.C., Poulsen, C., Chambers, B. & d’Apollonia, S. (1996). Within-Class Grouping: A Meta-Analysis, Review of Educational Research 66(4), 423–58. https://doi.org/10.3102/00346543066004423
Blatchford, P., & Russell, A. (2020). Rethinking Class Size: The complex story of impact on teaching and learning (p. 328). UCL Press.
Berliner, D. C. & G. V. Glass, (Eds. 2014). 50 Myths and Lies That Threaten America’s Public Schools: The Real Crisis in Education. Teachers College Press.
Blatchford, P., & Russell, A. (2020). Rethinking Class Size: The complex story of impact on teaching and learning (p. 328). UCL Press.
Blatchford, P., Bassett, P., & Brown, P. (2005). Teachers’ and pupils’ behaviour in large and small classes: a systematic observation study of pupils aged 10/11 years. Journal of Educational Psychology, 97(3), 454-467. https://doi.org/10.1037/0022-0663.97.3.454
Johnston, J. M. (1990). What are teachers' perceptions of teaching in different classroom contexts? Paper presented at the annual meeting of the American Educational Research Association. (ERIC Document Reproduction Service No. ED320867)
Finn, J. D., Pannozzo, G. M., & Achilles, C. M. (2003). The “why’s” of class size: Student behavior in small classes. Review of Educational Research, 73(3), 321-368. https://doi.org/10.3102/00346543073003321
Doolaard, S., & Bosker, R. J. (2006). Kleine klassen, extra handen… beter onderwijs en betere resultaten?. Gronings Instituut voor Onderzoek van Onderwijs (GION).
Finn, J. D., Pannozzo, G. M., & Achilles, C. M. (2003). The “why’s” of class size: Student behavior in small classes. Review of Educational Research, 73(3), 321-368. https://doi.org/10.3102/00346543073003321
Blatchford, P., & Russell, A. (2020). Rethinking Class Size: The complex story of impact on teaching and learning (p. 328). UCL Press.
Blatchford, P., & Russell, A. (2020). Rethinking Class Size: The complex story of impact on teaching and learning (p. 328). UCL Press.
Berliner, D. C. & G. V. Glass, (Eds. 2014). 50 Myths and Lies That Threaten America’s Public Schools: The Real Crisis in Education. Teachers College Press.
Neale, I. (2018). ‘Teachers: Stressed and Undervalued – but Satisfied with Their Job’,
YouGov, 29 November. Accessed 5 May 2020.
Huang, Y, Richter, E., Kleickman, T. & Richter, D. (2022). Class size affects preservice teachers’ physiological and psychological stress reactions: An experiment in a virtual reality classroom. Computers and Education, 184, 104503.
Sapulete, S., De WIlde, P. Ouwehand, K., Van der Boom, E. (2020a). Teaching and Learning International Survey (TALIS) 2018: Nationaal rapport basisonderwijs. NRO
Sapulete, S., De WIlde, P. Ouwehand, K., Van der Boom, E. (2020b). Teaching and Learning International Survey (TALIS) 2018: Nationaal rapport voortgezet onderwijs. NRO
Hummer, L., W. Hooftman & R. Schelvis (2019). Werkdruk in het onderwijs. TNO.
Blatchford, P., & Russell, A. (2020). Rethinking Class Size: The complex story of impact on teaching and learning (p. 328). UCL Press.
Education Endowment Foundation (2021). Reducing class size. Zie Nederlandse vertaling: https://www.onderwijskennis.nl/toolkit-leren-en-lesgeven/klassenverkleining
Centraal Planbureau (2020) Kansrijk onderwijsbeleid. Update 2020. Centraal Planbureau.
Doolaard, S., & Bosker, R. J. (2006). Kleine klassen, extra handen… beter onderwijs en betere resultaten?. Gronings Instituut voor Onderzoek van Onderwijs (GION).
Bascia, N. & E. Fredua-Kwarteng (2008). Class size reduction: What the literature suggests about what works. Canadian Education Association.
Biddle, B. & Berliner, D. (2002). Small class size and its effects. Educational Leadership, 59(5), 12-23.
Centraal Planbureau (2016) Kansrijk onderwijsbeleid. Centraal Planbureau.
Centraal Planbureau (2020) Kansrijk onderwijsbeleid. Update 2020. Centraal Planbureau.
Doolaard, S., & Bosker, R. J. (2006). Kleine klassen, extra handen… beter onderwijs en betere resultaten?. Gronings Instituut voor Onderzoek van Onderwijs (GION).
Centraal Planbureau (2020) Kansrijk onderwijsbeleid. Update 2020. Centraal Planbureau.
Education Endowment Foundation (2021). Reducing class size. Zie Nederlandse vertaling: https://www.onderwijskennis.nl/toolkit-leren-en-lesgeven/klassenverkleining
Doolaard, S., & Bosker, R. J. (2006). Kleine klassen, extra handen… beter onderwijs en betere resultaten?. Gronings Instituut voor Onderzoek van Onderwijs (GION).
Guillemette, Y. (2005). School Class Size: Smaller Isn’t Better. C.D. Howe Institute Commentary, 215, 13.
Schleicher A. (2015). Does money buy strong performance in PISA. Paris: OECD.
Finn, J. D., Pannozzo, G. M., & Achilles, C. M. (2003). The “why’s” of class size: Student behavior in small classes. Review of Educational Research, 73(3), 321-368. https://doi.org/10.3102/00346543073003321
Doolaard, S., & Bosker, R. J. (2006). Kleine klassen, extra handen… beter onderwijs en betere resultaten?. Gronings Instituut voor Onderzoek van Onderwijs (GION).
Leuven, E., H. Oosterbeek & M. Rønning (2008). Quasi-Experimental Estimates of the Effect of Class Size on Achievement in Norway. Scandinavian Journal of Economics, vol. 110(4): 663-693. https://doi.org/10.1111/j.1467-9442.2008.00556.x
Blatchford, P., & Russell, A. (2020). Rethinking Class Size: The complex story of impact on teaching and learning (p. 328). UCL Press.
Ansari, A. & Pianta, R. (2018). Teacher-child interaction quality as a function of classroom age diversity and teachers’ beliefs and qualifications. Applied Developmental Science, 23(3), 294-304. https://doi.org/10.1080/10888691.2018.1439749
Veenman, S. (1995). Cognitive and non-cognitive effects of multigrade and multi-age classes: A best-evidence synthesis. Review of Educational Research, 65, 319–381. https://doi.org/10.3102/00346543065004319
Saqlain, N. (2015). A Comprehensive Look at Multi-Age Education. Journal of Educational and Social Research, 5(2), 285-290.
Veenman, S (1996). Effects of multigrade and multi-age classes reconsidered. Review of Educational Research, 66, 323-340. https://doi.org/10.3102/00346543066003323
Veenman, S., Lem, P. & Roelofs, E.C. (1989). Training teachers in mixed-age classrooms: effects of a staff development programme. Educational Studies, 15(2), 165- 180.
Bulder, E. & Van der Vegt, A.L. (2022). Combinatiegroepen en kwaliteit van lesgeven. Multiniveau-analyse. Oberon.
Inspectie van het Onderwijs (2018). De Staat van het Onderwijs. Onderwijsverslag 2016/2017. Inspectie van het Onderwijs.
Ansari, A. & Pianta, R. (2018). Teacher-child interaction quality as a function of classroom age diversity and teachers’ beliefs and qualifications. Applied Developmental Science, 23(3), 294-304. https://doi.org/10.1080/10888691.2018.1439749
Bascia, N. & E. Fredua-Kwarteng (2008). Class size reduction: What the literature suggests about what works. Canadian Education Association.
Berliner, D. C. & G. V. Glass, (Eds. 2014). 50 Myths and Lies That Threaten America’s Public Schools: The Real Crisis in Education. Teachers College Press.
Betts, J.R. & Shkolnik, J.L. (1999). ‘The Behavioral Effects of Variations in Class Size: The Case of Math Teachers’, Educational Evaluation and Policy Analysis 21(2), 193–213. https://doi.org/10.2307/1164300
Biddle, B. & Berliner, D. (2002). Small class size and its effects. Educational Leadership, 59(5), 12-23.
Blatchford, P. (2003). A systematic observational study of teachers' and pupils' behaviour in large and small classes. Learning and Instruction, 13(6), 569-595. https://doi.org/10.1016/S0959-4752(02)00043-9
Blatchford, P., Bassett, P., & Brown, P. (2005). Teachers’ and pupils’ behaviour in large and small classes: a systematic observation study of pupils aged 10/11 years. Journal of Educational Psychology, 97(3), 454-467. https://doi.org/10.1037/0022-0663.97.3.454
Blatchford, P., Bassett, P., & Brown, P. (2011). Examining the effect of class size on classroom engagement and teacher—pupil interaction: Differences in relation to pupil prior attainment and primary vs. secondary schools. Learning and Instruction, 21(6), 715–730. https://doi.org/10.1016/j.learninstruc.2011.04.001
Blatchford, P., & Russell, A. (2020). Rethinking Class Size: The complex story of impact on teaching and learning (p. 328). UCL Press.
Bulder, E. & Van der Vegt, A.L. (2022). Combinatiegroepen en kwaliteit van lesgeven. Multiniveau-analyse. Oberon.
Centraal Planbureau (2016) Kansrijk onderwijsbeleid. Centraal Planbureau.
Centraal Planbureau (2020) Kansrijk onderwijsbeleid. Update 2020. Centraal Planbureau.
Dee, T. S., & West, M. R. (2011). The non-cognitive returns to class size. Educational Evaluation and Policy Analysis, 33(1), 23-46. https://doi.org/10.3102/0162373710392370
Doolaard, S., & Bosker, R. J. (2006). Kleine klassen, extra handen… beter onderwijs en betere resultaten?. Gronings Instituut voor Onderzoek van Onderwijs (GION).
Education Endowment Foundation (2021). Reducing class size. [zie Nederlandse vertaling: https://www.onderwijskennis.nl/toolkit-leren-en-lesgeven/klassenverkleining]
Ehrenburg, R. G., Brewer, D.J., Gamoran, A. & Willms, J.D. (2001). Class Size and Student Achievement’, Psychological Science in the Public Interest 2(1), 1–30. https://doi.org/10.1111/1529-1006.003
Finn, J. D., Pannozzo, G. M., & Achilles, C. M. (2003). The “why’s” of class size: Student behavior in small classes. Review of Educational Research, 73(3), 321-368. https://doi.org/10.3102/00346543073003321
Glass, G. V., & Smith, M. L. (1978). Meta-analysis of research on the relationship of class size and achievement. Far West Laboratory for Educational Research and Development.
Guillemette, Y. (2005). School Class Size: Smaller Isn’t Better. C.D. Howe Institute Commentary, 215, 13.
Hanushek, E. A. (1998). The evidence on class size. University of Rochester, W. Allen Wallis Institute of Political Economy.
Huang, Y, Richter, E., Kleickman, T. & Richter, D. (2022). Class size affects preservice teachers’ physiological and psychological stress reactions: An experiment in a virtual reality classroom. Computers and Education, 184, 104503. https://doi.org/10.1016/j.compedu.2022.104503
Hummel, L., Hooftman, W. & Schelvis, R. (2019) Werkdruk in het onderwijs. TNO.
Inspectie van het Onderwijs (2018). De Staat van het Onderwijs. Onderwijsverslag 2016/2017. Inspectie van het Onderwijs.
Jakobsson, N., Persson, M., & Svensson, M. (2013). Class-size effects on adolescents' mental health and well-being in Swedish schools. Education Economics, 21(3), 248-263.
Johnston, J. M. (1990). What are teachers' perceptions of teaching in different classroom contexts? Paper presented at the annual meeting of the American Educational Research Association. (ERIC Document Reproduction Service No. ED320867)
Leuven, E., H. Oosterbeek & M. Rønning (2008). Quasi-Experimental Estimates of the Effect of Class Size on Achievement in Norway. Scandinavian Journal of Economics, vol. 110(4): 663-693. https://doi.org/10.1111/j.1467-9442.2008.00556.x
Lou, Y., Abrami, P.C., Spence, J.C., Poulsen, C., Chambers, B. & d’Apollonia, S. (1996). Within-Class Grouping: A Meta-Analysis, Review of Educational Research 66(4), 423–58. https://doi.org/10.3102/00346543066004423
Molnar, A., Smith, P., Zahorik, J., Palmer, A., Halbach, A. & Ehrle, K. (1999). Evaluating the SAGE Program: A Pilot Program in Targeted Pupil-Teacher Reduction in Wisconsin, Educational Evaluation and Policy Analysis 21(2), 165–77. https://doi.org/10.3102/01623737021002165
Neale, I. (2018). Teachers: Stressed and Undervalued – but Satisfied with Their Job, YouGov.
Robinson, G. E. (1990). Synthesis of research on effects of class size. Educational Leadership, 47(7), 80-90.
Saqlain, N. (2015). A Comprehensive Look at Multi-Age Education. Journal of Educational and Social Research, 5(2), 285-290.
Sapulete, S., De WIlde, P. Ouwehand, K., Van der Boom, E. (2020a). Teaching and Learning International Survey (TALIS) 2018: Nationaal rapport basisonderwijs. NRO.
Sapulete, S., De WIlde, P. Ouwehand, K., Van der Boom, E. (2020b). Teaching and Learning International Survey (TALIS) 2018: Nationaal rapport voortgezet onderwijs. NRO.
Schleicher A. (2015). Does money buy strong performance in PISA. Paris: OECD.
Shapson, S. M., Wright, E. N., Eason, G., & Fitzgerald, J. (1980). An experimental study of the effects of class size. American Educational Research Journal, 17, 141-152. https://doi.org/10.3102/00028312017002141
Stasz, C. & Stecher, B.M. (2002). Before and After Class Size Reduction: A Tale of Two Teachers’. In: Finn, J.D. & Wang, M.C. (Eds.) Taking Small Classes One Step Further. Information Age Publishing.
Veenman, S., Lem, P. & Roelofs, E.C. (1989). Training teachers in mixed-age classrooms: effects of a staff development programme. Educational Studies, 15(2), 165- 180.
Veenman, S. (1995). Cognitive and non-cognitive effects of multigrade and multi-age classes: A best-evidence synthesis. Review of Educational Research, 65, 319–381. https://doi.org/10.3102/00346543065004319
Veenman, S (1996). Effects of multigrade and multi-age classes reconsidered. Review of Educational Research, 66, 323-340. https://doi.org/10.3102/00346543066003323
Zahorik, J., Molnar, A., Ehrle, K. & Halbach, A. (2002). Teaching Reduced-Size Classes: Lessons for Teachers. In: J. D. Finn & M. C. Wang (Eds.) Taking Small Classes One Step Further, 3–18. Information Age Publishing.
Volledige referentie: Van der Vegt, A. (2025). Kleine klassen: beter voor leerling en leraar (1e update). Onderwijskennis.nl (NRO). Geraadpleegd op [dag maand jaar], van www.onderwijskennis.nl/node/2894
Korte verwijzing in de tekst: (Van der Vegt, 2025)
Meer informatie: bekijk de disclaimer.
Bijdrage van
Kenmerken
Type
OverzichtsartikelGerelateerd in de kennisbank
Verdiepende bron
Zijn kleine klassen effectiever?
poLees verder bij KlasseAls er een tekort aan leraren dreigt, duikt vaak dezelfde vraag op: kunnen onze klassen groter? Pedro De Bruyckere vertelt wat de impact van klasgrootte is volgens onderzoek.
Verdiepende bron
Kleine klassen, extra handen … beter onderwijs en betere resultaten?
poDownload van RUGIn deze brochure lees je meer over leerlingaantal en hulp in de groep, gebaseerd op een 3 jaar durend onderzoek naar de gevolgen van klassenverkleining in de onderbouw van het primair onderwijs.
Antwoord op praktijkvraag
Welke groepsgrootte levert bij unitonderwijs het beste resultaat voor de leerprestaties van leerlingen in de onderbouw van het basisonderwijs?
poLees verder bij De KennisrotondeEen kleinere klassenomvang beïnvloedt over het algemeen de leerprestaties positief. De grens zou weleens bij twintig leerlingen kunnen liggen. Het is daarbij belangrijk de leerlingen binnen kleinere...