Begeleiding grote groepen en vakspecifieke manieren van denken en werken zijn moeilijk in onderzoekend leren
Karl Popper karakteriseerde veel universitair onderwijs ooit als ‘het geven van antwoorden op niet-gestelde vragen’. In plaats daarvan stelde Popper een vorm van onderzoekend leren voor waarbij het onderwijs, evenals onderzoek, start met het stellen van vragen waarvoor antwoorden worden gezocht die ook kritisch worden getoetst.
Al meer dan honderd jaar wordt een pleidooi gehouden voor onderzoekend leren in voorstellen voor onderwijsvernieuwing. Maar docenten ervaren twee belangrijke belemmeringen bij het realiseren van dit onderwijsideaal. Ten eerste is het lastig om op een goede manier grote groepen studenten te begeleiden en er tegelijkertijd voor te zorgen dat de verplichte leerstof tijdig wordt behandeld. Een tweede punt betreft het expliciet maken van vakspecifieke manieren van denken en werken zodat studenten ook de beschikking krijgen over het noodzakelijke denkgereedschap voor onderzoekend leren.
Het doel van dit project is beide belemmeringen aan te pakken, door ontwerptools te ontwikkelen voor docenten waarmee ze onderzoekend leren praktisch vorm kunnen geven in hun onderwijs.
Er is inmiddels een zeer uitgebreide kennisbasis beschikbaar over wat wel en niet werkt in onderzoekend leren. Deze kennisbasis is gebruikt om principes te formuleren voor de inrichting van onderzoekend leren zodat het ook daadwerkelijk het leren van studenten kan bevorderen.
Onderzoek naar onderzoekend leren laat telkens zien dat docenten grote moeite hebben om deze principes te implementeren in hun eigen onderwijs. Dat komt doordat een onderwijsinnovatie niet alleen effectief moet zijn voor studenten maar dat docenten deze ook als praktisch bruikbaar ervaren. Docenten vinden een vernieuwing praktisch bruikbaar als zij over tijdbesparende procedures beschikken waarmee ze kunnen voortbouwen op wat ze toch al doen. Ze willen de beoogde vernieuwing stapsgewijs kunnen realiseren en tegelijkertijd hun eigen doelen beter realiseren.
Op basis van kennis over effectieve principes voor onderzoekend leren en kennis over het praktisch maken van onderwijsinnovaties voor docenten zijn in dit project door het projectteam drie ontwerptools ontwikkeld en beproefd in een cyclisch proces van ontwikkelen, uitproberen, evalueren en bijstellen.
Positieve ervaringen docenten en studenten
Uit evaluaties in dit project blijkt dat docenten het een intellectueel uitdagende manier vinden om opnieuw het eigen wetenschapsdomein te doordenken vanuit het perspectief van onderzoekend leren. De docenten die in teamverband met de tools hebben gewerkt geven ook aan dat dit zorgt voor uitwisseling van expertise en afstemming. In de uitvoering merken zij dat studenten zich beter en sneller de relevantie en specifieke manier van denken van hun wetenschapsdomein eigen maken. Studenten willen en kunnen ook actiever meedenken.
Het spreekt docenten aan dat in dit project stapsgewijze uitbreiding van het onderwijsrepertoire centraal staat, voortbouwend op wat ze al doen en nastreven in plaats van de implementatie van één specifieke aanpak voor onderzoekend leren.
Verder blijkt deze vorm van onderwijs studenten te motiveren; ze stellen ook betere vragen. De resultaten van de mappingstaken laten zien dat studenten hun kennis meer vraaggestuurd en samenhangend hebben georganiseerd waardoor ze beter grip krijgen op complexe vraagstukken. Studenten geven bovendien aan dat ze de relevantie van het studieonderdeel beter zien. Zij waarderen deze manier van leren, omdat ze meer met kwesties bezig zijn die ook echt in wetenschap en maatschappij spelen.
Gedurende het project is het toepassingsdomein van de drie beproefde ontwerptools geleidelijk aan al uitgebreid. Langs de volgende lijnen kunnen de tools ook breder worden ingezet:
- van eerst voornamelijk studieonderdelen in het bètadomein, naar studieonderdelen in het alfa- en gammadomein;
- van aanvankelijk gericht op individueel ontwerpen van onderwijs naar ontwerpen in docententeams;
- van een focus op fysiek onderwijs naar varianten van online onderwijs;
- van een aanvankelijke gerichtheid op ontwerpen op het niveau van studieonderdelen naar het ontwikkelen van leerlijnen en inrichten van opleidingen;
- van toepassing door wo-docenten naar gebruiksmogelijkheden voor hbo- en vo-docenten.
Voor een duurzame inzet is het verder van belang dat onderzoekend leren onderdeel is van strategisch beleid op instellings- en facultair niveau. Daarnaast moeten train-de-trainer trajecten worden opgezet voor onderwijsadviseurs en trainers die docenten kunnen begeleiden bij het leren werken met deze tools.
| Opleiding(en) en aantal studenten waarbij de innovatie is toegepast: | Verschillende studenten van de opleidingen Nederlands, Rechten, Biologie, Biomedische wetenschappen |
|---|
| Ontwikkelperiode: | 2019-2022 |
|---|
| Opzet projectteam: | - projectleider
- vijf medior docenten
- vijf senior docenten
- een junior onderzoeker
- een medior onderzoeker
|
|---|
| Bestede aantal ontwikkeluren: | 976 |
|---|
| Totale budget: | EUR 99.844 |
|---|
Relevante publicaties:
- Janssen, F., Westbroek, H., Doyle, W., & Van Driel, J. (2013). How to make innovations practical. Teachers College Record the Voice of Scholarship in Education, 115(7), 1–43. https://doi.org/10.1177/016146811311500703
- Janssen, F.J.J.M., Vermeulen, M. & J.H. van Driel (2017) Leerprogressies voor bètadocenten. Ontwikkeling van expertise voor onderzoekend leren. Review studie. ICLON. Leiden
- Janssen, F.J.J.M., Westbroek, H.B., Landa, I., Van der Ploeg, B, & J. Muijlwijk-Koezen (2020). Perspectives for teaching about how science works. In McComas, W. (ed). Nature of Science in Science Instruction. Rationales and Strategies (p. 253-271). Cham: Springer
- Kennedy, M. (2016). Hoe does professional development improve teaching? Review of Educational Research, 86(10), 1-36
- Lazonder, A.W., Harmsen, R. (2016). Meta-analysis of inquiry-based learning. Effects of guidance. Review of Educational Research. 86(3), 681-718
Producten of presentaties over dit project:
- Artikel op ScienceGuide: Hoe kunnen studenten grip leren krijgen op complexiteit?
Comenius Senior Fellowship 2019