Steeds meer hogescholen en universiteiten werken met probleemgestuurd onderwijs (PGO). De methode werkt motiverend voor studenten, de stof blijft beter hangen en ze ontwikkelen vaardigheden die later in hun werk van pas komen. Maar in de uitvoering lopen studenten en docenten regelmatig vast, merkt Johan Adriaensen, universitair hoofddocent Politieke Wetenschappen aan de Universiteit Maastricht. “Het hele proces staat of valt met de kwaliteit van de prediscussie, het groepsgesprek waarin studenten hun vragen en hiaten in hun kennis formuleren.”
De leerdoelen uit de prediscussie vormen de basis voor de daaropvolgende zelfstudie en ten slotte bespreken studenten hun bevindingen in een volgende tutorial. “Idealiter is de prediscussie een creatief proces waarin studenten verantwoordelijkheid nemen voor hun leerproces”, zegt Adriaensen. “In werkelijkheid gaan ze vaak snel naar de volgende stap of valt het gesprek stil. En komt de docent te snel met een oplossing.
Studenten helpen nadenken
Recente discussies over generatieve AI op de universiteit gingen vooral om zorgen rond fraude en plagiaat door studenten. Adriaensen vroeg zich af of het mogelijk was grote taalmodellen op een constructievere manier te gebruiken. “Dus niet om werkstukken te schrijven of samenvattingen te genereren – een shortcut”, licht hij toe, “maar juist om het debat te verdiepen. Kunnen dit soort taalmodellen studenten misschien helpen tijdens de prediscussie van het probleemgestuurd onderwijs en zouden daardoor de resultaten verbeteren?”
Dat zoekt Adriaensen uit in zijn onderzoek Een Co-piloot voor probleemgestuurd onderwijs (COPILOT). Hij had de titel al gekozen voordat hij hoorde van de gelijknamige tool van Microsoft, en bedoelt met co-piloot ‘een hulpmiddel’. Hij en zijn collega’s gebruiken voor dit onderzoek voorlopig vooral ChatGPT (de gratis versie), omdat studenten deze tool kennen. De uitdagingen met probleemgestuurd onderwijs zijn al langer bekend en er zijn ook al veel oplossingen geopperd, vertelt hij. “Dit onderzoek is een alternatieve manier om dat aan te pakken.”
Tips van Johan Adriaensen voor docenten die hun onderwijs willen onderzoeken
- Begin met een acuut probleem dat breed erkend is in de opleiding. Dat maakt het niet enkel praktisch en nuttig, maar levert ook steun op van collega’s. En het zorgt voor inbedding van de innovatie voor een langere termijn dan de duur van het project.
- Maak je onderzoeksvoorstel heel concreet en realistisch.
- Zorg dat je onderzoek naar onderwijs een integraal onderdeel is van je persoonlijke ontwikkelingsstrategie als academicus.
Kritische stem
Tijdens zijn colleges heeft Adriaensen gemerkt dat wanneer een student tijdens de prediscussie iets oppert, de andere studenten het er vaak direct mee eens zijn. “Ze willen het idee niet afkraken, waardoor de discussie wel eens stokt. Als de suggesties van een taalmodel komen, durven ze waarschijnlijk kritischer te zijn.”
De kritische stem kan ook van het taalmodel zelf komen, legt hij uit. Bijvoorbeeld een eurosceptische houding aannemen: veel studenten bij European studies, de opleiding waar hij lesgeeft, zijn pro-Europees. “Dit kan de prediscussie levendiger maken en verbetert het hele leerproces.”
Adriaensen en zijn collega’s zochten uit welke prompts het beste werken voor goede resultaten. “Je wilt niet dat het taalmodel gaat hallucineren en je veel tijd moet steken in de correctie.” De docenten testen het hulpmiddel in negen cursussen – enkel in het geval dat de prediscussie niet productief verloopt. “Het moet geen onderwijsinnovatie zijn die je standaard of koste wat kost moet toepassen”, vindt hij. “Docenten en studenten zijn vrij om dit hulpmiddel te gebruiken, als het nodig is. Op zo’n manier staan ze er eerder voor open.”
Studenten gaan als groep akkoord om deel te nemen aan het experiment, vertelt Adriaensen. “De impact op het klimaat en privacyoverwegingen kunnen een ontmoedigende factor zijn.” In een groepsgesprek halverwege het blok wisselen de studenten hun ervaringen uit met het taalmodel. De onderzoekers maken vervolgens een draaiboek met voorbeelden waarin het taalmodel is toegepast en de bevindingen.
Dit onderzoek is gefinancierd door het NKO (voorheen NRO) vanuit het onderzoeksprogramma Scholarship of Teaching and Learning (SoTL-beurs).
Kenmerken van dit programma:
- thematische projecten;
- ervaringen worden gedeeld met andere onderwijsprofessionals en geïnteresseerden;
- voor beginnende docenten die willen groeien in hun vak en voor ervaren docenten die hun eigen onderwijs willen onderzoeken;
- een laagdrempelig en toegankelijk aanvraagproces voor kleinschalige experimenten.
Je eigen onderwijs onderzoeken
College geven aan universitaire studenten doet Adriaensen al ruim tien jaar. Het is zijn passie, zegt hij. “Maar in het begin was mijn onderwijs niet bepaald goed.” Hij ging daarom op zoek naar manieren om dat te verbeteren. “Academische artikelen over onderwijs lezen was voor mij een vorm van zelfhulp.” Langzamerhand ging hij ook steeds meer zelf zijn eigen lessen onderzoeken.
De Scholarship of Teaching and Learning (SoTL-beurs) hielp hem verder in die richting. Meer docenten kunnen hun eigen colleges onderzoeken, denkt hij. “Veel academici doen hele innovatieve, creatieve dingen in hun onderwijs. Maar ze hebben er geen weet van dat je daar met een beetje extra moeite financiering voor kunt krijgen.”
Lees meer over het SoTL-programma
Lees meer over andere onderzoeksprogramma’s voor het hoger onderwijs
Bijdrage van
Johan Adriaensen
Universitair Hoofddocent Politieke Wetenschappen
Maastricht University