Samenwerking tussen het hoger onderwijs en het bedrijfsleven, het werkveld of de maatschappelijke omgeving is belangrijk, voor zowel onderzoek als onderwijs. Deze studie laat zien wat er bekend is over de verschillende verbindingen van leren en werken in het hoger onderwijs. Het onderzoek focust daarbij op drie varianten van verbinding, namelijk: de stage, projectonderwijs en challenge-based learning (CBL).
Methode: literatuurreview voor analyse van praktijkvarianten
Er is een uitgebreide literatuurreview van 16 empirische studies uitgevoerd naar de drie varianten. Hierbij lag het zwaartepunt op CBL, omdat deze relatief nieuw is in het hoger onderwijs. De empirische studies zijn onderzocht door middel van literatuurreview.
Resultaten: bijdrage aan professionele expertise
Verschillende studies laten zien dat stages bijdragen aan de ontwikkeling van professionele expertise. Het is daarbij wel belangrijk dat er een goede verbinding is tussen het onderwijs en het werkveld om de leeropbrengsten te realiseren. Of stages op lange termijn effect hebben is onduidelijk.
Ook blijkt dat projectonderwijs en stages een positief effect hebben op de ontwikkeling van professionele expertise. Bij beide zijn kritisch denken en probleem oplossen gerapporteerd als leeropbrengsten.
Ten slotte, CBL laat vergelijkbare leeropbrengsten zien als projectonderwijs. Echter ligt bij CBL de nadruk (nog) meer op ‘open-einde’ leren en samenwerking met het werkveld: co-creatie. Deze elementen maken CBL complexer dan projectonderwijs wat de implementatie spannend maakt, maar van de deelnemers een actieve leerhouding vraagt.
Tegelijkertijd roept het onderzoek naar de drie varianten ook vragen op over de onderzoekskwaliteit van het onderzoek zelf. Alle geraadpleegde reviewstudies blijven kritisch kijken naar de kwaliteit van hun onderzoek. Zo richten ze hun kritiek op de methodologische kwaliteit van de gedane studies en op het gebrek aan een precieze omschrijving van het object van studie.
Aanbevelingen voor praktijk of beleid: specifieke kenmerken en randvoorwaarden
Stages bevatten de minst intensieve verbinding tussen onderwijs en werkveld. Bij projectonderwijs is deze verbinding sterker en bij challenge-based learning is deze verbinding het sterkt. Alle drie laten ze zien dat verbinding met het werkveld relevant is voor de ontwikkeling van de professionele expertise van studenten. Tegelijkertijd is gebleken dat de drie varianten specifieke kenmerken hebben en dus ook om andere randvoorwaarden vragen.
Ten eerste verschilt de locatie. Bij stages gaat de student naar een bedrijfsomgeving. Bij projectonderwijs wordt de ‘bedrijfsomgeving’ meestal de school binnengehaald. Bij CBL is er een nieuwe plek gecreëerd die door onderwijs en bedrijfsleven gemaakt is.
Ten tweede doet het werken met (open-einde) vraagstukken bij alle drie de varianten een groot beroep op de zelfsturing van studenten. Naar mate vraagstukken ‘opener’ worden, wordt van studenten verwacht meer om te gaan met onduidelijkheid (ambiguïteit), onzekerheid en het nemen van risico. Ten derde zijn er grote verschillen wat betreft de diversiteit in samenwerkingspartners en hun bijdrage aan de samenwerking. Anders dan bij stages en projectonderwijs wordt bij CBL in het héle proces samengewerkt met belanghebbenden. Dit vraagt om (de ontwikkeling van) een lerend netwerk.
Download het onderzoeksrapport