“Het hoger onderwijs is een complexe leeromgeving waar je minder begeleiding krijgt dan op de middelbare school”, zegt Peter Verkoeijen. Door de toenemende flexibiliteit bepalen studenten niet alleen waar, wanneer en hoe ze leren, maar ook steeds meer wát ze leren. Dat doet een beroep op hun zelfregulatie. “Er zijn sterke aanwijzingen dat zelfregulatie verband houdt met leren, prestaties en welbevinden. En dat is niet alleen zo tijdens de studie, ook op de werkvloer zijn die vaardigheden belangrijk. Daarom is het goed om er aandacht aan te besteden in het onderwijs.”
Wat is zelfregulatie?
“Zelfregulatie gaat over hoe studenten hun leren plannen, hoe ze ermee aan de slag gaan en hoe ze vervolgens daarop reflecteren”, vertelt Anique de Bruin. “Dat kan op microniveau, een student die denkt: ‘Ik moet het komende uur dit hoofdstuk lezen, hoe ga ik dat doen?’ Maar ook op macroniveau: ‘Ik moet mijn eigen curriculum samenstellen en er zijn verschillende modules om uit te kiezen de komende drie jaar. Hoe pak ik dat aan?’ Bij dit soort beslissingen komen allerlei cognitieve, motivationele en emotionele processen kijken. Lukt het die student dat uur effectief te werken of niet? Is de leeromgeving goed ingericht? Zijn de verwachtingen van de docent wel of niet duidelijk? Gebruikt de student goede cognitieve leerstrategieën? Zit diegene lekker in z’n vel? En is die genoeg gemotiveerd voor deze studie?"
Het praktijkgerichte onderzoek van onder anderen De Bruin en Verkoeijen is erop gericht te begrijpen hoe studenten zelfgereguleerd leren. De Bruin: “We weten dat dit geen vanzelfsprekendheid is.” Studenten vertonen uitstel gedrag, hebben moeite om leerdoelen te stellen, te plannen en op hun werk te reflecteren. “Daarom onderzoeken we vooral ook hoe docenten hen kunnen ondersteunen. Wat is daarover bekend in de wetenschap?” Zo blijkt dat zelf regulatievaardigheden trainen effect heeft. Datzelfde geldt voor het stimuleren van coregulatie, oftewel het ondersteunen van regulatie door medestudenten of docenten.
Hoe kunnen docenten helpen?
“Er zijn verschillende dingen die je kunt doen als docent”, aldus Verkoeijen. “In ieder geval je studenten kennis bijbrengen over wat zelfregulerende vaardigheden zijn. En hen helpen overtuigd te raken van het belang van die vaardigheden. Reflecteer op waar ze nu staan en laat hen met verschillende strategieën oefenen. Vraag hun bijvoorbeeld hoe ze studeren: ‘Wat doe je nu eigenlijk als je in de boeken duikt? Wat is je aanpak en welke strategie gebruik je? Maak je een samenvatting of markeer je tekst? Leg je het aan iemand anders uit?’ Dit kun je allemaal cognitieve leerstrategieën noemen, die we in ons onderzoek koppelen aan wetenschappelijk bewijs van wat wel en niet werkt.”
Een effectieve manier om kennis op te doen, is dat wat je geleerd hebt actief uit je geheugen ophalen. Retrieval practice heet dat in de literatuur. Dat kan met oefentoetsen of met flashcards, liefst verspreid over de tijd. “Als docent kun je studenten vragen hoe ze dit gaan aanpakken: ‘Hoe zorg je dat retrieval practice een gewoonte wordt tijdens je studie?’ Vervolgens kijk je met hen of dat ook inderdaad tot tevredenheid leidt en of ze merken dat ze meer onthouden.”
Praktische strategieën voor docenten
In een webinar over dit onderwerp noemt De Bruin een aantal strategieën die docenten kunnen zetten: expliciete instructie, feedback geven, modelleren en een ondersteunende omgeving. Modelleren bijvoorbeeld doen docenten door hun eigen zelfregulerende vaardig heden zichtbaar te maken en uit te leggen. Verkoeijen: “Je kunt voordoen hoe jij zelf iets aanpakt. Bijvoorbeeld hoe je een goede planning maakt, met welk doel, in welke context en op verschil lende manieren. Maar zorg daarbij ook voor een ondersteunende leeromgeving. Je kunt wel zeggen dat studenten een goede planning moeten maken, maar als dat vervolgens niet meetelt om een opdracht met een voldoende af te sluiten, zullen ze aan die planning niet veel aandacht besteden.”
Zelfregulatie van docenten?
Een voorwaarde om studenten pedagogisch-didactisch te ondersteunen is dat docenten zelf ook kennis van zelfregulatie hebben en hoe ze die vaardigheden kunnen inzetten. De Bruin: “Er is nog een wereld te winnen wat betreft kennis over effectieve zelfregulatie, hoe je deze praktisch vormgeeft en studenten ondersteunt als docent of docenten team. Veel weten we nog niet daarover. Daarom werken aan ons onderzoek ook docenten mee; zij delen waar hun studenten en zijzelf tegenaan lopen.”
Het onderzoek wordt in een groot consortium gedaan, waarin onderzoekers, docent-onderzoekers en andere onder wijsprofessionals samenwerken. Dat bevalt Verkoeijen en De Bruin goed. “Alle deelnemers zijn gedreven en brengen hun eigen expertise en praktijk ervaring mee.” En dat levert nu al wat op. Inzichten die uit het onderzoek komen, worden op verschillende manieren gedeeld: via publicaties, presentaties en workshops, een whitepaper, een podcast en het eerder genoemde webinar.
Bekijk het webinar Zelfregulerend leren: van theorie naar praktijk in het hoger onderwijs.
Bekijk de themapagina over zelfregulerend leren met verdiepende bronnen en praktische handvatten.
Het praktijkgerichte onderzoek naar de ondersteuning van zelfregulerend leren in flexibel hoger onderwijs wordt uitgevoerd door een consortium van onderzoekers, docent-onderzoekers en andere onderwijsprofessionals. De studie maakt deel uit van het onderzoeksprogramma Grote vragen in het hoger onderwijs. Dat programma stimuleert onderzoek naar relevante vragen in het vervolgonderwijs in Nederland.
Lees meer over Grote vragen in het vervolgonderwijs.
Leidraad in de maak
Peter Verkoeijen maakt samen met het NKO een leidraad over zelfregulerend leren in het hoger onderwijs, die in 2027 zal verschijnen. Het NKO publiceert leidraden voor docenten in alle onderwijssectoren. Met een leidraad kun je effectieve keuzes maken in je onderwijs, op basis van wat we weten uit onderzoek. Dankzij de betrokkenheid van onder zoekers en onderwijsprofessionals zijn de leidraden wetenschappelijk onderbouwd én afgestemd op de praktijk
Bekijk alle leidraden van het NKO