"Taal is een middel om een doel te bereiken", zegt Wolvenne. "Taalverzorging zoals correct schrijven en netjes formuleren, is daarbij een hulpmiddel, niet het eindpunt. Het gaat erom dat studenten effectief kunnen communiceren in hun beroep. Dat besef moet bij het hele onderwijsteam landen." ROC Nijmegen heeft hiervoor een schoolbreed taalbeleid ontwikkeld. De visie op taal raakt niet alleen de taaldocenten, maar het hele team. Ook stagebegeleiders, instructeurs en mentoren zijn hierin meegenomen.
Van weerstand naar empowerment
In de praktijk blijkt dat makkelijker gezegd dan gedaan. Collega’s kunnen weerstand ervaren. “Ze zijn bang dat er van hen verwacht wordt dat ze dt-fouten gaan verbeteren. Of dat meertaligheid in de klas een probleem is. Dat weerleggen we meteen en we proberen die weerstand om te buigen naar empowerment: wat kun jíj bijdragen aan de taalontwikkeling van studenten, vanuit jouw vakgebied?” De aanpak op ROC Nijmegen is praktisch en laagdrempelig. Docenten krijgen korte workshops aangeboden over werkvormen voor taalgericht vakonderwijs en meertaligheid. Ook worden vijftien duo’s van taal- en vakdocenten geschoold in genredidactiek.
Start met vaktaalwoorden
Voor docenten die willen beginnen met taalgericht lesgeven, heeft Wolvenne een praktische tip: "Maak inzichtelijk welke taal studenten nodig hebben in hun toekomstige beroep. Dit kun je als volgt doen: zet iedere les drie vaktaalwoorden in je PowerPoint. Voor de opleiding Business Administration zijn dat bijvoorbeeld aanmaning, kredietlimiet en relatiekorting. Aan het einde van de les vraag je of studenten voorbeelden kunnen geven bij deze woorden. Zo kun je hun begrip checken.”
Zet genredidactiek in
Een aanpak die Wolvenne consistent inzet, is genredidactiek: studenten leren schrijven door te kijken naar bestaande tekstsoorten en de kenmerken daarvan te ontleden. Bijvoorbeeld bij een cv, een zakelijke mail of een betoog. Studenten analyseren hoe de teksten zijn opgebouwd. Wat is de toon? Welke zinnen komen steeds terug? Vanuit die analyse gaan ze zelf aan de slag: eerst samen, dan individueel. Daarbij krijgen ze taalsteun, zoals schrijfkaders, beginzinnen van alinea's, en instructies over wat er in welk gedeelte moet staan. Vervolgens bouwt Wolvenne die steun geleidelijk af. “Je schrijft iets, je bespreekt het en je schrijft het opnieuw zodat het beter wordt. Dat is hoe je écht leert schrijven.”
Verschillende niveaus tegelijkertijd
Net als op veel andere mbo’s zijn de klassen van Wolvenne allesbehalve homogeen. Moeders zitten naast zestienjarigen en jongeren die pas in Nederland zijn aangekomen naast studenten die van de havo komen. Dat betekent onderwijzen op 1F-, 2F- én 3F-niveau tegelijkertijd. "Differentiëren is dan essentieel. Ik werk bijvoorbeeld met drie artikelen over hetzelfde onderwerp, maar vanuit verschillende media en op verschillende niveaus. Zo kun je in de les iedereen bereiken en ook de diepte in gaan met wie dat aankan."
Voor NT2-studenten past Wolvenne haar materiaal en instructie specifiek aan. “Bijvoorbeeld voor luisterfragmenten zijn een-op-een-interviews uit het Jeugdjournaal beter dan drukke groepsgesprekken. Verstaanbaarheid en spreektempo zijn cruciaal.” Leesopdrachten maakt deze groep niet op de laptop, maar op geprinte bladen. Ze mogen moeilijke woorden onderstrepen en indien nodig vertalen. Ze krijgen de ruimte om hun thuistaal te gebruiken ter voorbereiding. “Maar uiteindelijk moeten ze in het Nederlands presenteren. Zo geef je de thuistaal een waardige plek, zonder de eindbestemming uit het oog te verliezen."
Taal als rode draad
Taal, zo maakt Wolvenne duidelijk, is niet alleen het vak Nederlands. “Het loopt als een rode draad door de hele opleiding: door elk beroepsgesprek, elk stageverslag, elke zakelijke mail. Wie dat als beroepsdocent omarmt, geeft studenten iets mee dat verder reikt dan een diploma: de taal van hun toekomstige baan."
Zes manieren om de taalvaardigheid van mbo-studenten te verbeteren
- Taal leren in elk vak. Taalvaardigheid hoef je niet alleen te oefenen in de Nederlandse les. Door taaldoelen te verweven in vakken als zorg, techniek of handel leren studenten de taal die ze écht nodig hebben in hun toekomstige beroep. Het is als docent belangrijk om je bewust te zijn van de taalaspecten van het vak en te weten hoe je studenten daarin kunt begeleiden.
- Schrijven en lezen met echte situaties. Werk met herkenbare en realistische scenario's, die een link hebben met de werkvloer.
- Stap voor stap schrijven met ondersteuning. Maak gebruik van schrijfkaders, voorbeeldteksten en checklists helpen hen om complexere teksten te schrijven. Bij genredidactiek gaat dit stapsgewijs: van teksten verkennen en analyseren, naar samen schrijven en uiteindelijk zelfstandig aan de slag gaan.
- Leren door te kijken. Zien hoe iemand anders een schrijftaak aanpakt, werkt inspirerend. Een video van een student die hardop denkt tijdens het schrijven of een voorbeeldtekst, helpt studenten om hun eigen aanpak te verbeteren.
- Aansluiten bij voorkennis en toekomstige beroep. Effectief leesonderwijs sluit aan bij wat studenten al weten en bij hun toekomstige beroep. Docenten bouwen woordenschat op, oefenen leesstrategieën en werken met verschillende soorten teksten.
- Feedback die écht iets oplevert. Bij formatief evalueren draait het niet om een cijfer, maar om leren. Regelmatig gerichte feedback geven én studenten die feedback laten gebruiken om hun werk te verbeteren, is mogelijk ook zinvol in het mbo. Als docent krijg je bovendien beter inzicht in waar studenten staan en wat ze nodig hebben.
Meer weten over dit onderwerp? Bezoek dan onze themapagina 'Taalontwikkeling bij mbo-studenten ondersteunen.'