Vier vervlochten processen van innoveren

  • Hoger onderwijs
  • Innoveren is een niet-lineair proces, en niet één, maar verschillende processen die met elkaar vervlochten zijn. Dit model helpt de projectleider die vervlechting te doorzien en ernaar te handelen.

    Bijdrage van dr. Tanja Enninga (Hogeschool Utrecht) , dr. Remko van der Lugt (Hogeschool Utrecht) Meer informatie

    Gepubliceerd:

    Innoveren

    Als een onderwijsinstelling gaat innoveren dan ontwikkelen ze iets nieuws. Het begint met een doel of idee, dat richting en urgentie aan de innovatie geeft. De instelling heeft een voorgenomen “eindproduct” waar de innovatie toe moet leiden. Dit is de spreekwoordelijke stip op de horizon. Hoe ‘radicaler’ of ‘vernieuwender’ het idee is, hoe moeilijker het proces van tevoren kan worden geschetst. Bovendien is het proces om van een idee tot het doel te komen door de huidige complexiteit van de onderwijspraktijk lastig in te schatten. De wereld waarin ideeën tot leven komen is dynamisch. Kortom: je weet niet wat je niet weet.  

    Er is niet altijd oog voor de zojuist genoemde complexiteit van onderwijsinnovaties. De meeste innovatieprojectleiders krijgen een vast budget en een concrete deadline voor het eindproduct.  Opdrachtgevers denken vaak dat het idee probleemloos kan worden uitgevoerd zodra het doel op hoofdlijnen is uitgewerkt. Gedurende het proces komen innovatieprojectleiders er meestal achter dat tijdens de uitwerking problemen ontstaan. De oplossingen voor deze problemen vragen creativiteit. Innoveren, en zeker onderwijsinnovatie, gebeurt meestal niet door een eenzame ontwikkelaar "in de garage". Het steeds verder uitgewerkte concept moet gebouwd, verbouwd en afgestemd worden met betrokkenen. Betrokkenen willen en moeten meedenken. Of tegen-denken, want ook daar zit veel waarde in. Het eindproduct moet immers aansluiten bij de behoeften van verschillende betrokkenen, moet passen in bestaande processen en bij andere bestaande onderwijsproducten. Op verschillende niveaus spelen dus andere processen.

    Kern van het model

    Het model ‘Vier vervlochten processen van innoveren’ is ontwikkeld om grip te krijgen op dit soort situaties. Het is niet specifiek ontwikkeld voor onderwijsinnovatieprocessen. Het empirisch onderzoek is uitgevoerd in casussen van radicale vernieuwing in drie andere domeinen: een consumentenproduct uit de voedingsmiddelenindustrie, een medicijn-innovatie, en een nieuw verpleeghuisconcept voor mensen met dementie. Het is echter goed toepasbaar in de praktijk van onderwijsinnovatie.

    Het model gaat uit van het perspectief dat innoveren een proces is, een bundel aan activiteiten en gebeurtenissen die plaatsvinden gedurende een bepaalde tijd. "De innovatie" is het product van dat proces. Om die reden wordt gesproken over innoveren als werkwoord, en zijn de onderliggende deelprocessen ook werkwoorden, om aan te geven dat het activiteiten zijn die voortdurend in beweging zijn. Om de kluwen van verschillende activiteiten en gebeurtenissen te ontrafelen, zijn deze in het model geordend naar inhoud of proces, en naar rationeel of creatief/empathisch denken en handelen. Deze activiteiten vinden plaats binnen een bepaalde context, die ook invloed kan hebben op dit innovatieproces, en de activiteiten lopen door over de tijd.

    Het model ‘Vier vervlochten processen van innoveren’ kan zowel gebruikt worden voor 'sensemaking', dat wil zeggen om te begrijpen wat er in een bepaalde situatie eigenlijk aan de hand is, als voor het ontwikkelen en kiezen van handelingsalternatieven.

    Figuur 1. Vier vervlochten processen van innoveren
    Figuur 1. Vier vervlochten processen van innoveren

    Het model is opgebouwd uit vier deelprocessen, die samen het proces van innoveren vorm geven binnen een bepaalde context. Elk proces wordt in de literatuur beschreven binnen een specifiek domein.   De 'Vier vervlochten processen van innoveren’ zijn: content development, het creatieve proces, groepsdynamieken en project management.  

    • De ontwikkeling van het eindproduct, de innovatie, is het veld van de ‘content development’. Hier zal vooral de inhoudelijke expertise leidend zijn. Voor onderwijsinnovatie is dit het domein van de onderwijskundigen. Dat eindproduct moet voldoen aan de behoeften van gebruikers (desirable), het moet te maken zijn (feasible) en het moet ook een sluitende business case hebben (viable) Brown, T. (2009). Change by Design. New York: Harper Collins Publishers.
    • Voor een aantal problemen binnen de ontwikkeling van het eindproduct moet het projectteam nieuwe, onorthodoxe, creatieve oplossingen zoeken. Het creatieve proces van innoveren is veelal het domein van de ontwerpdisciplines (design thinkers), die vertrouwd zijn met innoveren als een proces van divergeren, van uitwaaieren en verbreden,  en convergeren, vanuit die eerdere verbreding komen tot focus en bundeling Isaksen, S. G., Dorval, K. B., & Treffinger, D. J. (2011). Creative Problem Solving. Thousand Oaks, CA: SAGE Publications.
    • Organisatiedeskundigen en sociale wetenschappers zullen het proces benaderen vanuit de verschillende perspectieven van betrokkenen en vanuit groepsdynamieken. In innovatieprocessen is zelden sprake van één groep, maar juist van interactie met een variëteit aan mensen en belangen Kleinsmann, M., Buijs, J. A., & Valkenburg, R. (2010). Understanding the complexity of knowledge integration in collaborative new product development teams: A case study. Journal of Engineering and Technology Management, 27(1-2), 20–32. http://doi.org/10.1016/j.jengtecman.2010.03.003
      Dat vraagt ook verschillende leiderschapsstijlen Bartlett, C. A., & Ghoshal, S. (1995). Rebuilding Behavioral Context: Turn process Reengineering into People Rejuvenation. Sloan Management Review, 36(1).
    • Vanuit het domein van projectmanagement wordt innoveren beschreven als een planmatig proces met variabelen van tijd, geld en eindcriteria, ook wel de 'iron triangle' genoemd Atkinson, R. (1999). Project management: cost, time and quality, two best guesses and a phenomenon, it’s time to accept other success criteria. International Journal of Project Management, 17(6), 337–342.

    Elk van de domeinen kijkt met een eigen monodisciplinaire benadering, die veelal de andere aspecten buiten beschouwing laat. Uit empirisch onderzoek blijkt echter dat de processen van de domeinen samenhangen en dat activiteiten die voortkomen uit verschillende deelprocessen tegenstrijdig kunnen zijn Enninga, T.L. (2018). Armchair Travelling the Innovation Journey; building a narrative repertoire of the experiences of innovation project leaders during the innovation journey (proefschrift). Delft: Technische Universiteit Delft.
    In de praktijk blijken ook binnen die deelprocessen tegenstrijdige perspectieven te bestaan. Verschillende belanghebbenden kunnen andere visies hebben over de uitwerking van het doel en het proces.

    Het onderstaande kader schetst een praktijkcasus om die deelprocessen te verhelderen. De details en de inkleuring zijn natuurlijk in elke situatie verschillend, maar menig innovatieprojectleider kan zich een vergelijkbare situatie voorstellen.

    Geraadpleegde bronnen

    Brown, T. (2009). Change by Design. New York: Harper Collins Publishers.
    Isaksen, S. G., Dorval, K. B., & Treffinger, D. J. (2011). Creative Problem Solving. Thousand Oaks, CA: SAGE Publications.
    Kleinsmann, M., Buijs, J. A., & Valkenburg, R. (2010). Understanding the complexity of knowledge integration in collaborative new product development teams: A case study. Journal of Engineering and Technology Management, 27(1-2), 20–32. http://doi.org/10.1016/j.jengtecman.2010.03.003
    Bartlett, C. A., & Ghoshal, S. (1995). Rebuilding Behavioral Context: Turn process Reengineering into People Rejuvenation. Sloan Management Review, 36(1).
    Atkinson, R. (1999). Project management: cost, time and quality, two best guesses and a phenomenon, it’s time to accept other success criteria. International Journal of Project Management, 17(6), 337–342.
    Enninga, T.L. (2018). Armchair Travelling the Innovation Journey; building a narrative repertoire of the experiences of innovation project leaders during the innovation journey (proefschrift). Delft: Technische Universiteit Delft.

    Casus

    Er is een idee ontstaan voor een geheel nieuwe opleiding. Het College van Bestuur is enthousiast en na wat eerste verkenningen wordt een innovatieprojectleider aangesteld. Zij krijgt de opdracht het idee verder uit te werken met een klein team. Het team begint met een serie gesprekken met uiteenlopende stakeholders. Iedereen is enthousiast. “Wat zou het mooi zijn,” zegt een van de informanten, “wanneer wij onze vernieuwende manier van werken in deze nieuwe opleiding kunnen verwezenlijken. Echt iets voor onze instelling om dat te kunnen!” Naarmate de uitwerking vordert en de plannen concreter worden, blijkt toch niet iedereen even enthousiast. De consequentie van de nieuwe opleiding betekent dat sommige opleidingen studenten kwijt kunnen raken aan dit nieuwe programma. Dat had niemand aan het begin zo bedacht.

    Het College van Bestuur ziet hier kansen om kosten te besparen en meldt dat na de start van het nieuwe programma, een opleiding bij een van de instituten zal moeten gaan afbouwen, om op te gaan in dit nieuwe programma. Nu heeft de nieuwe opleiding ineens een veel grotere groep met stakeholders die zich roeren. Al die meningen en dynamieken hebben impact op het traject dat de innovatieprojectleider had uitgezet. Het kost het team nogal wat tijd om met iedereen in contact te blijven en de emoties goed te managen. De druk neemt toe en er wordt geen middel onbenut gelaten, door zowel voor- als tegenstanders van de ontwikkelingen, om de eigen argumenten kracht bij te zetten. Daarbij hebben sommige nieuwe stakeholders ook input die impact heeft op hoe de inhoud van de opleiding nu ontwikkeld wordt. Wil en kan het projectteam deze input nu meenemen, of is het beter (en voor wie dan) om eerst het huidige plan af te ronden en daarna aan versie 2.0 te gaan werken?

    De innovatieprojectleider besluit om met verschillende individuele stakeholders en stakeholdergroepen sessies te beleggen om scenario’s te ontwikkelen rond de inhoud, en daarbij veel aandacht te hebben voor de groepsdynamieken en emoties die onder water spelen. Tegelijk moet er wel tempo gemaakt worden, want het College van Bestuur wil graag horen of het team op tijd klaar is om goedkeuring aan te vragen bij het ministerie. De stakeholdersessies zijn nog maar net van start gegaan wanneer het bericht komt dat de brancheorganisatie uit het praktijkdomein een verplichte scholing gaat invoeren. Dit heeft grote consequenties voor de gekozen inhoud van de opleiding. Terug naar de tekentafel.

    Effect

    Wanneer we de praktijkcasus bekijken aan de hand van het model ‘Vier vervlochten processen van innoveren’ dan zien we dat de innovatieprojectleider moet switchen tussen deze deelprocessen en verschillende dingen tegelijk moet doen. Het is belangrijk dat de innovatieprojectleider zich realiseert dat gebeurtenissen in één deelproces de andere processen kunnen beïnvloeden. Daarom hebben de innovatieprojectleider en het projectteam capaciteiten op alle domeinen nodig om tot goede oplossingen te komen.

    Het innovatieproces vraagt van het team empathie met betrokkenen en begrip voor de verschillende standpunten. Als alle standpunten in kaart zijn gebracht kan het team sturen op het verbinden van deze perspectieven. Tegelijkertijd moet het team keuzes maken over hoe (en welke) invloed deze input heeft op de inhoud van de opleiding.

    Uiteindelijk moeten de projectleider en het projectteam keuzes maken om de weg te vervolgen richting het einddoel. Aan de ene kant moet het team ruimte maken voor inhoudelijke wensen van stakeholders. Aan de andere kant moet het project op tijd en binnen de afgesproken criteria worden afgerond.

    Gebruik van het model

    Wat betekenen deze inzichten voor onderwijsinnovatie? Allereerst kan het model ‘Vier vervlochten processen van innoveren’ gebruikt worden als een kapstok. Zo kunnen bij het ontrafelen van een serie gebeurtenissen, individuele aspecten worden opgehangen aan verschillende deelprocessen. Deze kapstok helpt om bewust te worden van de dynamieken tussen verschillende partijen. Daarnaast geeft de kapstok inzicht in welke vragen er toe doen en voor wie (sensemaking). Door meer zicht te hebben op het speelveld en de gebeurtenissen daarbinnen, kan het model voor de innovatieprojectleider behulpzaam zijn in het overwegen van handelingsalternatieven en richting geven aan keuzes.

    Begrijpen wat belangrijk is voor wie en snappen waarom het in het proces kan voelen als een knoop, wil nog niet zeggen dat de innovatieprojectleider daarmee ook de route naar een oplossing heeft. Er is meestal niet één 'beste' route. Door de vier velden van het model langs te lopen, kan de innovatieprojectleider wel verschillende alternatieve routes bedenken. Bijvoorbeeld door verschillende 'velden' te combineren. Moet er iets veranderd worden aan de inhoud? Is daar een creatief proces voor nodig? Of moeten er juist gesprekken plaatsvinden met verschillende stakeholders omdat de oplossingsrichting in de groepsdynamieken kan zitten? Moeten die gesprekken gaan over bestaande inhoudelijke verschillen of juist over het zoeken naar andere creatieve oplossingen? Of zou het verlengen van de tijd, het verhogen van het budget, of het vereenvoudigen van de criteria een goede oplossing kunnen zijn waarover iedereen tevreden is? Wat zou er gebeuren in het creatieve proces wanneer we zoeken naar oplossingen om de innovatie te versnellen in plaats van te vertragen?

    Misschien ligt de oplossing van het probleem niet (alleen) in een nieuw voorstel voor de inhoud, maar (ook) in een wijziging in het proces. De innovatieprojectleider kan voor zichzelf, en vaak nog beter met betrokkenen, aan de hand van het model ontleden wat er aan de hand is. De groep betrokkenen kan taal ontwikkelen om dat te duiden en de weg voorwaarts weer te vinden.

    Mentale lenigheid en uithoudingsvermogen

    Het model kan niet alleen dienen als een kapstok om te begrijpen, maar ook als manier om te zoeken naar stroeve processen. Dit betreft zowel inhoudelijke processen als de samenwerking met verschillende partijen. Het gebruik van het model is niet alleen voor innovatieprojectleiders. Alle betrokkenen bij een innovatieproject kunnen dit model gebruiken. Alhoewel van de innovatieprojectleider mag worden verwacht dat deze leiding en sturing geeft in de voortgang van het innovatieproces.

    Het doorzien van de 'vier vervlochten processen van innoveren' het kan de innovatieprojectleider daarbij mogelijk steun en begrip geven voor zichzelf en zijn of haar omgeving. Het is immers niet eenvoudig om verschillende manieren van denken en handelen tegelijkertijd te doen Buijs, J. A. (2007). Innovation Leaders Should be Controlled Schizophrenics. Creativity and Innovation Management, 16(2), 203–210. http://doi.org/10.1111/j.1467-8691.2007.00431.x
    Daarnaast heeft een innovatieprojectleider uithoudingsvermogen nodig om continue te blijven schakelen. Tegelijkertijd gloort de nieuwe innovatie aan de horizon, en is het proces zelden saai. Dat is wat het leiden van het innovatieproces zo ontzettend leuk maakt!

    Geraadpleegde bronnen

    Buijs, J. A. (2007). Innovation Leaders Should be Controlled Schizophrenics. Creativity and Innovation Management, 16(2), 203–210. http://doi.org/10.1111/j.1467-8691.2007.00431.x

    Atkinson, R. (1999). Project management: cost, time and quality, two best guesses and a phenomenon, it’s time to accept other success criteria. International Journal of Project Management, 17(6), 337–342.

    Bartlett, C. A., & Ghoshal, S. (1995). Rebuilding Behavioral Context: Turn process Reengineering into People Rejuvenation. Sloan Management Review, 36(1).

    Brown, T. (2009). Change by Design. New York: Harper Collins Publishers.

    Buijs, J. A. (2007). Innovation Leaders Should be Controlled Schizophrenics. Creativity and Innovation Management, 16(2), 203–210. http://doi.org/10.1111/j.1467-8691.2007.00431.x

    Enninga, T.L. (2018). Armchair Travelling the Innovation Journey; building a narrative repertoire of the experiences of innovation project leaders during the innovation journey (proefschrift). Delft: Technische Universiteit Delft.

    Isaksen, S. G., Dorval, K. B., & Treffinger, D. J. (2011). Creative Problem Solving. Thousand Oaks, CA: SAGE Publications.

    Kleinsmann, M., Buijs, J. A., & Valkenburg, R. (2010). Understanding the complexity of knowledge integration in collaborative new product development teams: A case study. Journal of Engineering and Technology Management, 27(1-2), 20–32. http://doi.org/10.1016/j.jengtecman.2010.03.003

    Vier vervlochten processen van innoveren
    Enninga, T.L. (2018). Armchair Travelling the Innovation Journey; building a narrative repertoire of the experiences of innovation project leaders during the innovation journey (proefschrift). Delft: Technische Universiteit Delft.

    Innoveren als proces         
    Van de Ven, A. H., Polley, D. E., Garud, R., & Venkataraman, S. (1999). The Innovation Journey. Oxford, UK: Oxford University Press.

    Innoveren vanuit projectmanagement
    Kahn, K.B, Kay, S.E., Slotegraaf, R.J. & Uban, S. (eds) (2013). The PDMA Handbook of New Product Development. DOI:10.1002/9781118466421. John Wiley & Sons

    Innoveren vanuit ontwerpdenken
    Buijs, J. A. (2012). The Delft Innovation Method: A design thinker’s guide to innovation. The Hague: Eleven International Publishing.

    Innoveren vanuit organisatiekundig perspectief
    King, N., & Anderson, N. (1990). Innovation in working groups. In M. A. West & J. L. Farr (Eds.), Innovation and creativity at work: Psychological and organizational strategies (pp. 81–100). John Wiley & Sons.

    Volledige referentie: Enninga, T. & Van der Lugt, R. (2023). Vier vervlochten processen van innoveren. Onderwijskennis.nl (NRO). Geraadpleegd op [dag, maand, jaar] van onderwijskennis.nl/node/4534

    Korte verwijzing in de tekst: (Enninga & Van der Lugt, 2023)

    Meer informatie: bekijk de disclaimer

    Bijdrage van

    Tanja Enninga

    dr. Tanja Enninga

    Hogeschool Utrecht

    Remko van der Lugt

    dr. Remko van der Lugt

    Hogeschool Utrecht

    Mogen we je iets vragen?

    Ga je deze informatie gebruiken in het onderwijs?
    Wat vind je van de leesbaarheid van deze pagina?
    In welke onderwijssector werk je?

    Wil je nog iets anders kwijt? Laat het ons weten via het feedback-formulier.

    Privacyverklaring

    Wij gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens. Lees hierover meer in onze privacyverklaring.

    Gerelateerd in de kennisbank

    • Placeholder Onderwijskennis.nl

      Praktijkvoorbeeld

      Good practices van evidence-informed innovatie met ICT

      ho

      Bundeling van het Versnellingsplan met voorbeelden van evidence-informed werken aan onderwijsvernieuwing met ICT. Onder meer over effectief ontwerpen, studentprestaties evalueren en duurzaam...

      Lees verder bij het Versnellingsplan
    • Overzichtsartikel

      Het belang van evidence-informed innoveren

      ho

      Onderwijsinnovaties vertrekken vaak vanuit een intuïtief aanvoelen over wat nodig is of vanuit snelle praktische oplossingen. Hierdoor richten acties zich in vele gevallen niet op de dieper gelegen...

      Lees verder
    • Placeholder Onderwijskennis.nl

      Verdiepende bron

      A Model for Evidence-Based Innovation in Education

      ho

      David Dockterman provides an accessible framework for classroom teachers, administrators, publishers and educational technology entrepreneurs to put evidence-based innovation into practice.

      Lees verder bij Research Communities