Grip op studentsucces

  • Hoger onderwijs
  • Hoe kun je studentsucces definiëren? En hoe breng je dit begrip vervolgens in de praktijk? Naast theoretische inzichten biedt deze studie ook een stappenplan om zelf aan de slag te gaan.

    Gepubliceerd:

    Sinds een aantal jaren wordt de term studiesucces steeds vaker vervangen door studentsucces. Er is echter geen eenduidige definiëring en implementatie van het begrip studentsucces. Deze overzichtsstudie wil bijdragen aan het bevorderen van studentsucces door definiëring en implementatie te faciliteren.

    De opdracht van het hoger onderwijs

    Een definitie van studentsucces is verbonden aan de opdracht van het hoger onderwijs. De opdracht van het hoger onderwijs definieert wat deze sector de maatschappij en studenten zou moeten bieden. Op basis van de desk research kan de opdracht van het hoger onderwijs samengevat worden in drie punten. Het hoger onderwijs dient:

    • breed toegankelijk te zijn en alle studenten, ongeacht achtergrond, kansen te bieden om zich te ontwikkelen en hen in staat te stellen hun studie succesvol af te ronden (instroom);
    • bij te dragen aan de persoonlijke vorming van studenten “als creatieve, kritische en maatschappelijk betrokken denkers en doeners”, met de focus op relevante kennis en vaardigheden én persoonlijke ontwikkeling passend bij het hoger onderwijs (proces);
    • snel in te spelen op de behoeften van de samenleving en de arbeidsmarkt en studenten op te leiden tot professionals met de kennis en vaardigheden voor de uitdagingen en de samenleving van morgen (uitstroom).

    Studentsucces definiëren: aandachtspunten en dimensies

    Uit het onderzoek komt naar voren dat het niet mogelijk is om één algemeen geldende definitie van studentsucces op te stellen. Er bestaan aanzienlijke verschillen in wat er onder studentsucces wordt verstaan tussen instellingen en opleidingen, afhankelijk van bijvoorbeeld de studentenpopulatie en de sector. Ook binnen instellingen en opleidingen bestaan er verschillen afhankelijk van wie je het vraagt (student, docent, beleidsmedewerker). Het onderzoek identificeert vijf aandachtspunten die in ogenschouw genomen moeten worden bij het opstellen of operationaliseren van een definitie:

    1. Niveau- en contextspecifiek;
    2. Studentspecifiek: de stem van studenten moet geïntegreerd worden in de definitie;
    3. Conditievrij: het mag geen elementen bevatten die voorwaardelijk zijn voor of oorzaken zijn van studentsucces;
    4. Alignment: congruentie van de definitie met bijvoorbeeld de doelen in het curriculum, de eindcriteria van een opleiding, en de gevolgde ontwikkeling van studenten.
    5. Vorm definitie: het moet een totaalpakket vormen en positief en actief geformuleerd zijn.

    Uit het onderzoek volgt dat een definitie de volgende drie dimensies dient te bevatten:

    1. Bredere, persoonlijke ontwikkeling (en zelfregie).
      Studenten kunnen zich breed ontwikkelen, denk daarbij aan zelfmanagement, (professionele) identiteitsvorming, en het identificeren en bereiken van eigen doelen.
    2. Kwalificatie.
      De kwantitatieve of objectieve mate van studentsucces – zoals het afronden van studieonderdelen en cijfers –laat zien in welke mate een student over bepaalde competenties beschikt.
    3. Socialisatie.
      Studenten zijn voorbereid op/voor de arbeidsmarkt en de samenleving, betrokken en verantwoordelijk. Ook is er sprake van academische socialisatie/integratie.

    Welke factoren en processen beïnvloeden het studentsucces?

    Het onderzoek laat zien dat studentsucces een multidimensionaal vraagstuk is met uiteenlopende definities van de maatstaven en met uiteenlopende beïnvloedende factoren. Om deze factoren en processen inzichtelijk te maken, is er een onderscheid gemaakt tussen verschillende lagen. De lagen zijn gebaseerd op het model van Perna en Thomas (2008). Elke laag bevat meerdere factoren en/of processen die volgens de overzichtsstudie van invloed zijn op studentsucces. Hieronder vind je per laag enkele voorbeelden van factoren en/of processen:  

    • Interne context: kwaliteiten, persoonlijkheid, gedrag en ervaring van de student.
    • Familie- of gezinscontext: demografische achtergrondkenmerken en contextuele invloeden.
    • Schoolcontext: academische voorbereiding, aandacht voor de eerste maanden, de sfeer en interactie met docenten en andere studenten en beleid en organisatie.
    • Sociale, economische en beleidscontext:  sociale en economische omstandigheden en overheidsbeleid.

    Zes elementen voor studentsucces in de praktijk

    Nadat studentsucces binnen een specifieke context gedefinieerd is, kan deze gebruikt worden in beleid en praktijk. Hiervoor is in het onderzoek gekeken naar een zestal elementen die hier onderdeel van kunnen zijn.  Per element wordt kort beschreven wat er vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines bekend is over het element, welke factoren en processen het element beïnvloeden en wat er bekend is over interventies die inspelen op het element.

    1. Kritisch denken
      Over het algemeen wordt kritisch denken beschouwd als een proces van logische, doelbewuste en analytisch geëngageerde vormen van denken. Studies tonen aan dat gerichte aandacht voor kritisch denken tot betere resultaten leidt, evenals het bieden van mogelijkheden voor dialoog, het blootstellen van studenten aan authentieke problemen en het geven van mentorschap aan studenten.
    2. Ontwikkelen van een persoonlijke identiteit
      Indicatoren rondom psychologische stabiliteit, emotionele volwassenheid, psychologisch welzijn, zelfexploratie en zelfbegrip worden geassocieerd met identiteitsvorming. In het bijzonder wordt de interactie met docenten gezien als essentieel voor de ontwikkeling van de identiteit. Ook de interactie met leeftijdsgenoten en zelfreflectie zijn van belang.
    3. Studiemotivatie
      Studiemotivatie kan gezien worden als de psychologische investering of bereidheid van studenten om tijd te investeren in onderwijsgedrag en deel te nemen aan het leren. Vaak wordt geprobeerd de studiemotivatie te vergroten door de betrokkenheid van studenten, zowel in de klas als daarbuiten, te bevorderen door hen te binden of het gemeenschapsgevoel met de bredere studentenpopulatie en onderwijsinstelling als geheel te bevorderen. Ook een positief zelfbeeld kan de motivatie van studenten kan verbeteren.
    4. Behalen van persoonlijke en professionele doelen
      De doelen van studenten veranderen vaak in de loop van de tijd naarmate studenten evolueren in hun persoonlijke en academische leven. Daarnaast hebben studenten over het algemeen niet slechts één doel, maar meerdere, verschillende doelen. Het behalen van doelen kan het beste worden beïnvloed via een beloningssysteem. Een schaarste aan beloningen (competitief systeem) verstoort het leren en kan grote, negatieve gevolgen hebben voor met name kansarme studenten.  
    5. Studie afronden (of volharding)
      Toelatingseisen, studie-/leerstrategieën, evenals het stellen van doelen en intenties hebben het sterkste effect hebben op het afronden van een studie. Deze factoren zijn ook de sleutels voor effectieve interventies, zoals investeringen in coaching, remediërend onderwijs voor basiscompetenties en peer-monitoring.
    6. Onderzoekende houding
      Een onderzoekende houding bestaat uit een grote behoefte om te willen weten; vermogen om kritisch te zijn; eigen visie en inzichten ter discussie willen stellen; en een bepaalde mate van avontuurlijkheid, creativiteit, en om kunnen gaan met onzekerheid. Een onderwijsaanpak die vaak wordt genoemd om onderzoekende houding te bevorderen is ‘inquiry-based learning’ (IBL), doordat IBL bijdraagt aan de ontwikkeling van onderzoeksgerelateerde vaardigheden.

    Aan de slag met studentsucces

    Om onderwijsinstellingen en opleidingen te ondersteunen in het uitwerken van een definitie en het maken van een bijbehorend projectplan, is als onderdeel van dit project een stappenplan gemaakt, dat in een apart groeidocument wordt beschreven. Hierin komt terug hoe je vanuit de instelling of opleiding – binnen het kader of de visie van de instelling – in gezamenlijkheid, vanuit verschillende perspectieven en op basis van kwantitatieve en kwalitatieve data invulling kunt geven aan de drie dimensies en de vijf aandachtspunten. En hoe je de inzichten vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines over beïnvloedende factoren en processen kunt gebruiken om evidence-informed keuzes en projectplannen te maken. Je kunt het groeidocument gebruiken om toe te werken naar een definitie, waar vervolgens plannen aan kunnen worden gehangen. Bij het doorlopen van het stappenplan is het belangrijk om de volgende zaken in acht te nemen:

    • Houd rekening met het longitudinale karakter van studentsucces en voer een continue dialoog over studentsucces (ook samen met studenten).
    • Ga na welke partnerschappen er zijn, waar al goede banden zijn en waar niet, en hoe bepaalde relaties kunnen bijdragen aan studentsucces.
    • Maak bewuste en realistische keuzes rondom waar je op in wilt zetten – niet alles is mogelijk.
    • Besteed aandacht aan de implementatie van veelbelovende beleidsmaatregelen en praktijken en neem richtlijnen en inzichten rondom beleidsimplementatie ter harte.

    Lees het onderzoeksrapport

    Bijdrage van

    Mogen we je iets vragen?

    Ga je deze informatie gebruiken in het onderwijs?
    Wat vind je van de leesbaarheid van deze pagina?
    In welke onderwijssector werk je?

    Wil je nog iets anders kwijt? Laat het ons weten via het feedback-formulier.

    Privacyverklaring

    Wij gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens. Lees hierover meer in onze privacyverklaring.

    Gerelateerd in de kennisbank