Studenten Pedagogische wetenschappen voelen zich tijdens de bachelor vaak te weinig voorbereid op het complexe beroepsveld van de ‘scientist-practitioner’. Zij missen vaak de verbinding tussen theorie en praktijk. Daarom wil Universiteit Utrecht hen in het eerste jaar een module aanbieden waarin zij kunnen werken aan praktische vraagstukken uit het beroepsveld, onder begeleiding van een expert van de opleiding. De instelling bouwt daarmee aan een breed netwerk van partners uit de praktijk die willen samenwerken om studenten op te leiden en kennis uit te wisselen.
Aanleiding en doel
Studenten Pedagogische wetenschappen worden opgeleid tot scientist-practitioners: professionals die theoretische en wetenschappelijke kennis kunnen inzetten om onderbouwde oplossingen voor complexe opvoedingsvraagstukken te ontwikkelen en in de praktijk te brengen. Uit landelijke studentevaluaties van de universitaire opleidingen Pedagogische wetenschappen blijkt dat studenten zich tijdens de bachelor te weinig voorbereid voelen op het complexe beroepsveld van de scientist-practitioner en de verbinding tussen theorie en praktijk missen. De opleiding wil hen daarom in het eerste jaar een module aanbieden waarin zij aan een vraagstuk uit de praktijk kunnen werken.
Opzet en aanpak
In de Pedagogisch Practicummodule krijgen eerstejaarsstudenten in de eerste studieweek een praktijkvraag van een praktijkpartner voorgelegd en beantwoorden deze in groepjes in de loop van het jaar, onder begeleiding van een inhoudelijk begeleider van de opleiding. Studenten werken aan deze praktijkvraagstukken in kleine groepen. Zij maken een persoonlijk reflectieverslag van hun opgedane kennis en ervaring. Aan het einde van het eerste jaar leveren zij een wetenschappelijk onderbouwd adviesrapport op aan de praktijkorganisaties. Zij worden hierin begeleid door ervaren docenten (bijvoorbeeld universitair (hoofd)docenten en hoogleraren) die ook als wetenschapper actief zijn binnen het vakgebied waarin de praktijkvraag speelt. Op deze manier worden studenten al in het eerste studiejaar onderdeel van een focusnetwerk dat wetenschap en praktijk met elkaar verbindt. Partners uit de praktijk zijn bijvoorbeeld vrijwilligersorganisaties, scholen, jeugdgezondheidszorg en de Raad voor de Kinderbescherming.
Evaluatie en resultaten
Uit vragenlijsten blijkt dat studenten beter in staat zijn om praktijkvragen te beantwoorden dan studenten die deze module niet hebben gevolgd. De ontwikkelde module wordt breed gedragen binnen de opleiding door studenten, docenten en het managementteam en heeft nu een vaste plek in het curriculum. Praktijkpartners (inmiddels uitgebreid naar 10) zijn tevreden over de rapportages van de studenten. Zij willen zich graag voor meerdere jaren committeren aan de samenwerking.
Gedurende het traject zijn aanpassingen doorgevoerd. Zo bleek het in de praktijk moeilijk om een training voor het docententeam te organiseren. Daarom zijn de betrokken ontwikkelaars en coördinatoren aangesloten bij het wekelijkse docentenoverleg en zijn zij gaandeweg het traject getraind in deze aanpak. Een ander verbeterpunt is dat studenten niet meer hoeven te kiezen uit verschillende praktijkprojecten, maar dat zij aan dezelfde vraag van een partner werken. Dat is minder complex voor de begeleiding en kost minder tijd. Ook studenten vinden dat prettiger omdat zij zich meer kunnen verdiepen. Verder wordt in elke werkgroep één student benoemd als teamcaptain, die de spin is in het web van alle communicatielijnen richting praktijkpartners, docenten en medestudenten. Die inspanningen worden vermeld op een certificaat.
Producten en documentatie
Comenius Teaching Fellowship 2018