Overzichtsartikel

Burgerschapsonderwijs: waar hebben we het over?

Burgerschap, democratie en onderwijs
  • Primair onderwijs
  • Voortgezet onderwijs
  • Het is niet eenduidig te beantwoorden wat een school moet doen in de burgerschapsvorming van leerlingen. Een school heeft opties en kan zich daarbij in meer of mindere mate verhouden tot de democratie.

    Bijdrage van Daan van Riet (Hogeschool Utrecht) Meer informatie

    Gepubliceerd:

    Bron: Ground Picture/Shutterstock.com

    Burgerschapsonderwijs kent, ondanks wetgevende kaders voor het funderend onderwijs, een diversiteit aan invullingen en perspectieven. Als je wilt weten wat burgerschap is, maakt het uit aan wie je het vraagt. Datzelfde geldt voor burgerschapsonderwijs. Politici, beleidsmakers en experts uit allerlei disciplines hebben er ideeën over. Schoolleiders zoeken naar handvatten en de inspectie toetst inspanningen van scholen. Tegelijkertijd zijn leraren hard aan het werk met het vormgeven van hun dagelijkse praktijk. Maar waar hebben we het precies over? Het is geen nieuw gespreksonderwerp, want er wordt al ruim 250 jaar gedacht over de relatie tussen onderwijs, democratie en burgerschap.

    De mens wordt mens enkel en alleen door het onderwijs. Hij is niet meer dan wat het onderwijs van hem maakt…
    …Daarom is het onderwijs het grootste en lastigste vraagstuk dat de mens kan overpeinzen.

    Kant, 1803

    Deze pagina gaat in op diverse opvattingen en maakt onderscheid in wat algemeen geaccepteerd is als wel en geen burgerschapsonderwijs. De clou is dat je als leraar per definitie aan burgerschapsvorming doet. Daarom wordt onderscheid gemaakt tussen burgerschapsonderwijs en -vorming. De tekst is primair bedoeld voor begripsverheldering en dient als houvast voor bijvoorbeeld visievorming. De pagina die je voor je hebt gaat in op een theoretische verkenning en een aantal praktische implicaties. Het doel is dat je als leraar, schoolleider of team op basis van deze tekst beter en gerichter kunt nadenken over jullie opvatting van burgerschapsonderwijs. Het is bedoeld als basis voor de meer toegespitste pagina over De school als oefenplaats voor burgerschap.

    Deze pagina probeert een zo goed mogelijk overzicht te geven. Gepoogd is voldoende taal en handvatten te geven. De genoemde bronnen geven voldoende verdiepingsmogelijkheden. Het eerste deel gaat in op het thema burgerschap en achterliggende redenen om er als onderwijs mee bezig te zijn. Ook wordt geduid wat algemeen geaccepteerd is als wel en geen burgerschap. In deel twee wordt burgerschapsonderwijs behandeld. Vervolgens wordt ingegaan op het burgerschapsvormende karakter van onderwijs in relatie tot een democratie.

    Burgerschap als focus van scholen, waarom?

    Filosofen als Confucius en Plato legden al een link tussen onderwijs en burgerschapsthema’s. Onderwijs wordt al sinds hen gezien als basis voor de ontwikkeling van een samenleving en iemands kansen, positie en ideeën erbinnen. Of je nu wil of niet, doelgericht of niet, iemands burgerschap wordt mede gevormd door onderwijs. Ook is onderwijs maatschappijvormend, wat weer invloed heeft op iemands burgerschap. Er worden keuzes gemaakt welke kennis wel of niet de moeite waard is te onderwijzen aan nieuwe generaties. In lessen als geschiedenis, maatschappijleer en biologie wordt aandacht besteed aan thematiek die relevant is voor samenlevingsvraagstukken. Het vormen van burgers is niet volgens iedereen een onderwijsdoel, maar wel altijd een resultaat. We kunnen er niet omheen.

    In 2006 werd formele wetgeving aangaande de burgerschapsopdracht voor scholen geformuleerd. Dit is in 2021 groots aangescherpt. Aanleiding was de ervaren onduidelijkheid, waardoor scholen beperkte houvast zouden hebben of ervaarden om er serieus vorm aan te geven. Waar tot 2021 werken aan 'actieve participatie en sociale cohesie' voldoende was, moet er nu specifieker gewerkt worden aan zaken als 'het bijbrengen van respect voor en kennis van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat' (artikel 8.3a Wet op het primair onderwijs 2021). Burgerschap wordt door overheidsbeleid omschreven als basisvaardigheid waarbij de basiswaarden van de democratische rechtsstaat worden doorgegeven: vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit. De inspectie stelt vervolgens dat het ontwikkelen van burgerschap doelgericht moet gebeuren met inzichtelijk gemaakte leerresultaten (Inspectie van het Onderwijs, 2021).

    De opgestelde, specifiekere beschrijvingen zijn voor sommigen nog niet concreet genoeg. Voor hen schrijft het nog onvoldoende concreet pedagogisch- en didactisch handelen voor. Voor anderen juist te veel. De nieuwe wetteksten ontvangen namelijk ook kritiek, de wet zou pedagogisch en moraliserend te voorschrijvend zijn  Van der Ploeg, P. (2021). Wat is er mis met de nieuwe onderwijswet burgerschap. Z.u.
     Er is te sturend beschreven wat leerlingen moeten (kunnen) als burger. Tevens wordt onterecht consensus verondersteld over goed burgerschap. Er is ook moeite met de aanwezige disciplinering in de wettekst (Nieuwelink, 2023). Tegelijkertijd geeft de nieuwe wettekst wel betere handvatten om onderwijs mee te ontwerpen en maakt het duidelijker waar burgerschapsonderwijs over moet gaan, namelijk over politiek en maatschappelijk functioneren (Nieuwelink, 2023).

    Burgerschap: zelfzeggenschap over participatie

    Er zijn veel verschillende ideeën over (de ‘goede’ invulling van) burgerschap en burgerschapsonderwijs. Sommigen vinden dat onderwijs zich gericht moet bezighouden met het behoud van waarden die gedeeld worden in Nederland. Anderen stellen dat onderwijs er juist voor bedoeld is om alle status quo gericht te bevragen, bijvoorbeeld: hoe gedeeld zijn waarden echt en gedeeld onder welk deel van de samenleving? Maar waar gaat het precies over en waar te beginnen? Eerst burgerschap.

    Burgerschap gaat over het invulling geven aan een status en over participeren in een sociale, politieke context. De basis in onze liberale, representatieve democratie is dat de term burgerschap verwijst naar een status waaraan bepaalde rechten en plichten kunnen worden ontleend. Denk aan het stemrecht en de plicht om belasting te betalen. De status van burger geeft ook rechten om vrij je mening te mogen uiten, welke je zelf mag vormgeven. Het gaat ook over politieke betrokkenheid, in de zin van actief betrokken zijn bij politieke zaken en besluitvormingsprocessen. Burgerschap betekent ook dat je lid bent van een gemeenschap  Loobuyck, P. (2023). Burgerschap. Politiek-filosofische perspectieven. Boom
     In dit overzicht wordt uitgegaan van beslissingen mogen nemen over opvattingen en keuzes aangaande politieke en maatschappelijke participatie, op basis van (relatieve) zelfzeggenschap  Van der Ploeg, P. (2023). Burgerschap in de mangel van overheidsdruk en onderwijskunde. Z.u.

    Burgerschapsvraagstukken gaan over samenleven op een politiek-maatschappelijke manier. Het je als individu verhouden tot een ander. Het onderdeel zijn van een groep, in relatie tot een andere groep. Diverse opvattingen die naast elkaar bestaan en met elkaar in contact komen. Het gaat over het meest basale politiek, filosofische vraagstuk: hoe willen we samenleven? Het vraagt eigenaarschap over het invullen van het eigen leven. Dit betekent dat hier kennis en vaardigheden voor nodig zijn, zodat iemand in staat is om dit te doen. De onderwezen kennis en vaardigheden kunnen op zichzelf ook tot een maatschappelijk vraagstuk gemaakt worden: wat houden we als samenleving voor waar, nuttig en zinvol aan  Imelman, J.D., & De Mönnink, J. (2021). De verweesde school. ISVW Uitgevers
     Wie bepaalt dit? Et cetera. Dit heeft gevolgen voor bijvoorbeeld een curriculum: wat vinden we voor onze (toekomstige) burgers de moeite waard?

    Gericht onderwijs om burgerschap te vormen: burgerschapsonderwijs

    Onderwijs streeft bepaalde doelen na en deze kunnen gaan over burgerschap. Denk aan kennis over de democratische rechtsstaat of de vaardigheid met medeburgers besluiten te kunnen nemen. Burgerschapsonderwijs gaat (in een democratie) dus over opleiden op zo’n manier dat leerlingen (later) hun eigen burgerschap vorm kunnen geven, rekening houdend met democratische kernwaarden, zoals pluriformiteit, (mede)zeggenschap en het streven naar politieke gelijkheid. Burgerschapsonderwijs gaat niet over aardig zijn, samenwerken met klasgenoten aan een opdracht of een les over (gezonde) voeding. Het gaat ook niet over welbevinden of mentaal welzijn. Burgerschapsonderwijs gaat over opleiden op zo’n manier dat leerlingen hun eigen burgerschap vorm kunnen geven  Eidhof, B. (2019). Handboek Burgerschapsonderwijs. Voor het voortgezet onderwijs. ProDemos – Huis voor democratie en rechtsstaat.
     

    Bij het bepalen van burgerschapsonderwijsdoelen kan er spanning ontstaan, want hoe rechtvaardig is het om te bepalen voor leerlingen hoe ze hun burgerschap invullen? Welke kennis en vaardigheden zijn wel, of juist niet, het onderwijzen waard? Onderwijs streeft per definitie bepaalde doelen na, vaak expliciet en soms verborgen. Met name wanneer doelen zich richten op een bepaalde invulling van burgerschap kan dit problematisch zijn, bijvoorbeeld wanneer leraren hun eigen morele opvattingen als waarheid presenteren aan leerlingen. Democratischer is wellicht dat leerlingen hierover leren nadenken en eigen ideeën vormen op basis van diverse perspectieven. Leraren hebben namelijk in hoge mate invloed op morele opvattingen van leerlingen over de invulling van hun eigen burgerschap.

    Burgerschapsonderwijs gaat bijvoorbeeld over (gedeelde of conflicterende) normen en waarden, opvattingen en politieke voorkeuren. Guérin (2018) onderscheidt drie mogelijke beperkingen (of uitdagingen, wellicht) in het vormgeven van burgerschapsonderwijs: de praktische, de politieke en de pedagogische. Het is relevant om hier rekening mee te houden wanneer je (met je collega’s) nadenkt over de invulling van je burgerschapsonderwijs.

    • De praktische beperking, of uitdaging, van burgerschapsonderwijs gaat over uitvoerbaarheid. Denk hierbij aan benodigde specialistische kennis en vaardigheden die nodig zijn om burgerschap te oefenen met je leerlingen. Ook dien je rekening te houden met tijd, budget en een vol curriculum. Je kunt immers niet alles.
    • Het politieke gaat over de ideologie die ten grondslag ligt aan onderwijs. Over goed burgerschap en hoe een democratie eruit ziet is geen consensus. Daardoor is het discutabel of er beleidsmatig wel bepaald mag worden wat een goede democratie is, of hoe goed burgerschap eruit ziet. Dit maakt dat onderwijs altijd deels bestaat uit politiek bedrijven: wat voor samenleving vinden we de moeite waard met elkaar en wie mag dit bepalen?
    • Tot slot het pedagogische: wat voor type burger willen we opleiden? Het maakt uit hoe we leerlingen begeleiden en wat we hen door de wijze van begeleiding bieden, bijvoorbeeld door wel of niet diverse perspectieven en machtsstructuren te laten zien. Geef je leerlingen de mogelijkheid om verschillende perspectieven op een vraagstuk te leren kennen of presenteer je een veronderstelde consensus? Onderwijzen we hoe het ‘nou eenmaal is’ of leren we hen machtsstructuren onderzoeken? Tevens is het belangrijk om bij dit aspect rekening te houden met de cognitieve (en andere) capaciteiten van leerlingen.

    Probleem kan zijn dat doelen en bedoelingen van burgerschapsonderwijs sterk en democratisch zijn, maar dat de uitvoering ervan niet lukt. Dan is het idealistische karakter van burgerschap, waarbij complexiteit omarmd is (denk aan groepsgewijs problemen oplossen, kritisch denken, de school als democratie inrichten, omgaan met pluriformiteit, et cetera), maar het vervalt dan in sturend burgerschapsonderwijs. "Dit is te wijten aan het spanningsveld tussen enerzijds het brede scala aan vaardigheden, houdingen en gedragingen dat burgerschapsonderwijs moet omvatten en anderzijds de tijd en het budget waarover scholen beschikken om het te implementeren en uit te voeren, het overvolle curriculum en ten slotte de beschikbare expertise om dit te doen"  Guérin, L. (2018). Group problem solving as citizenship education. Saxion Progressive Education University Press. 
    https://www.saxion.nl/binaries/content/assets/onderzoek/meer-onderzoek/vernieuwings

    onderwijs/e-book---group-problem-solving-as-citizenship-education---v4.pdf

     Kortom, gericht burgerschapsonderwijs moet zorgvuldig gebeuren.

    Geraadpleegde bronnen

    Van der Ploeg, P. (2021). Wat is er mis met de nieuwe onderwijswet burgerschap. Z.u.
    Loobuyck, P. (2023). Burgerschap. Politiek-filosofische perspectieven. Boom
    Van der Ploeg, P. (2023). Burgerschap in de mangel van overheidsdruk en onderwijskunde. Z.u.
    Imelman, J.D., & De Mönnink, J. (2021). De verweesde school. ISVW Uitgevers
    Eidhof, B. (2019). Handboek Burgerschapsonderwijs. Voor het voortgezet onderwijs. ProDemos – Huis voor democratie en rechtsstaat.
    Guérin, L. (2018). Group problem solving as citizenship education. Saxion Progressive Education University Press. 
    https://www.saxion.nl/binaries/content/assets/onderzoek/meer-onderzoek/vernieuwings

    onderwijs/e-book---group-problem-solving-as-citizenship-education---v4.pdf

    Vragen aan de lezer

    • Welke overtuigingen over burgerschapsvraagstukken neem jij mee je klas in?
    • Wat behandel je wel? Wat doe je niet? En waarom doe je dat? Hebben leerlingen hier bijvoorbeeld zeggenschap over?
    • Hoe mondig mogen jouw leerlingen zijn?

    Onderwijs per definitie als burgerschapsvormend

    We hebben gezien dat burgerschapsonderwijs gericht werkt aan het burgerschap van leerlingen. Een alternatief voor de onderwijspraktijk is het idee van burgerschapsvorming. Beide ideeën sluiten elkaar niet uit en kunnen naast elkaar bestaan. De kritiek op gericht burgerschapsonderwijs, en dat dus pleit voor burgerschapsvorming als uitgangspunt voor onderwijs, is dat de school voor leerlingen kiest wat voor soort burgerschap de moeite waard is. Analyes laten zien dat het Nederlandse burgerschapsbeleid zich met name richt op een bepaalde opvatting van burgerschap, namelijk gericht op beschikbaarheid voor de (arbeids)markt, nut en volgzaamheid Guérin, L. (2018). Group problem solving as citizenship education. Saxion Progressive Education University Press. 
    https://www.saxion.nl/binaries/content/assets/onderzoek/meer-onderzoek/vernieuwings

    onderwijs/e-book---group-problem-solving-as-citizenship-education---v4.pdf

    Van der Ploeg, P. (2020). Burgerschapsvorming in tijden van communitair neoliberalisme. Analyse van 20 jaar burgerschapsvormingsbeleid. Z.u. 
    https://werkplaatsburgerschap.nl/wp-content/uploads/2020/03/BV-beleidsanalyse-2020.pdf
    Lozano Parra, S. (2022). The school as a playground for educational friction: Understanding democracy in Dutch secondary education. Universiteit Utrecht. 
    https://doi.org/10.33540/1365
    Nieuwelink, H. (2023). Bevorderen van veerkrachtige democratische gezindheid. Hogeschool van Amsterdam. 
    https://pure.hva.nl/ws/files/29535600/Bevorderen_van_veerkrachtige_democratische_gezindheid.pdf
    Zuurmond, A., Guérin, L., Van der Ploeg., & Van Riet, D. (2023). Learning to question the status quo. Critical thinking, citizenship education and Bildung in vocational education. Journal of Vocational Education & Training. 
    https://doi.org/10.1080/13636820.2023.2166573
    Dit werkt door in onderwijsmethodes Van der Meiden, W., & Van Riet, D. (2022). Naar (echt) economisch burgerschap in het mbo, deel 2. Tijdschrift voor Economisch Onderwijs, 1, 16-21. 
    https://werkplaatsburgerschap.nl/wp-content/uploads/MeidenRiet-economisch-burgerschap-2021.pdf
    Pleitbezorgers voor het idee dat onderwijs zich niet gericht moet bemoeien met het burgerschap van jongeren, betogen dat een kennisrijk curriculum met oog voor maatschappelijke toepassing voldoende burgerschapsvormend is. Onderwijs heeft per definitie invloed op het burgerschap van leerlingen, daar hoeft het niet expliciet op te richten. Een leerling werkt bijvoorbeeld aan taalontwikkeling, waardoor ze de wereld beter kan interpreteren en zichzelf beter kan uiten. Dat is nodig voor het zijn van burger. Onderwijs is per definitie burgerschapsvormend Gutmann, A. (1999). Democratic education. Princeton University Press
    Imelman, J.D., & De Mönnink, J. (2021). De verweesde school. ISVW Uitgevers
    Van der Ploeg, P. (2020). Burgerschapsvorming in tijden van communitair neoliberalisme. Analyse van 20 jaar burgerschapsvormingsbeleid. Z.u. 
    https://werkplaatsburgerschap.nl/wp-content/uploads/2020/03/BV-beleidsanalyse-2020.pdf
    Je zou dus als school geen gerichte burgerschapslessen aan te hoeven bieden om aan burgerschapsvorming te doen.

    Op scholen gaat het veelal over de inhoud: wat is belangrijk genoeg om onderwezen te worden? Echter, vorm is ook van groot belang: op welke manier wordt hetgeen onderwezen wordt met leerlingen besproken, beschouwd en onderzocht? Welke perspectieven worden onderwezen? Et cetera. Mede omwille hiervan pleit Nussbaum voor meer aandacht voor geesteswetenschappen in het onderwijs, ten dienste van democratie door een meer open benadering van burgerschap Nussbaum, M. (2010). Niet voor de winst. Ambo
    en waarbij dus niet voor leerlingen bepaald wordt wat goed burgerschap is. Wereldwijd, ook in Nederland Bransen, J. (2019). Gevormd of vervormd. ISVW Uitgevers
    Zuurmond, A., Guérin, L., Van der Ploeg., & Van Riet, D. (2023). Learning to question the status quo. Critical thinking, citizenship education and Bildung in vocational education. Journal of Vocational Education & Training. 
    https://doi.org/10.1080/13636820.2023.2166573
    wordt betoogd dat onderwijs te veel gericht is op één soort burgerschap: het dienen van de markt. Dit brengt ons weer bij de basis van democratisch burgerschap: pluriformiteit Rosenfeld, S. (2019). Democracy and Truth. A Short History. University Of Pennsylvania Press
    Verschil van burgers in een democratie.
    Voordat het concept democratie behandeld wordt in relatie tot (burgerschaps)onderwijs, is het helpend om inzicht te hebben in een belangrijke invloed op het burgerschapsvormende karakter van onderwijs: het verborgen curriculum.

    Het verborgen curriculum

    School is in oorsprong een plek waar kennis en kunde ter beschikking als ‘gemeen goed’ wordt gedeeld. Kennis en kunde voor diegenen die het thuis niet krijgen. Een kracht van onderwijs is dat de wereld voor iedereen open ligt. Masschelein en Simons Masschelein, J., & Simons, M. (2012). Apologie van de school: Een publieke zaak. Acco Uitgeverij. 
    https://respaedagogica.be/sites/default/files/pdf/Apologie-van-de-school.pdf
    beschrijven dit als ‘vrije ruimte’. "De school… heeft daarom het potentieel om aan iedereen – ongeacht afkomst, talent of begaafdheid – de tijd en de ruimte te geven om de eigen leefwereld te verlaten, boven zichzelf uit te stijgen en de wereld te vernieuwen (en dus onvoorspelbaar te veranderen)." Ze vervolgen: "Voor iedereen die de oude wereld wil laten voortduren of zelf een duidelijke voorstelling heeft van hoe een nieuwe of toekomstige wereld eruitziet – en zeker zij die de jonge generatie willen gebruiken om die oude wereld overeind te houden of die nieuwe wereld te realiseren – is de schoolse tijd een bron van angst." Het is precies dit punt dat ingaat op het verborgen curriculum. Een impliciet curriculum, dat bepaalde houdingen, kennis en gedrag de voorkeur geeft zonder dat leerlingen daarvan op de hoogte zijn Jerald, C. (2006). School culture: “The hidden curriculum.” Issue Brief. The Center for Comprehensive School Reform and Improvement. 
    http://files.eric.ed.gov/fulltext/ED495013.pdf
    Wat wordt, zonder het uit te spreken, gewaardeerd bij en verlangd van leerlingen? Illich Illich, I. (1970). Deschooling society. Marion Boyars Publishers Ltd
    laat zien dat bijvoorbeeld door een verborgen curriculum vooral het valse idee dat men school als instelling nodig heeft om echt te leren, terwijl leerlingen veel beter en veel meer leren buiten het schoolse. Hij bedoelt niet dat scholen moeten worden opgedoekt, maar attendeert ons met name op de normen, aannames en idealen die ten grondslag liggen van de school. Mogen leraren en leerlingen normen en de onderwezen opvattingen bevragen?

    Burgerschap in een democratie

    Over wat een goed functionerende democratie is bestaan allerlei ideeën, maar ook hier is de kern redelijk helder. Het woord democratie stamt af van dêmos en krateo: volk en regeren. Het volk regeert. Burgers doen mee in de besluitvormingen Brennan, J., & Landemore, H. (2022). Debating democracy: Do we need more or less. Oxford University Press
    Grofweg zijn er twee vormen van democratie: 1) een directe democratie waarin burgers over allerlei vraagstukken meebeslissen. 2) Een representatieve democratie, waarin burgers representanten aanwijzen om politieke beslissingen te maken. Dit kan landelijk zijn, maar ook binnen organisaties (bijvoorbeeld de MR, leerlingraden,
    et cetera).

    Om de eerder genoemde burgerschapsvraagstukken uit te pluizen is relatieve vrijheid nodig. Het kunnen vormgeven van individueel burgerschap vraagt dus iets van alle burgers. Voor het kunnen vormgeven van burgerschap in een democratie is een open karakter van de toekomst nodig Zuurmond, A., Guérin, L., Van der Ploeg., & Van Riet, D. (2023). Learning to question the status quo. Critical thinking, citizenship education and Bildung in vocational education. Journal of Vocational Education & Training. 
    https://doi.org/10.1080/13636820.2023.2166573
    Dit betekent dat de toekomst van een democratie niet op voorhand vastligt of wordt bepaald door machthebbenden. Burgers hebben met elkaar invloed op de toekomst. Soms door directe participatie, soms indirect door representatie. Onderwijs ten behoeve van democratisch burgerschap richt zich dus op het kunnen vormgeven van het eigen burgerschap, waarbij leerlingen leren omgaan met politieke invloed en relatieve vrijheid (van anderen). 

    Hoewel er een enorme variëteit is aan opvattingen over democratie, is er een vijftal criteria Dahl, R. (2021). On democracy. Yale University Press
    te destilleren uit al die opvattingen die relateren aan democratische besluitvorming. Democratie biedt de mogelijkheid tot:

    1. Effectieve participatie, dat wil zeggen dat ieder lid van een democratie haar zienswijze kan ventileren aan alle andere leden.
    2. Gelijkwaardig stemmen, dat wil zeggen dat iedereen kan meestemmen over een oplossing/keuze en dat alle stemmen gelijkwaardig tellen.
    3. Enlightened begrip, dat wil zeggen dat alle leden in redelijkheid op de hoogte moeten kunnen zijn van alternatieven bij besluitvormingsprocessen en bijpassende consequenties.
    4. Beïnvloeding van de agenda, dat wil zeggen dat alle leden mede bepalen wat er in de democratie als belangrijk wordt gezien en hoe er over bepaalde zaken wordt gesproken.
    5. Alle volwassenen doen ertoe, dat wil zeggen dat afkomst, kleur, sekse, opleiding, et cetera niet uitmaakt voor de mogelijkheid om te kunnen participeren.
      Deze uitgangspunten kunnen helpen om je onderwijs(visie) vorm te geven.

    Democratie in onderwijscontext

    De school als oefendemocratie is een serieuze optie om bijvoorbeeld deze besluitvorming te oefenen, als onderdeel van het burgerschap. Er worden vier betekenissen aan democratie in onderwijscontext gegeven Lozano Parra, S. (2022). The school as a playground for educational friction: Understanding democracy in Dutch secondary education. Universiteit Utrecht. 
    https://doi.org/10.33540/1365
    Deze worden in de Nederlandse onderwijsdiscussies gebruikt als alternatief gericht burgerschapsonderwijs waar voor leerlingen wordt bepaald wat goed burgerschap is: gericht op markt.

    1. Democratie als organisatorische structuur
      In de context van onderwijs is te denken aan een democratie als structuur en de rol van diverse actoren in die school. Denk aan het gedrag van leraren, schoolleiders en overig personeel. Volgens representanten van dit idee, zoals Kneyber en Evers Kneyber, R., & Evers, J. (2013). Het alternatief. Weg met de afrekencultuur in het onderwijs! Uitgeverij Boom
      is autonomie van leraren hierin cruciaal en moeten leraren mondiger worden. Denk bij deze betekenis van democratie in de school ook aan een cultuur van gelijkheid Boele, K. (2016). Onderwijsheid. Terug naar waar het echt om gaat. Klement
      in het ontwerpen van onderwijs. De structuur van samenwerken voorziet in democratische participatie. Leerlingen worden hierbij al dan niet bij betrokken.
    2. Democratie als overheidsbeleid
      Dit gaat over de relatie tussen professionals in het onderwijs en de overheid. Dit beleid moet een balans brengen tussen verticale en horizontale sturing van het onderwijs door de overheid. Zowel ruimte geven aan autonomie op scholen, alsmede heldere beleidskaders. Belangrijk bij dit idee is dat de verticale sturing door beleid met name de horizontale sturing en zeggenschap binnen een school moet versterken. Denk aan ruimte voor informeel leiderschap en individuele motivatie van leraren. Dit moet het vertrouwen tussen leraren en leiding vergroten wat weer leidt tot gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het onderwijs.
    3. Democratie als kennis en vaardigheid
      Dit behelst het onderwijzen van kennis en vaardigheden over de democratie en bijpassende vaardigheden, zodat leerlingen na hun schoolcarrière goed geïnformeerde en competente burgers kunnen zijn. In deze opvatting moet een stevig curriculum uiteindelijk leiden tot democratische participatie. Dit is dan ook de meest uitgesproken vorm van burgerschapsvorming. Denk hierbij aan vakken als maatschappijleer, waar leerlingen kennis opdoen over juridische zaken, hoe deze tot stand gekomen zijn en hoe je hierover een mening kunt vormen. Uiteraard zijn hier nog allerlei keuzes te maken over wat voor soort burgerschap je dan nastreeft, wat dan weer gevolgen heeft voor de kennis en vaardigheden die erbij passen. Burgerschap als uitkomst van onderwijs dus.
    4. Democratie als praktijk
      Dit is ook wel vertaald als ‘democratie als manier van leven’ Veugelers, W. (2007). Creating critical-democratic citizenship education: empowering humanity and democracy in Dutch education. Compare: A Journal of Comparative and International Education 37(1). 105-119. 
      https://doi.org/10.1080/03057920601061893
      Dit idee gaat ervan uit dat de democratie altijd in ontwikkeling is, waardoor er door vastgestelde kennis en vaardigheden lastig op voor te bereiden is. Tevens staat, in tegenstelling tot variant 3, de democratie centraal en niet de ontwikkeling van het individu. Het gaat, aldus De Winter De Winter, M. (2004). Opvoeding, Onderwijs en Jeugdbeleid in het algemeen belang: de noodzaak van een democratisch-pedagogisch offensief. Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. 
      https://library.oapen.org/handle/20.500.12657/34014
      om een urgente, pedagogische en maatschappelijke verantwoordelijkheid voor de samenleving als geheel. We moeten er hard voor werken en deze democratie in leven houden vraagt inspanning. We moeten het dóen. In het land, in de school en in de klas. Elke keer weer vraagt het oefening, waarbij de oefening de praktijk zelf is en de praktijk zelf continu de oefening.

    Geraadpleegde bronnen

    Guérin, L. (2018). Group problem solving as citizenship education. Saxion Progressive Education University Press. 
    https://www.saxion.nl/binaries/content/assets/onderzoek/meer-onderzoek/vernieuwings

    onderwijs/e-book---group-problem-solving-as-citizenship-education---v4.pdf

    Van der Ploeg, P. (2020). Burgerschapsvorming in tijden van communitair neoliberalisme. Analyse van 20 jaar burgerschapsvormingsbeleid. Z.u. 
    https://werkplaatsburgerschap.nl/wp-content/uploads/2020/03/BV-beleidsanalyse-2020.pdf
    Lozano Parra, S. (2022). The school as a playground for educational friction: Understanding democracy in Dutch secondary education. Universiteit Utrecht. 
    https://doi.org/10.33540/1365
    Nieuwelink, H. (2023). Bevorderen van veerkrachtige democratische gezindheid. Hogeschool van Amsterdam. 
    https://pure.hva.nl/ws/files/29535600/Bevorderen_van_veerkrachtige_democratische_gezindheid.pdf
    Zuurmond, A., Guérin, L., Van der Ploeg., & Van Riet, D. (2023). Learning to question the status quo. Critical thinking, citizenship education and Bildung in vocational education. Journal of Vocational Education & Training. 
    https://doi.org/10.1080/13636820.2023.2166573
    Van der Meiden, W., & Van Riet, D. (2022). Naar (echt) economisch burgerschap in het mbo, deel 2. Tijdschrift voor Economisch Onderwijs, 1, 16-21. 
    https://werkplaatsburgerschap.nl/wp-content/uploads/MeidenRiet-economisch-burgerschap-2021.pdf
    Gutmann, A. (1999). Democratic education. Princeton University Press
    Imelman, J.D., & De Mönnink, J. (2021). De verweesde school. ISVW Uitgevers
    Van der Ploeg, P. (2020). Burgerschapsvorming in tijden van communitair neoliberalisme. Analyse van 20 jaar burgerschapsvormingsbeleid. Z.u. 
    https://werkplaatsburgerschap.nl/wp-content/uploads/2020/03/BV-beleidsanalyse-2020.pdf
    Nussbaum, M. (2010). Niet voor de winst. Ambo
    Bransen, J. (2019). Gevormd of vervormd. ISVW Uitgevers
    Zuurmond, A., Guérin, L., Van der Ploeg., & Van Riet, D. (2023). Learning to question the status quo. Critical thinking, citizenship education and Bildung in vocational education. Journal of Vocational Education & Training. 
    https://doi.org/10.1080/13636820.2023.2166573
    Rosenfeld, S. (2019). Democracy and Truth. A Short History. University Of Pennsylvania Press
    Masschelein, J., & Simons, M. (2012). Apologie van de school: Een publieke zaak. Acco Uitgeverij. 
    https://respaedagogica.be/sites/default/files/pdf/Apologie-van-de-school.pdf
    Jerald, C. (2006). School culture: “The hidden curriculum.” Issue Brief. The Center for Comprehensive School Reform and Improvement. 
    http://files.eric.ed.gov/fulltext/ED495013.pdf
    Illich, I. (1970). Deschooling society. Marion Boyars Publishers Ltd
    Brennan, J., & Landemore, H. (2022). Debating democracy: Do we need more or less. Oxford University Press
    Zuurmond, A., Guérin, L., Van der Ploeg., & Van Riet, D. (2023). Learning to question the status quo. Critical thinking, citizenship education and Bildung in vocational education. Journal of Vocational Education & Training. 
    https://doi.org/10.1080/13636820.2023.2166573
    Dahl, R. (2021). On democracy. Yale University Press
    Lozano Parra, S. (2022). The school as a playground for educational friction: Understanding democracy in Dutch secondary education. Universiteit Utrecht. 
    https://doi.org/10.33540/1365
    Kneyber, R., & Evers, J. (2013). Het alternatief. Weg met de afrekencultuur in het onderwijs! Uitgeverij Boom
    Boele, K. (2016). Onderwijsheid. Terug naar waar het echt om gaat. Klement
    Veugelers, W. (2007). Creating critical-democratic citizenship education: empowering humanity and democracy in Dutch education. Compare: A Journal of Comparative and International Education 37(1). 105-119. 
    https://doi.org/10.1080/03057920601061893
    De Winter, M. (2004). Opvoeding, Onderwijs en Jeugdbeleid in het algemeen belang: de noodzaak van een democratisch-pedagogisch offensief. Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. 
    https://library.oapen.org/handle/20.500.12657/34014

    Vragen aan de lezer

    • Herken je een manier van het vormgeven van democratie in jouw school?
    • Welke manier spreekt je het meest aan?

    Deze vier manieren geven taal om als leraar je eigen onderwijspraktijk te beschouwen. Als we verder gaan op de relatie tussen onderwijs en democratie, is er in de literatuur veel te vinden over de democratie als praktijk in de school. Dit betekent niet dat leerlingen per se mogen bepalen wat er gebeurt, maar het nadenken over democratie in de school heeft bijvoorbeeld als doel om met elkaar na te denken over 1) wie de autoriteit heeft om beslissingen te nemen over onderwijs en 2) welke morele grenzen er aan deze autoriteit zijn Gutmann, A. (1999). Democratic education. Princeton University Press
    Voor meer ideeën over De school als oefenplaats voor burgerschapsvorming is het artikel van Willemijn Rinnooy Kan te raadplegen.

    Een van de kritieken op de democratie als praktijk in de klas is dat leerlingen nog niet klaar zijn voor democratie op jonge leeftijd, aldus Russell Madigan, T. (1993). Russell and Dewey on education: Similarities and differences. Fisher Digital Publications. 
    https://fisherpub.sjf.edu/cgi/viewcontent.cgi?article=1004&context=philosophy_facpub
    Het argument hier is dat leerlingen nog niet in staat zijn zelfstandig te denken en dat een democratische school alleen maar leidt tot elkaar napraten. Een ander bezwaar, meer gericht tegen burgerschapsvraagstukken bespreken met leerlingen, is dat leerlingen niet de problemen van volwassenen hoeven op te lossen Arendt, H. (2017). Totalitarisme. Uitgeverij Boom
    De school zou zich niet moeten bemoeien met publieke zaken, maar zich enkel moeten richten op voorleggen van de wereld zoals die is. Het is aan leerlingen om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor de wereld wanneer ze volwassen zijn. Nu is dat aan de huidige generatie volwassenen.

    De leerling als burger

    Leerlingen zijn natuurlijk al onderdeel van onze samenleving. Jongeren worden niet alleen volwassen burgers, maar ze zijn nu ook al burgers en geven ook al invulling aan hun burgerschap Lawy, R., & Biesta, G. (2006). Citizenship-as-practice: The educational implications of an inclusive and relational understanding of citizenship. British Journal of Educational Studies, 54(1), 34-50. 

    10.1111/j.1467-8527.2006.00335.x
    Dit is relevant omwille van twee redenen: 
    1) Dit besef doet iets met je pedagogisch en didactisch handelen. Bijvoorbeeld het gebruiken van kennis die leerlingen naar school meebrengen over maatschappelijke vraagstukken in relatie tot een vak Van Riet, D., & Koenders, M. (2023). Kritische meningsvorming in het vmbo: vakinhoud als vertrekpunt. NVOX, magazine voor het onderwijs in natuurwetenschappen. 1(1), 38-39.
    2) Een standpunt in hoeverre je leerlingen al burger zijn betekent iets voor hoe je denkt over de relatie tussen onderwijs en democratische participatie. Wanneer je vindt dat leerlingen toe zijn aan democratische oefening, dan is de democratie als praktijk op school een goede optie.

    Geraadpleegde bronnen

    Gutmann, A. (1999). Democratic education. Princeton University Press
    Madigan, T. (1993). Russell and Dewey on education: Similarities and differences. Fisher Digital Publications. 
    https://fisherpub.sjf.edu/cgi/viewcontent.cgi?article=1004&context=philosophy_facpub
    Arendt, H. (2017). Totalitarisme. Uitgeverij Boom
    Lawy, R., & Biesta, G. (2006). Citizenship-as-practice: The educational implications of an inclusive and relational understanding of citizenship. British Journal of Educational Studies, 54(1), 34-50. 

    10.1111/j.1467-8527.2006.00335.x
    Van Riet, D., & Koenders, M. (2023). Kritische meningsvorming in het vmbo: vakinhoud als vertrekpunt. NVOX, magazine voor het onderwijs in natuurwetenschappen. 1(1), 38-39.

    Vraag aan de lezer

    • Neem je al je leerlingen even serieus?

    Tevens hebben we al vastgesteld dat leerlingen met allerlei maatschappelijke vraagstukken in aanraking komen, school de ‘vrije ruimte’ is waar hun status quo kan worden ontstegen en ze zelf gevolgen ondervinden van maatschappelijke keuzes en besluiten. Alleen door dit laatste hebben ze wellicht al recht van spreken.

    Hoe nu verder?

    Onderwijs dient meer dan kennisoverdracht. Zo dachten de oude Grieken er al over. Onderwijs vormt, ontplooit karakter en ontwikkelt moraal. Het heeft hoe dan ook invloed op iemands (latere) burgerschap. Dit wil niet per se zeggen dat leraren mogen bepalen wat dit goede burgerschap dan inhoudt voor latere generaties. Sommigen zullen betogen dat onderwijs zich in het geheel niet moet bemoeien met burgerschaps-, morele- en/of persoonsvorming, omdat het snel neigt naar indoctrinatie of politieke instrumentalisatie van onderwijs voor idealistisch gewin. Anderen kunnen betogen dat school er juist voor bedoeld is om bijvoorbeeld Nederlandse normen en waarden te behouden en dat onderwijs daar een geschikt middel voor is. In dit artikel vonden we hopelijk een bruikbare middenweg, want we hebben gezien dat het onmogelijk is niet aan burgerschapsvorming te doen wanneer kennis en vaardigheid wordt onderwezen. "Men kan immers niet opvoeden zonder te onderwijzen, noch is het omgekeerde mogelijk"  Savater, F. (1997). Een kleine filosofie van het onderwijs. Uitgeverij Bijleveld

    Geraadpleegde bronnen

    Savater, F. (1997). Een kleine filosofie van het onderwijs. Uitgeverij Bijleveld

    Arendt, H. (1961). Between Past and Future. Penguin Classics

    Boele, K. (2016). Onderwijsheid. Terug naar waar het echt om gaat. Klement

    Bransen, J. (2019). Gevormd of vervormd. ISVW Uitgevers

    Brennan, J., & Landemore, H. (2022). Debating democracy: Do we need more or less. Oxford University Press

    Dahl, R. (2021). On democracy. Yale University Press

    De Winter, M. (2004). Opvoeding, Onderwijs en Jeugdbeleid in het algemeen belang: de noodzaak van een democratisch-pedagogisch offensief. Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. https://library.oapen.org/handle/20.500.12657/34014

    Eidhof, B. (2019). Handboek Burgerschapsonderwijs. Voor het voortgezet onderwijs. ProDemos – Huis voor democratie en rechtsstaat. 

    Guérin, L. (2018). Group problem solving as citizenship education. Saxion Progressive Education University Press. https://www.saxion.nl/binaries/content/assets/onderzoek/meer-onderzoek/vernieuwings
    onderwijs/e-book---group-problem-solving-as-citizenship-education---v4.pdf

    Gutmann, A. (1999). Democratic education. Princeton University Press

    Illich, I. (1970). Deschooling society. Marion Boyars Publishers Ltd

    Imelman, J.D., & De Mönnink, J. (2021). De verweesde school. ISVW Uitgevers

    Inspectie van het Onderwijs. (2021). Wettelijke opdracht burgerschap. Geraadpleegd op 22 augustus 2023, van https://www.onderwijsinspectie.nl/onderwerpen/burgerschap/wettelijke-opdracht

    Jerald, C. (2006). School culture: “The hidden curriculum.” Issue Brief. The Center for Comprehensive School Reform and Improvement. http://files.eric.ed.gov/fulltext/ED495013.pdf

    Kneyber, R., & Evers, J. (2013). Het alternatief. Weg met de afrekencultuur in het onderwijs! Uitgeverij Boom

    Lawy, R., & Biesta, G. (2006). Citizenship-as-practice: The educational implications of an inclusive and relational understanding of citizenship. British Journal of Educational Studies, 54(1), 34-50. 
    10.1111/j.1467-8527.2006.00335.x

    Loobuyck, P. (2023). Burgerschap. Politiek-filosofische perspectieven. Boom

    Lozano Parra, S. (2022). The school as a playground for educational friction: Understanding democracy in Dutch secondary education. Universiteit Utrecht. https://doi.org/10.33540/1365

    Madigan, T. (1993). Russell and Dewey on education: Similarities and differences. Fisher Digital Publications. 
    https://fisherpub.sjf.edu/cgi/viewcontent.cgi?article=1004&context=philosophy_facpub

    Masschelein, J., & Simons, M. (2012). Apologie van de school: Een publieke zaak. Acco Uitgeverij. https://respaedagogica.be/sites/default/files/pdf/Apologie-van-de-school.pdf

    Nieuwelink, H. (2023). Bevorderen van veerkrachtige democratische gezindheid. Hogeschool van Amsterdam. https://pure.hva.nl/ws/files/29535600/Bevorderen_van_veerkrachtige_
    democratische_gezindheid.pdf

    Nussbaum, M. (2010). Niet voor de winst. Ambo

    Rosenfeld, S. (2019). Democracy and Truth. A Short History. University Of Pennsylvania Press

    Savater, F. (1997). Een kleine filosofie van het onderwijs. Uitgeverij Bijleveld

    Van der Meiden, W., & Van Riet, D. (2022). Naar (echt) economisch burgerschap in het mbo, deel 2. Tijdschrift voor Economisch Onderwijs, 1, 16-21. https://werkplaatsburgerschap.nl/wp-content/uploads/MeidenRiet-economisch-burgerschap-2021.pdf

    Van der Ploeg, P. (2020). Burgerschapsvorming in tijden van communitair neoliberalisme. Analyse van 20 jaar burgerschapsvormingsbeleid. Z.u. https://werkplaatsburgerschap.nl/wp-content/
    uploads/2020/03/BV-beleidsanalyse-2020.pdf

    Van der Ploeg, P. (2021). Wat is er mis met de nieuwe onderwijswet burgerschap. Z.u.

    Van der Ploeg, P. (2023). Burgerschap in de mangel van overheidsdruk en onderwijskunde. Z.u.

    Van Riet, D., & Koenders, M. (2023). Kritische meningsvorming in het vmbo: vakinhoud als vertrekpunt. NVOX, magazine voor het onderwijs in natuurwetenschappen. 1(1), 38-39.

    Veugelers, W. (2007). Creating critical-democratic citizenship education: empowering humanity and democracy in Dutch education. Compare: A Journal of Comparative and International Education 37(1). 105-119. https://doi.org/10.1080/03057920601061893

    Zuurmond, A., Guérin, L., Van der Ploeg., & Van Riet, D. (2023). Learning to question the status quo. Critical thinking, citizenship education and Bildung in vocational education. Journal of Vocational Education & Training. https://doi.org/10.1080/13636820.2023.2166573

    Volledige referentie: Van Riet, D. (2023). Burgerschapsonderwijs: waar hebben we het over?. Onderwijskennis.nl (NRO). Geraadpleegd op [dag maand jaar], van https://www.onderwijskennis.nl/node/5021

    Korte verwijzing in de tekst: (Van Riet, 2023). 

    Meer informatie: bekijk de disclaimer.

    Onderwijsprofessionals hebben bijgedragen aan dit artikel door vanuit de praktijk mee te denken bij de afbakening van het thema en door feedback te geven op de tekst. Lees meer over de kwaliteitscriteria.

    Bijdrage van

    Daan van Riet

    Daan van Riet

    Docent, lerarenopleider en onderzoeker

    Hogeschool Utrecht

    Mogen we je iets vragen?

    Ga je deze informatie gebruiken in het onderwijs?
    Wat vind je van de leesbaarheid van deze pagina?
    In welke onderwijssector werk je?

    Wil je nog iets anders kwijt? Laat het ons weten via het feedback-formulier.

    Privacyverklaring

    Wij gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens. Lees hierover meer in onze privacyverklaring.

    Gerelateerd in de kennisbank

    • Placeholder Onderwijskennis.nl

      Verdiepende bron

      Burgerschap in beeld

      vo

      Burgerschapscompetenties van middelbare scholieren en burgerschapsonderwijs in het voortgezet
      onderwijs in vergelijkend perspectief.

      Download van Rijksoverheid
    • Placeholder Onderwijskennis.nl

      Praktijkvoorbeeld

      Onderwijs in burgerschap: wat scholen kunnen doen

      po vo

      Lees lessen uit de wetenschap en de praktijk. Krijg inzicht in mechanismen binnen de school die burgerschapscompetenties bij leerlingen kunnen versterken, geïllustreerd met diverse voorbeelden.

      Download van NRO
    • Placeholder Onderwijskennis.nl

      Verdiepende bron

      (On)zin van burgerschapsonderwijs

      po vo

      Over burgerschapsonderwijs is veel discussie. In hoeverre is het de taak van school om leerlingen rijp te maken voor de samenleving? Is burgerschapsonderwijs een voorbeeld van ondoordacht beleid?

      Lees verder bij Didactief