Jennifer Doekhie en Joni Reef, beiden initiatiefnemer en docent
“Onze studenten zijn voornamelijk wit, met hoogopgeleide ouders. Maar als ze zijn afgestudeerd maken zij beleid of spreken recht, wat mensen uit kwetsbare groepen, of met een lage sociaal-economische status, direct raakt in hun leven. Aan de kloof tussen deze werelden wilden we iets doen. Van een Amerikaans programma waarin studenten met gedetineerde mensen samen onderwijs volgden werden we zo enthousiast dat we een pilot ontwikkelden. Nu heeft deze cursus een vaste plek in de bachelor.
“Een groep van tien studenten krijgt samen met tien gedetineerde mensen les in de gevangenis. Daar moeten ze allen voor solliciteren. Voor ons zijn het allemaal studenten, want het uitgangspunt is gelijkwaardigheid. Onderwijs in de gevangenis is best ingewikkeld, want er gelden veiligheidsregels. Je mag je mobiel niet meenemen en er is geen internet. We maken vooraf duidelijk wat je wel en niet kunt bespreken.
“Die ontmoeting is zó speciaal. Alle deelnemers realiseren zich dat ze vooroordelen over de ander hebben. Studenten leren dat beleid heel anders kan uitpakken in de praktijk. En de gedetineerde deelnemers krijgen meer inzicht in het doel van het beleid. Het kernwoord is begrip. We denken dat dit ook positief is voor de resocialisatie; gedetineerde deelnemers zeggen bijvoorbeeld dat ze zich meer mens voelen: ik ben niet dom, ik ben niet alleen ‘een boef’. Dat ontroert ons elke keer weer. Onze aanpak maakt luikjes open naar een rijkere identiteit. Een mens is immers meer dan alleen een student of een gevangene.
“We zien kansen voor een breder project, door professionals uit de hele strafrechtketen in contact te brengen met mensen op wiens leven zij veel invloed hebben. Zo hebben we met officieren van justitie in opleiding al een pilot gedaan en willen we dit ook met rechters en politiemensen doen.
Tip: Ben jij docent in het hoger onderwijs (hbo en wo) en wil je jouw vak of cursus innovatief verbeteren? Bekijk de mogelijkheden voor een Comeniusbeurs.
Romme Groenenboom, student Criminologie
“In mijn eerste jaar hoorde ik over dit keuzevak tijdens een online gastcollege van iemand in detentie. Gewoon een mens, zag ik. En dat zette me aan het denken. Mijn studie is nogal theoretisch, je leert voornamelijk uit boeken. Ik vind het belangrijk dat je af en toe buiten je eigen bubbel kijkt en daarom heb ik gesolliciteerd.
“De eerste keer in de penitentiaire inrichting vond ik spannend. Een cel is helemaal niet zo kaal als in Amerikaanse films. Mensen hebben hun persoonlijke spullen, een cd-speler enzo. Ze vertelden hoe hun dagprogramma eruitziet en dat ze een weekbudget hebben voor eten. Dat was allemaal nieuw voor mij.
“Samenwerken in groepjes ging heel goed. Ik vond het niveau van de ‘binnenstudenten’ best hoog; ze waren enthousiast en betrokken. We hebben kennismakingsspelletjes gedaan en persoonlijke dingen uitgewisseld, bijvoorbeeld van welke muziek je houdt. Dat was een goede afwisseling met de inhoudelijke discussies over thema’s als het nut van straf of een tbs-maatregel.
“Ik zag gedetineerde personen voorheen vaak als slecht of gevaarlijk, maar ik weet nu dat je verder moet kijken. Het zijn gewone mensen die allemaal verschillend zijn. Ik heb met ze gepraat en gelachen en geleerd hoe detentie in de praktijk werkt. Aan het einde van de dag ging ik weer naar huis, en zij weer naar hun cel. Dat was best een lastig contrast. Ik weet niet of ik in de juridische wereld ga werken, maar ik ga wel de master Interventiecriminologie doen in Amsterdam.”