Overzichtsartikel

Toegankelijkheid: goede studievoortgang voor alle studenten in het hoger onderwijs

  • Hoger onderwijs
  • Bij toegankelijkheid gaat het om de mate waarin een student een opleiding succesvol kan doorlopen. Een significant percentage van de studenten maakt de gekozen studie niet af of loopt vertraging op. Hierbij kunnen (formele of informele) obstakels tijdens een opleiding of bij het afronden van een opleiding een rol spelen. Uit onderzoek blijkt dat niet alle studenten gelijke kansen hebben om een opleiding succesvol te doorlopen.

    Gepubliceerd:

    Belangrijkste oorzaken van studie-uitval en switch

    Niet alle studenten maken de eerste studie af die ze kiezen. Een significant deel van de studenten besluit te switchen van studie of er helemaal mee stoppen. Voor een adequaat beeld over de stand van zaken wat betreft uitval en switch in het hoger onderwijs is het belangrijk om enkele feiten en definities vast te stellen. Hiervoor is de Monitor Beleidsmaatregelen 2019-2020 gebruikt  ResearchNed (2020). Monitor beleidsmaatregelen hoger onderwijs 2019-2020. ResearchNed: Nijmegen.
     Daarnaast wordt hier aandacht besteed aan de redenen voor switch en uitval. De belangrijkste definities betreffen de termen switch en uitval. Met switch worden studenten aangeduid die het jaar nadat ze in het ho zijn ingestroomd van opleiding, instelling of beide veranderd zijn. Met uitval wordt het verlaten van het hoger onderwijs bedoeld. In de analyse van de bovengenoemde monitor wordt dit geoperationaliseerd als een student die in het jaar nadat het een studie in het hoger onderwijs (ho) begon, niet meer bij een ho-instelling ingeschreven staat. Dit betekent dat studenten die een langere pauze nemen en later dan het direct volgende studiejaar terugkeren in het hoger onderwijs in de monitor beleidsmaatregelen worden beschouwd als uitvallers. Terwijl zij op een later moment alsnog terug zouden kunnen keren in het ho.

    25-37% van de ho en wo-studenten stopt met de studie

    In de jaren 2017-2018 en 2018-2019 lag het percentage studenten dat stopte met de studie in het eerste jaar rond de 32%. In absolute cijfers stoppen zo’n 42.500 studenten tijdens of na het eerste jaar van hun studie. De overgrote meerderheid van deze studenten (31.000) studeert in het hbo, de overige 11.500 vallen uit in het wo. Ook procentueel gezien verlaten meer studenten in het hbo hun studie: 37% stopt, tegenover 25% van de studenten die studeerden aan de universiteit.

    De meeste studenten die stoppen, switchen van studie

    Het merendeel van de studenten dat tijdens of na het eerste jaar stopt met de studie, switcht (26.000), ruim 16.000 studenten vielen uit. Het percentage uitvallers (dus studenten die niet switchen), is veel hoger in het hbo dan in het wo: respectievelijk 15% en 7% van het totale studie-cohort. In het hbo switcht 21% van de studenten, dit is 18% in het wo. Van de studenten die uitvallen is vaak niet bekend hoe zij hun weg vervolgen. De enige vervolgroute waar informatie over bekend is, betreft doorstroom naar het mbo. 11% van de uitvallers in het hbo en 0,5% van de uitvallers in het wo vervolgen op die wijze hun weg. Dit betekent dat van 89% van de uitvallers in het hbo en 99,5% in het wo onbekend is wat zij na uitval uit het ho doen  ResearchNed (2020). Monitor beleidsmaatregelen hoger onderwijs 2019-2020. ResearchNed: Nijmegen.

    Geraadpleegde bronnen

    ResearchNed (2020). Monitor beleidsmaatregelen hoger onderwijs 2019-2020. ResearchNed: Nijmegen.
    ResearchNed (2020). Monitor beleidsmaatregelen hoger onderwijs 2019-2020. ResearchNed: Nijmegen.
    Grafiek 1: Percentages uitval en switch per hoger onderwijs type tov alle eerstejaars studenten

    De zes belangrijkste redenen van studie-uitval

    De belangrijkste redenen die eerstejaarsstudenten geven voor uitval en switch zijn ‘de verwachting is niet uitgekomen’ (51%), ‘verkeerde studiekeuze gemaakt’ (50%), ‘de manier van onderwijs sloot niet aan’ (37%), ‘de studie was te zwaar’ (33%) en ‘onvoldoende gemotiveerd’ (27%). Het krijgen van een negatief BSA was de reden van uitval en switch in 13% van de gevallen ResearchNed (2020). Monitor beleidsmaatregelen hoger onderwijs 2019-2020. ResearchNed: Nijmegen.

    Geraadpleegde bronnen

    ResearchNed (2020). Monitor beleidsmaatregelen hoger onderwijs 2019-2020. ResearchNed: Nijmegen.
    Grafiek 2: De zes belangrijkste redenen voor uitval en switch

    De redenen voor het beëindigen van de studie zijn uitgesplitst naar persoonlijke kenmerken van studenten: hun vooropleiding, migratieachtergrond, functiebeperking, geslacht en het opleidingsniveau van de ouders. Per achtergrondvariabele is steeds gecontroleerd voor alle andere achtergrondkenmerken.

    • Wat betreft vooropleiding valt op dat verkeerde studiekeuze het meest wordt aangegeven door studenten met een vwo-diploma.
    • Doorstromers uit het mbo geven minder vaak aan te switchen vanwege een verkeerde studiekeuze, of omdat zij zich niet thuis voelen op de opleiding. Deze groep stopt vaker met de opleiding vanwege de zwaarte van de studie, moeite met de overgang naar het hbo en de manier van onderwijs geven.
    • Studenten met een functiebeperking geven vaker dan gemiddeld aan dat uitval en switch te maken heeft met de zwaarte van de studie, de manier van onderwijs geven en persoonlijke redenen.
    • Mannen geven vaker aan dan vrouwen dat zij stoppen met de huidige studie vanwege motivatie en een negatief BSA.
    • Er zijn geen noemenswaardige variaties in opgegeven redenen voor uitval en switch van studenten met een niet-westerse migratieachtergrond en eerstegeneratiestudenten.

    Hoewel ‘verkeerde studiekeuze’ nog steeds in de top 3 van belangrijkste redenen voor het voortijdig afbreken van de studie staat, is dit in vergelijking met 10 jaar geleden sterk gedaald. De afgelopen jaren is dit percentage stabiel gebleven rond de 50%. Daarnaast lijkt er een positieve correlatie te zijn tussen een bewuste studiekeuze en het voortzetten van de studie. Bij studenten die doorstuderen koos 77% bewust voor de studie, bij uitval en switch is dat 57% ( ResearchNed (2020). Monitor beleidsmaatregelen hoger onderwijs 2019-2020. ResearchNed: Nijmegen.

    Een andere belangrijke factor in het voorspellen van studiesucces is het gevoel van binding met de studie. Van de studenten die doorstuderen heeft 90% een goede binding ervaren, bij studenten die uitvallen en switchen is dit maar 74%. Volgens de Monitor Beleidsmaatregelen  ResearchNed (2020). Monitor beleidsmaatregelen hoger onderwijs 2019-2020. ResearchNed: Nijmegen.
     is de ervaring van binding met de opleiding het meest bepalend voor uitval en switch.

    De redenen voor uitval uit de monitor komen grotendeels overeen met de redenen die Kappe  Kappe, F. R. (2017). Studiesucces: verbinden als stap voorwaarts : een oplossingsrichting op basis van een synthese van literatuur en eigen praktijkonderzoeken. Hogeschool Inholland.
     constateert in zijn onderzoek naar uitval en gebrek aan studiesucces onder hbo-studenten. Hij geeft aan dat deze oorzaken al lange tijd stabiel zijn en dat zij ook buiten Nederland gelden. Daarom is het aannemelijk dat ze (in enige mate) ook een rol spelen binnen het wo. Kappe geeft de volgende zeven redenen voor gebrek aan studiesucces en uitval:

    • Incongruentie
      hiervan is sprake wanneer de verwachtingen, interesses en waarden van de student niet overeenkomen met die van de onderwijsinstelling. Dit zou vaker voorkomen bij mannen en studenten met een havo-vooropleiding dan bij vrouwen en studenten met een vwo- of mbo-vooropleiding die beter lijken te hebben nagedacht over de studiekeuze. Ook is er vaker sprake van incongruentie bij eerstegeneratiestudenten, maar juist minder vaak bij allochtone studenten.
    • Suboptimale aansluiting
      dit refereert aan de manier waarop het onderwijs wordt verzorgd en hoe zwaar de studie wordt ervaren. Vooral tijdens de eerste 100 dagen moeten studenten wennen aan de manier van lesgeven en de hoeveelheid lesstof.
    • Gebrek aan motivatie, lage initiële inzet en verwachtingen
      hieronder vallen interesse, het inzien van de relevantie of het doel, en de manier waarop het onderwijs wordt verzorgd. Gebrek hieraan zou de belangrijkste reden zijn om te stoppen met de opleiding.
    • Concurrerende verplichtingen en activiteiten
      dit kan bijvoorbeeld gaan om een (omvangrijke) bijbaan of zorg voor familie. Vaak onderschatten studenten bovendien de studiewerkdruk, wat leidt tot moeite met het combineren van studie, privé en andere verplichtingen.
    • Gebrek aan sociale integratie
      een gebrek aan persoonlijk en zinvol sociaal contact leidt tot gevoelens van isolatie en uitsluiting en daarmee uiteindelijk tot uitval.
    • Emotionele of psychosociale aanpassingsproblemen
      studenten kunnen bijvoorbeeld moeite hebben met het omgaan met onduidelijke of onbekende eisen en stressoren die zich voordoen in de overgang naar het hoger onderwijs. Daarnaast kunnen psychische problemen tijdens de studie bijdragen aan uitval en studievertraging. Vaak hangen de klachten van studenten samen met het studie- en leefklimaat en is er een wisselwerking tussen de gezondheidsbeleving en studieproblemen. Hier komt bij dat veel studenten het lastig vinden om hulp te zoeken.
    • Onvoldoende academische (schrijf- en studie)vaardigheden
      het niet in staat zijn deze vaardigheden gedurende de studie (geleidelijk) te verwerven zorgt voor moeite met het voldoen aan de afstudeereisen, wat leidt tot uitloop (voornamelijk tijdens het schrijven van de scriptie).

    Consequenties van uitval en switch

    Zoals eerder gezegd is het zicht op de consequenties van uitval zeer beperkt. Alleen de studenten die het hoger onderwijs verlaten voor andere vormen van onderwijs (zoals het mbo) kunnen worden gevolgd  ResearchNed (2020). Monitor beleidsmaatregelen hoger onderwijs 2019-2020. ResearchNed: Nijmegen.
     Wat betreft switch constateert de Monitor Beleidsmaatregelen  ResearchNed (2020). Monitor beleidsmaatregelen hoger onderwijs 2019-2020. ResearchNed: Nijmegen.
     op basis van diplomeringsgegevens, dat switchers vaak meer vertraging oplopen dan het jaar dat in eerste instantie door de verandering van studie verloren gaat. Ook bij de nieuwe opleiding studeren switchers vaak niet nominaal af; het rendement na de switch ligt lager dan bij studenten die dezelfde studie voortzetten. Dit verschil is groter in het hbo dan in het wo, maar in beide onderwijssectoren is het verschil significant.

    De kosten van uitval, switch en BSA

    Er is nog maar weinig bekend over kosten van uitval, switch en het BSA. Deze lijken lastig te onderzoeken te zijn. Gezien vanuit het standpunt van doelmatigheid zijn uitval en switch problematisch. Bij uitval en switch krijgen studenten wel onderwijs, maar wordt dit niet (direct) vertaald in een diploma. Bij uitval halen studenten helemaal geen diploma en worden er dus kosten gemaakt die geen rendement in de vorm van het voltooien van een studie opleveren. In het geval van switch doen studenten er langer over om hun studie te behalen.

    De enige bekende informatie over de kosten van uitval, switch en BSA  komt uit een onderzoek naar toereikendheid en doelmatigheid in het mbo, hbo en wo van PWC Strategy& (2021). In dit onderzoek is ook gekeken naar de ondoelmatigheid van bestedingen door het lagere rendement door uitval.  Uit onderzoek van PWC Strategy& blijkt dat de uitval in het hbo het hoogst is met 31%, voor het mbo is dat 23% en voor wo is dat 15%. Hierdoor maakt het hbo relatief hogere onderwijskosten die zich niet uitbetalen in de vorm van een diploma. Als gevolg maakt het hbo respectievelijk € 130 miljoen meer onderwijskosten voor studenten die uitvallen bij een vergelijking met het uitvalpercentage dat gangbaar is in wo, en € 65 miljoen meer bij een vergelijking met het uitvalpercentage dat gangbaar is voor het mbo (switch wordt hierin niet meegenomen). Deze bedragen schetsen de omvang van het bedrag dat effectiever kan worden besteed als de uitval in het hbo zou dalen. De kosten zouden bij lagere uitval niet lager liggen, maar het zou vertaald worden in kwaliteitswinst (een hoger diploma rendement). Bij de interpretatie van de verschillen in uitval moet rekening gehouden worden met de verschillende instroom van de onderwijssectoren. De instroom in het hbo is gevarieerder dan in het mbo en wo. 

    De financiële omvang van uitval is berekend in dit onderzoek door het uitvalpercentage in het hbo te vergelijken met de uitvalpercentages in het mbo en wo. Vervolgens is het verschil in uitvalpercentages vermenigvuldigd met het aantal eerstejaars in het hbo en de rijksbijdrage per hbo-student. De financiële omvang van switch is hierin niet meegenomen.

    Bindend studieadvies (BSA) en het effect op toegankelijkheid

    Het bsa is een beslissing van een hogeschool of universiteit of een student mag doorstuderen aan de opleiding. Voor een positief advies moet de student vaak een minimum aantal studiepunten behalen, de bsa-norm. Bij een negatief bsa kan de student zich niet opnieuw inschrijven bij dezelfde opleiding aan die instelling. Hieronder beschrijven we kort de relatie tussen uitval, switch en bsa. In dit artikel gaan we niet verder in op de effecten van het bsa. 

    Bekijk het overzichtsartikel
    Bindend studieadvies: beoogde en niet-beoogde effecten  

    Geraadpleegde bronnen

    ResearchNed (2020). Monitor beleidsmaatregelen hoger onderwijs 2019-2020. ResearchNed: Nijmegen.
    ResearchNed (2020). Monitor beleidsmaatregelen hoger onderwijs 2019-2020. ResearchNed: Nijmegen.
    Kappe, F. R. (2017). Studiesucces: verbinden als stap voorwaarts : een oplossingsrichting op basis van een synthese van literatuur en eigen praktijkonderzoeken. Hogeschool Inholland.
    ResearchNed (2020). Monitor beleidsmaatregelen hoger onderwijs 2019-2020. ResearchNed: Nijmegen.
    ResearchNed (2020). Monitor beleidsmaatregelen hoger onderwijs 2019-2020. ResearchNed: Nijmegen.

    Gelijke kansen voor studenten met verschillende kenmerken en achtergronden

    De studentenpopulatie in het hoger onderwijs is een divers gezelschap. Divers naar migratie-achtergrond, naar sekse, naar sociaal economische status, naar wel of geen functiebeperkingen, enzovoorts. Deze kenmerken spelen soms een rol bij de toegang tot een opleiding en ook hangt het succesvol doorlopen van hun studie daar soms mee samen. Het is belangrijk om aandacht te besteden aan deze kenmerken en de kansen van te onderscheiden groepen. Bepaalde onderwijspraktijken of maatregelen kunnen namelijk verschillend uitwerken voor bepaalde groepen of voor verschillende soorten studenten.

    Er kan op verschillende manieren naar het vraagstuk van kansengelijkheid gekeken worden. In het thematisch overzicht over instromen in het hoger onderwijs staat een uitgebreide discussie van de verschillende gronden waarop keuzes gemaakt kunnen worden omtrent kansengelijkheid, in brede zin.

    Verschillen tussen sekse: vrouwen presteren beter

    Vrouwen presteren beter in het hoger onderwijs dan mannen  Kappe, F. R. (2017). Studiesucces: verbinden als stap voorwaarts : een oplossingsrichting op basis van een synthese van literatuur en eigen praktijkonderzoeken. Hogeschool Inholland.
      Wolff, R. & Baars, G. J. A. (2017). Notitie Vooronderzoek Rendementsanalyse ESL: Een literatuurstudie naar studievoortgangsfactoren.
     In het hoger onderwijs, zowel hbo als wo, zijn vrouwen onder de eerstejaarsstudenten in de meerderheid  Wolff, R. (2013). Presteren op vreemde bodem : een onderzoek naar sociale hulpbronnen en de leeromgeving als studiesuccesfactoren voor niet-westerse allochtone studenten in het nederlandse hoger onderwijs (1997-2010) (proefschrift).
     Bovendien vallen zij minder vaak uit en halen ze hogere rendementen  Belfi, B., De Hoon, M. , Jolles, J., Kaiser, F., Keizer, J., Kolster, R. , Levels, M., Meng, C., Van der Velden, R., Vossensteyn, H. (2015). De jongens tegen de meisjes: een onderzoek naar verklaringen voor verschillen in studiesucces van jongens en meisjes in mbo, hbo en wo. ROA.
      Wolff, R. (2013). Presteren op vreemde bodem : een onderzoek naar sociale hulpbronnen en de leeromgeving als studiesuccesfactoren voor niet-westerse allochtone studenten in het nederlandse hoger onderwijs (1997-2010) (proefschrift).
     In zowel het hbo als in het wo ligt het percentage dat uitvalt en switcht 10% hoger bij mannen dan bij hun vrouwelijke medestudenten  ResearchNed (2020). Monitor beleidsmaatregelen hoger onderwijs 2019-2020. ResearchNed: Nijmegen.
     Dat is deels het gevolg van neurologische en sociale verschillen die studiesucces beïnvloeden  Belfi, B., De Hoon, M. , Jolles, J., Kaiser, F., Keizer, J., Kolster, R. , Levels, M., Meng, C., Van der Velden, R., Vossensteyn, H. (2015). De jongens tegen de meisjes: een onderzoek naar verklaringen voor verschillen in studiesucces van jongens en meisjes in mbo, hbo en wo. ROA.
     Daarnaast speelt waarschijnlijk de inrichting van het curriculum een rol. De aandacht daarin voor taal, en het taliger worden van het reken- en wiskundeonderwijs, zou nadelig zijn voor mannelijke studenten (Belfi et al., 2015). Vrouwelijke studenten zouden ook profiteren van het belang van communicatieve vaardigheden (werkstukken schrijven, presentaties geven) en samenwerkingsvaardigheden in de opleiding. Zij lijken meer gebruik te maken van verbaal-linguïstische leerstrategieën en hebben de non-cognitieve vaardigheden die een rol spelen in sociale interacties beter onder de knie  Belfi, B., De Hoon, M. , Jolles, J., Kaiser, F., Keizer, J., Kolster, R. , Levels, M., Meng, C., Van der Velden, R., Vossensteyn, H. (2015). De jongens tegen de meisjes: een onderzoek naar verklaringen voor verschillen in studiesucces van jongens en meisjes in mbo, hbo en wo. ROA.
      Jacob, B. A., & National Bureau of Economic Research. (2002). Where the boys aren't : non-cognitive skills, returns to school and the gender gap in higher education (Ser. Nber working paper series, no. 8964). National Bureau of Economic Research.

    De mate waarin het studiesucces tussen mannen en vrouwen verschilt, blijkt deels afhankelijk van hun sociaaleconomische en hun migratieachtergrond: de voorsprong van vrouwelijke studenten ten opzichte van mannelijke studenten is groter wanneer ze een niet-westerse migratieachtergrond hebben of wanneer ze afkomstig zijn uit een gezin met een lagere sociaaleconomische status.

    Om zowel jongens als meisjes optimaal te laten presteren, helpt het gerichter in te zetten op de persoonlijke groei en talentontwikkeling van beide seksen  Jolles, J. & Keizer, J. (2015). Cognitief en non-cognitief presteren van jongens en meisjes in mbo en ho: Een neuropsychologisch perspectief. In: B. Belfi, M. Levels, & R. van der Velden (Red.) De jongens tegen de meisjes: een onderzoek naar verklaringen voor verschillen in studiesucces van jongens en meisjes in mbo, hbo en wo (pp. 27 – 58). Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA).
     Dit kan non-cognitieve functies versterken en hiermee leermotivatie en studieprestaties positief beïnvloeden  Jolles, J. & Keizer, J. (2015). Cognitief en non-cognitief presteren van jongens en meisjes in mbo en ho: Een neuropsychologisch perspectief. In: B. Belfi, M. Levels, & R. van der Velden (Red.) De jongens tegen de meisjes: een onderzoek naar verklaringen voor verschillen in studiesucces van jongens en meisjes in mbo, hbo en wo (pp. 27 – 58). Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA).
     Strenge toetsing en selectie in het begin van de studie heeft als risico dat relatief veel talent onder jongens dan mogelijk nog onvoldoende uit de verf komt  Jolles, J. & Keizer, J. (2015). Cognitief en non-cognitief presteren van jongens en meisjes in mbo en ho: Een neuropsychologisch perspectief. In: B. Belfi, M. Levels, & R. van der Velden (Red.) De jongens tegen de meisjes: een onderzoek naar verklaringen voor verschillen in studiesucces van jongens en meisjes in mbo, hbo en wo (pp. 27 – 58). Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA).

    Het loont te investeren in docentprofessionalisering op het gebied van kennis over sekseverschillen en rekening te houden met het feit dat jongeren rond het 20e levensjaar nog volop in ontwikkeling zijn  Jolles, J. & Keizer, J. (2015). Cognitief en non-cognitief presteren van jongens en meisjes in mbo en ho: Een neuropsychologisch perspectief. In: B. Belfi, M. Levels, & R. van der Velden (Red.) De jongens tegen de meisjes: een onderzoek naar verklaringen voor verschillen in studiesucces van jongens en meisjes in mbo, hbo en wo (pp. 27 – 58). Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA).
     Veel laat-adolescente jongeren hebben behoefte aan begeleiding omdat ze nog niet goed in staat zelfstandig hun werk te structureren en te plannen  Belfi, B., De Hoon, M. , Jolles, J., Kaiser, F., Keizer, J., Kolster, R. , Levels, M., Meng, C., Van der Velden, R., Vossensteyn, H. (2015). De jongens tegen de meisjes: een onderzoek naar verklaringen voor verschillen in studiesucces van jongens en meisjes in mbo, hbo en wo. ROA.
     De verwachting dat alle studenten dit wel zelfstandig kunnen is onterecht omdat hersenen hier vaak nog niet klaar voor zijn  Belfi, B., De Hoon, M. , Jolles, J., Kaiser, F., Keizer, J., Kolster, R. , Levels, M., Meng, C., Van der Velden, R., Vossensteyn, H. (2015). De jongens tegen de meisjes: een onderzoek naar verklaringen voor verschillen in studiesucces van jongens en meisjes in mbo, hbo en wo. ROA.

    Grotere kans op uitval bij leer- en functiebeperkingen

    Ruim een op de tien studenten ervaart studiebelemmeringen als gevolg van een ‘functiebeperking’  Studentenmonitor. (2018). Verkregen van: http://www.studentenmonitor.nl/tabellen/index.html?
     Hieronder valt  een scala aan motorische, visuele en auditieve beperkingen; leerstoornissen (zoals dyslexie en dyscalculie); ontwikkelingsstoornissen; chronische medische aandoeningen; en psychische beperkingen. Studenten met een functiebeperking vallen vaker uit dan studenten zonder beperking. Ze vallen zowel in het hbo (31% tegenover 21%) als het wo (21% tegenover 16%) vaker uit  ResearchNed (2020). Monitor beleidsmaatregelen hoger onderwijs 2019-2020. ResearchNed: Nijmegen.
     Ook lopen studenten met een functiebeperking een groter risico op studievertragingen ervaren ze een zwaardere studielast. Naast de studeerbaarheid van het studieprogramma, wordt dit toegeschreven aan de verantwoordelijkheid die studenten zelf dragen voor het regelen van voorzieningen. Dit is tijdrovend en brengt extra last met zich mee  Advies Commissie Maatstaf (2010). Meer mogelijk maken: Studeren met een functiebeperking in het hoger onderwijs. Verkregen van: https://ecio.nl/publicaties/begeleiding-van-studenten-met-een-ondersteuningsvraag/

    Algemene maatregelen die zijn gericht op flexibilisering, begeleiding en maatwerk zijn relevant voor studenten met een functiebeperking. Een gebrek hieraan binnen een onderwijsinstelling kan zorgen voor een verminderde inclusiviteit (toegankelijkheid en studeerbaarheid) richting studenten met functiebeperking  Advies Commissie Maatstaf (2010). Meer mogelijk maken: Studeren met een functiebeperking in het hoger onderwijs. Verkregen van: https://ecio.nl/publicaties/begeleiding-van-studenten-met-een-ondersteuningsvraag/
     Een cultuur die uitgaat van de talenten van iedere individuele student (ongeacht de beperking) is van belang als garantie voor talentontwikkeling  Advies Commissie Maatstaf (2010). Meer mogelijk maken: Studeren met een functiebeperking in het hoger onderwijs. Verkregen van: https://ecio.nl/publicaties/begeleiding-van-studenten-met-een-ondersteuningsvraag/

    Sociaaleconomische achtergrond heeft invloed op studiesucces

    Studenten uit lage sociaaleconomische milieus hebben een grotere kans om uit te vallen tijdens het eerste studiejaar dan andere studenten  Hayes, L. A. (2013). Identifying the strengths, needs, and barriers to student success for first generation, low-income, first year college students (proefschrift). Northern Kentucky University. College of Education and Human Services, & ProQuest Information and Learning Company.
     Dat komt doordat zij minder dan studenten uit hogere sociaaleconomische milieus, beschikken over het juiste cultureel, sociaal en economische kapitaal (Bourdieu & Passeron (1979) in  Wolff, R. (2013). Presteren op vreemde bodem : een onderzoek naar sociale hulpbronnen en de leeromgeving als studiesuccesfactoren voor niet-westerse allochtone studenten in het nederlandse hoger onderwijs (1997-2010) (proefschrift).

    Cultureel kapitaal is de kennis over normen en stijlen die gewaardeerd worden in hoogopgeleide en welvarende kringen  Wolff, R. (2013). Presteren op vreemde bodem : een onderzoek naar sociale hulpbronnen en de leeromgeving als studiesuccesfactoren voor niet-westerse allochtone studenten in het nederlandse hoger onderwijs (1997-2010) (proefschrift).
      Wolff, R. & De Jong, M. (2018). Doceren voor een inclusieve klas: Een literatuurstudie ter voorbereiding op docenttrainingen in het hoger (beroeps) onderwijs.
     Studenten uit welvarende, hoogopgeleide milieus hebben een voorsprong in het hoger onderwijs omdat daar die normen en stijlen van hoger opgeleiden en het welvarend deel van de samenleving de ‘norm’ zijn  Dumais, S. A. (2002). Cultural capital, gender, and school success: the role of habitus. Sociology of Education, 75(1), 44–68.
     Daarom voelen studenten met hoogopgeleide ouders, die sociaaleconomische welvaart kennen en die veelal geen migratieachtergrond hebben, zich het makkelijkst thuis op de universiteit  Thomas, L. (2002). Student retention in higher education: The role of institutional habitus. Journal of Educational Policy, 17(4), 423–442.
     Studenten uit milieus voor wie studeren niet vanzelfsprekend is en die niet bekend zijn met het cultureel kapitaal binnen hoogopgeleide milieus, hebben baat bij een opleidingscultuur waar diversiteit gewaardeerd wordt en als verrijking wordt gezien  Wolff, R. (2013). Presteren op vreemde bodem : een onderzoek naar sociale hulpbronnen en de leeromgeving als studiesuccesfactoren voor niet-westerse allochtone studenten in het nederlandse hoger onderwijs (1997-2010) (proefschrift).

    Sociaal kapitaal betreft het geheel aan relevante sociale contacten en netwerken. Hoe meer studenten in staat zijn netwerken op te bouwen van mensen die hen verder helpen in de studie, hoe beter zij zich kunnen identificeren met de opleidings- of instellingscultuur en hoe meer kans zij maken op studiesucces  Wolff, R. (2013). Presteren op vreemde bodem : een onderzoek naar sociale hulpbronnen en de leeromgeving als studiesuccesfactoren voor niet-westerse allochtone studenten in het nederlandse hoger onderwijs (1997-2010) (proefschrift).
     Studenten uit lager opgeleide milieus blijken binnen hun studie minder sociaal kapitaal verwerven en minder kans maken op het behalen van studiesucces  Wolff, R. (2013). Presteren op vreemde bodem : een onderzoek naar sociale hulpbronnen en de leeromgeving als studiesuccesfactoren voor niet-westerse allochtone studenten in het nederlandse hoger onderwijs (1997-2010) (proefschrift).

    Tot slot verwijst economisch kapitaal naar de financiële middelen die studenten tot hun beschikking hebben. Studenten uit lagere sociaaleconomische milieus zullen vaker naast hun studie zelf geld moeten verdienen waardoor minder tijd overblijft om te studeren en om sociaal en cultureel kapitaal te verwerven  Wolff, R. (2013). Presteren op vreemde bodem : een onderzoek naar sociale hulpbronnen en de leeromgeving als studiesuccesfactoren voor niet-westerse allochtone studenten in het nederlandse hoger onderwijs (1997-2010) (proefschrift).
      Herweijer, L. & Turkenburg, M. (2016). Wikken en Wegen in het hoger onderwijs. Over studieloopbanen en instellingsbeleid. Den Haag: Sociaal Cultureel Planbureau. Geraadpleegd via: https://www.scp.nl/publicaties/publicaties/2016/10/06/wikken-en-wegen-in-het-hoger-onderwijs
     Dit heeft dan ook de potentie om het studiesucces van deze studenten te belemmeren.

    Eerstegeneratiestudenten hebben een grotere kans op uitval

    Eerstegeneratiestudenten zijn studenten die als eerste uit hun gezin of familie de overstap naar het hoger onderwijs maken. Eerstegeneratiestudenten uit lage sociaaleconomische milieus hebben in de VS een vier keer zo grote kans op uitval tijdens het eerste jaar dan hun studiegenoten  Hayes, L. A. (2013). Identifying the strengths, needs, and barriers to student success for first generation, low-income, first year college students (proefschrift). Northern Kentucky University. College of Education and Human Services, & ProQuest Information and Learning Company.
     Vaak zijn deze studenten minder goed voorbereid op vervolgonderwijs  Hayes, L. A. (2013). Identifying the strengths, needs, and barriers to student success for first generation, low-income, first year college students (proefschrift). Northern Kentucky University. College of Education and Human Services, & ProQuest Information and Learning Company.
     of is er een verschil tussen hun verwachtingen, interesses en waarden en die van de opleiding  Kappe, F. R. (2017). Studiesucces: verbinden als stap voorwaarts : een oplossingsrichting op basis van een synthese van literatuur en eigen praktijkonderzoeken. Hogeschool Inholland.
     Ook hebben ze, soms in verband met hun economische status, verplichtingen buiten de opleiding, zoals familie en werk  Hayes, L. A. (2013). Identifying the strengths, needs, and barriers to student success for first generation, low-income, first year college students (proefschrift). Northern Kentucky University. College of Education and Human Services, & ProQuest Information and Learning Company.
     Studenten die tot een minderheidsgroep behoren zijn veelal de eersten die gaan studeren in het gezin of familie. Hun cultureel kapitaal, in de vorm van gebruiken, omgangsmanieren, normen en waarden, wordt door onderwijsinstellingen vaak als minder waardevol gezien. Hierdoor is het voor hen moeilijker om zich thuis te voelen en betrokken te zijn bij de gemeenschap  Thomas, L. (2002). Student retention in higher education: The role of institutional habitus. Journal of Educational Policy, 17(4), 423–442.
     De kans op uitval is daardoor groter.

    Eerstegeneratiestudenten hebben een iets hoger uitval- en switchpercentage dan studenten van wie tenminste een van de ouders een ho-diploma behaald heeft. Dit klasseverschil is vooral zichtbaar bij doorstromers van het mbo naar het hbo en bij studenten met een vwo-achtergrond in het wo  ResearchNed (2020). Monitor beleidsmaatregelen hoger onderwijs 2019-2020. ResearchNed: Nijmegen.

    De inzet van mentoren en tutoren om te ondersteunen bij de overgang naar het hoger onderwijs is een manier om de hogere uitval onder eerste-generatie-studenten te verminderen  Hayes, L. A. (2013). Identifying the strengths, needs, and barriers to student success for first generation, low-income, first year college students (proefschrift). Northern Kentucky University. College of Education and Human Services, & ProQuest Information and Learning Company.

    Studenten met migratieachtergrond hebben een lager studierendement

    Studenten zonder migratieachtergrond laten ten opzichte van andere groepen (westerse of niet-westerse migratieachtergrond) minder uitval en een hoger studierendement zien  Wolff, R. (2013). Presteren op vreemde bodem : een onderzoek naar sociale hulpbronnen en de leeromgeving als studiesuccesfactoren voor niet-westerse allochtone studenten in het nederlandse hoger onderwijs (1997-2010) (proefschrift).
     Dat wordt deels, maar niet volledig verklaard, doordat zij een kansrijker voortraject hebben doorlopen. Studenten met een migratie-achtergrond komen namelijk vaak via een omweg het hoger onderwijs binnen, door bijvoorbeeld na het vmbo door te stromen naar de havo of het mbo en van daaruit naar het hbo  Wolff, R. (2013). Presteren op vreemde bodem : een onderzoek naar sociale hulpbronnen en de leeromgeving als studiesuccesfactoren voor niet-westerse allochtone studenten in het nederlandse hoger onderwijs (1997-2010) (proefschrift).
     Daarbij blijkt dat vooral mannelijke studenten met een migratie-achtergrond relatief vaak uitvallen, terwijl vrouwelijke studenten met een (tweede generatie) migratie-achtergrond het steeds beter doen  Kappe, F. R. (2017). Studiesucces: verbinden als stap voorwaarts : een oplossingsrichting op basis van een synthese van literatuur en eigen praktijkonderzoeken. Hogeschool Inholland.
      Crul, M., (2018). Chapter 4: The Netherlands: Intergenerational mobility of native-born children of immigrants from Morocco and Turkey in Catching Up? Country Studies on Intergenerational Mobility and Children of Immigrants, OECD. Parijs: OECD Publishing.

    Verder zijn studenten met een niet-westerse migratieachtergrond voor hun studiesucces meer afhankelijk van de leeromgeving dan studenten zonder migratieachtergrond  Wolff, R. (2013). Presteren op vreemde bodem : een onderzoek naar sociale hulpbronnen en de leeromgeving als studiesuccesfactoren voor niet-westerse allochtone studenten in het nederlandse hoger onderwijs (1997-2010) (proefschrift).
    In paragraaf 4 over inclusiviteit wordt daarop ook ingegaan. De combinatie van drie elementen heeft een positief effect op studenten met een niet-westerse migratieachtergrond in het bijzonder: sturing, kleinschaligheid en persoonlijke betrokkenheid van het personeel. Leeromgevingen met deze kenmerken zorgen dat verschillen in ‘bagage’ vanuit huis een minder grote rol spelen bij het behalen van studiesucces  Wolff, R. (2013). Presteren op vreemde bodem : een onderzoek naar sociale hulpbronnen en de leeromgeving als studiesuccesfactoren voor niet-westerse allochtone studenten in het nederlandse hoger onderwijs (1997-2010) (proefschrift).
     Het ontbreken van één of meerdere van deze elementen verstoort deze balans  Wolff, R. (2013). Presteren op vreemde bodem : een onderzoek naar sociale hulpbronnen en de leeromgeving als studiesuccesfactoren voor niet-westerse allochtone studenten in het nederlandse hoger onderwijs (1997-2010) (proefschrift).

    Weinig afstand tot en positieve interacties met docenten en studiebegeleiders kunnen extra belangrijk zijn voor studenten met een (niet-westerse) migratieachtergrond  Wolff, R. (2013). Presteren op vreemde bodem : een onderzoek naar sociale hulpbronnen en de leeromgeving als studiesuccesfactoren voor niet-westerse allochtone studenten in het nederlandse hoger onderwijs (1997-2010) (proefschrift).
     Begrip tonen voor zaken die mogelijk met de migratie-achtergrond te maken hebben wordt gewaardeerd, maar het is een probleem wanneer niet-gerelateerde zaken onterecht aan achtergrond worden toegeschreven (zoals studieproblemen als gevolg van een leerbeperking).

    Wanneer studenten in lastige perioden steun krijgen, kan dat de doorslag geven om met de studie door te gaan. Bovendien vinden sommige studenten met een niet-westerse migratie-achtergrond het lastig om hulp te vragen, vooral wanneer zij hun docent of begeleider niet goed kennen, wat kan bijdragen aan uitval. Wolff  Wolff, R. (2013). Presteren op vreemde bodem : een onderzoek naar sociale hulpbronnen en de leeromgeving als studiesuccesfactoren voor niet-westerse allochtone studenten in het nederlandse hoger onderwijs (1997-2010) (proefschrift).
     ontdekte dat uitvallers minder vaak zelf aan de bel trekken bij studentbegeleiders en een grote afstand tot hen ervaren.

    Studenten met een migratieachtergrond bouwen waarschijnlijk gemakkelijker een vertrouwensband op met docenten en begeleiders die ook een migratieachtergrond hebben  Wolff, R. (2013). Presteren op vreemde bodem : een onderzoek naar sociale hulpbronnen en de leeromgeving als studiesuccesfactoren voor niet-westerse allochtone studenten in het nederlandse hoger onderwijs (1997-2010) (proefschrift).
     Binnen opleidingen waar de academische staf overwegend zonder migratieachtergrond is, zullen studenten met een migratieachtergrond zich waarschijnlijk minder met hen identificeren en een hogere drempel ervaren om hen te benaderen  Wolff, R. (2013). Presteren op vreemde bodem : een onderzoek naar sociale hulpbronnen en de leeromgeving als studiesuccesfactoren voor niet-westerse allochtone studenten in het nederlandse hoger onderwijs (1997-2010) (proefschrift).
     Aanwezigheid van docenten met een migratie-achtergrond kan bovendien bijdragen aan het imago van de opleiding en studenten zelfvertrouwen geven.

    Studenten met een migratieachtergrond switchen vaker

    De Monitor beleidsmaatregelen constateert dat het percentage uitval en switch hoger is onder studenten met een niet-westerse migratieachtergrond dan onder studenten zonder migratieachtergrond. Het is hier echter belangrijk om op te merken dat dit grotere aandeel vooral veroorzaakt wordt door een hoger percentage switchers. De uitval is nagenoeg gelijk. Ook de doorstroom van studenten met een niet-westerse migratie achtergrond van het mbo naar het hbo verdient extra aandacht. In eerste instantie lijken de uitval en switch cijfers van deze groep alarmerend, 50% van deze studenten switcht of valt uit, tegenover 35% van studenten zonder migratieachtergrond. Echter, ook hier is het verschil te wijten aan een hoger percentage switchers (15% hoger). De uitval onder de twee groepen is gelijk. Desondanks is het alarmerend dat het uitvalspercentage onder doorstromers naar het mbo erg hoog ligt  ResearchNed (2020). Monitor beleidsmaatregelen hoger onderwijs 2019-2020. ResearchNed: Nijmegen.
     Dit is zorgelijk voor de toegankelijkheid van het hoger onderwijs. Zoals Crul constateert, is deze stapel- of lange route een cruciale factor in het faciliteren van sociale mobiliteit  Crul, M., (2018). Chapter 4: The Netherlands: Intergenerational mobility of native-born children of immigrants from Morocco and Turkey in Catching Up? Country Studies on Intergenerational Mobility and Children of Immigrants, OECD. Parijs: OECD Publishing.
     Studenten met een relatief kansarme achtergrond, zoals een niet-westerse migratieachtergrond, maken vaak van deze route gebruik om deel te nemen in het hoger onderwijs  Crul, M., (2018). Chapter 4: The Netherlands: Intergenerational mobility of native-born children of immigrants from Morocco and Turkey in Catching Up? Country Studies on Intergenerational Mobility and Children of Immigrants, OECD. Parijs: OECD Publishing.
     Doordat zij vaker van deze route gebruik maken, lijkt er een correlatie te zijn tussen een migratieachtergrond en hogere uitval, met name in het hbo. Zowel Crul  Crul, M., (2018). Chapter 4: The Netherlands: Intergenerational mobility of native-born children of immigrants from Morocco and Turkey in Catching Up? Country Studies on Intergenerational Mobility and Children of Immigrants, OECD. Parijs: OECD Publishing.
     als Elffers et al.  Elffers, L., Van Diepen, M., Veraa, F., Vervoort, M., (2018) Toegankelijkheid van het hbo: van complext vraagstuk naar handreiking voor de praktijk. Amsterdam: HvA.
     concluderen dat dit een gevolg is van de vooropleiding, in plaats van culturele verschillen of de invloed van migratie. Het beter faciliteren van de mbo-stapelaars naar het hbo lijkt dan ook belangrijk (zie de paragraaf hieronder).

    Mbo’ers vallen vaker uit in hbo: betere begeleiding is nodig

    Het voortraject dat studenten hebben afgelegd, hangt samen met de mate waarin ze erin slagen succesvol het hoger onderwijs te doorlopen. Sommige vooropleidingen bereiden beter voor op het hoger onderwijs dan andere. Mbo’ers slagen minder goed in het hbo dan havisten en vwo’ers. Zo blijkt dat maar vier van de tien mbo-studenten die doorstromen naar een hbo-bachelor daar het diploma haalt (na 5 jaar). Dat lukt de helft van de havisten en zeven op de tien vwo’ers. En havisten en mbo’ers stoppen weliswaar ongeveer even vaak na het eerste jaar met hun hbo-studie, maar havisten switchen dan vaker naar een andere studie, terwijl de mbo’ers vaker uitvallen  ResearchNed (2020). Monitor beleidsmaatregelen hoger onderwijs 2019-2020. ResearchNed: Nijmegen.

    Hoewel het totaal percentage mbo’ers dat uitvalt en switcht op 38% ligt en daarmee even hoog is als van havisten die instromen in het hbo, is het significant dat waar havisten voornamelijk switchen van opleiding, studenten met een mbo vooropleiding vaker uitvallen. Zij zijn de enige groep binnen de uitsplitsing op vooropleiding waar het percentage uitval (21%) hoger is dan switch (17%). Bij havisten is dat respectievelijk 12% om 26%  ResearchNed (2020). Monitor beleidsmaatregelen hoger onderwijs 2019-2020. ResearchNed: Nijmegen.

    Hierbij speelt de uitgangspositie van mensen met een mbo-diploma ten opzichte van degenen met een havo-diploma een rol. Volgens een studie van Elffers et al.  Elffers, L., Van Diepen, M., Veraa, F., Vervoort, M., (2018) Toegankelijkheid van het hbo: van complext vraagstuk naar handreiking voor de praktijk. Amsterdam: HvA.
     is het hogere percentage uitval voornamelijk te wijten aan de vooropleiding en niet aan het inkomensniveau van de ouders of een (niet-westerse) migratieachtergrond. Wél lijkt het opleidingsniveau van de ouders een rol te spelen in de uitval van mbo’ers die doorstromen naar het hbo. Sneyers en De Witte  Sneyers, E. en De Witte, K., (2016). Doorstroom mbo-hbo en uitval in het hbo. Evidence-based aanbevelingen. Den Haag: NRO, ECBO, HAN.
     voegen hieraan toe dat het doorlopen van een stapelroute van invloed is op de leeftijd van de student. Crul en Wolff  Crul, M. en Wolff, R., (2002) Talent gewonnen. Talent verspild? Een kwantitatief onderzoek naar de instroom en doorstroom van allochtone studenten in het Nederlands Hoger Onderwijs 1997 – 2001. Amsterdam: ECHO en UvA.
     concluderen dat bij oudere studenten meespeelt dat zij zich in een andere levensfase bevinden en daardoor vaak meer concurrerende verplichtingen hebben. Zij moeten hun studie vaker combineren met een familieleven en werk. Ook nemen oudere studenten vaker deel aan een deeltijdopleiding en deze hebben over het algemeen een hoger uitvalspercentage dan voltijdopleidingen.

    Er zijn verschillende manieren om voortijdige uitval van mbo-studenten in het hbo tegen te gaan. Voorbeelden zijn proefstuderen; een studiekeuzecentrum; interventies zoals first year experience programs, voorlichting en institutionele binding via verschillende workshops, duale programma’s, studieloopbaanbegeleiding, mentoring en coaching. Het houden van intakegesprekken lijkt geen effectief instrument  Sneyers, E. en De Witte, K., (2016). Doorstroom mbo-hbo en uitval in het hbo. Evidence-based aanbevelingen. Den Haag: NRO, ECBO, HAN.

    Geraadpleegde bronnen

    Kappe, F. R. (2017). Studiesucces: verbinden als stap voorwaarts : een oplossingsrichting op basis van een synthese van literatuur en eigen praktijkonderzoeken. Hogeschool Inholland.
    Wolff, R. & Baars, G. J. A. (2017). Notitie Vooronderzoek Rendementsanalyse ESL: Een literatuurstudie naar studievoortgangsfactoren.
    Wolff, R. (2013). Presteren op vreemde bodem : een onderzoek naar sociale hulpbronnen en de leeromgeving als studiesuccesfactoren voor niet-westerse allochtone studenten in het nederlandse hoger onderwijs (1997-2010) (proefschrift).
    Belfi, B., De Hoon, M. , Jolles, J., Kaiser, F., Keizer, J., Kolster, R. , Levels, M., Meng, C., Van der Velden, R., Vossensteyn, H. (2015). De jongens tegen de meisjes: een onderzoek naar verklaringen voor verschillen in studiesucces van jongens en meisjes in mbo, hbo en wo. ROA.
    Wolff, R. (2013). Presteren op vreemde bodem : een onderzoek naar sociale hulpbronnen en de leeromgeving als studiesuccesfactoren voor niet-westerse allochtone studenten in het nederlandse hoger onderwijs (1997-2010) (proefschrift).
    ResearchNed (2020). Monitor beleidsmaatregelen hoger onderwijs 2019-2020. ResearchNed: Nijmegen.
    Belfi, B., De Hoon, M. , Jolles, J., Kaiser, F., Keizer, J., Kolster, R. , Levels, M., Meng, C., Van der Velden, R., Vossensteyn, H. (2015). De jongens tegen de meisjes: een onderzoek naar verklaringen voor verschillen in studiesucces van jongens en meisjes in mbo, hbo en wo. ROA.
    Belfi, B., De Hoon, M. , Jolles, J., Kaiser, F., Keizer, J., Kolster, R. , Levels, M., Meng, C., Van der Velden, R., Vossensteyn, H. (2015). De jongens tegen de meisjes: een onderzoek naar verklaringen voor verschillen in studiesucces van jongens en meisjes in mbo, hbo en wo. ROA.
    Jacob, B. A., & National Bureau of Economic Research. (2002). Where the boys aren't : non-cognitive skills, returns to school and the gender gap in higher education (Ser. Nber working paper series, no. 8964). National Bureau of Economic Research.
    Jolles, J. & Keizer, J. (2015). Cognitief en non-cognitief presteren van jongens en meisjes in mbo en ho: Een neuropsychologisch perspectief. In: B. Belfi, M. Levels, & R. van der Velden (Red.) De jongens tegen de meisjes: een onderzoek naar verklaringen voor verschillen in studiesucces van jongens en meisjes in mbo, hbo en wo (pp. 27 – 58). Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA).
    Jolles, J. & Keizer, J. (2015). Cognitief en non-cognitief presteren van jongens en meisjes in mbo en ho: Een neuropsychologisch perspectief. In: B. Belfi, M. Levels, & R. van der Velden (Red.) De jongens tegen de meisjes: een onderzoek naar verklaringen voor verschillen in studiesucces van jongens en meisjes in mbo, hbo en wo (pp. 27 – 58). Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA).
    Jolles, J. & Keizer, J. (2015). Cognitief en non-cognitief presteren van jongens en meisjes in mbo en ho: Een neuropsychologisch perspectief. In: B. Belfi, M. Levels, & R. van der Velden (Red.) De jongens tegen de meisjes: een onderzoek naar verklaringen voor verschillen in studiesucces van jongens en meisjes in mbo, hbo en wo (pp. 27 – 58). Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA).
    Jolles, J. & Keizer, J. (2015). Cognitief en non-cognitief presteren van jongens en meisjes in mbo en ho: Een neuropsychologisch perspectief. In: B. Belfi, M. Levels, & R. van der Velden (Red.) De jongens tegen de meisjes: een onderzoek naar verklaringen voor verschillen in studiesucces van jongens en meisjes in mbo, hbo en wo (pp. 27 – 58). Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA).
    Belfi, B., De Hoon, M. , Jolles, J., Kaiser, F., Keizer, J., Kolster, R. , Levels, M., Meng, C., Van der Velden, R., Vossensteyn, H. (2015). De jongens tegen de meisjes: een onderzoek naar verklaringen voor verschillen in studiesucces van jongens en meisjes in mbo, hbo en wo. ROA.
    Belfi, B., De Hoon, M. , Jolles, J., Kaiser, F., Keizer, J., Kolster, R. , Levels, M., Meng, C., Van der Velden, R., Vossensteyn, H. (2015). De jongens tegen de meisjes: een onderzoek naar verklaringen voor verschillen in studiesucces van jongens en meisjes in mbo, hbo en wo. ROA.
    Studentenmonitor. (2018). Verkregen van: http://www.studentenmonitor.nl/tabellen/index.html?
    ResearchNed (2020). Monitor beleidsmaatregelen hoger onderwijs 2019-2020. ResearchNed: Nijmegen.
    Advies Commissie Maatstaf (2010). Meer mogelijk maken: Studeren met een functiebeperking in het hoger onderwijs. Verkregen van: https://ecio.nl/publicaties/begeleiding-van-studenten-met-een-ondersteuningsvraag/
    Advies Commissie Maatstaf (2010). Meer mogelijk maken: Studeren met een functiebeperking in het hoger onderwijs. Verkregen van: https://ecio.nl/publicaties/begeleiding-van-studenten-met-een-ondersteuningsvraag/
    Advies Commissie Maatstaf (2010). Meer mogelijk maken: Studeren met een functiebeperking in het hoger onderwijs. Verkregen van: https://ecio.nl/publicaties/begeleiding-van-studenten-met-een-ondersteuningsvraag/
    Hayes, L. A. (2013). Identifying the strengths, needs, and barriers to student success for first generation, low-income, first year college students (proefschrift). Northern Kentucky University. College of Education and Human Services, & ProQuest Information and Learning Company.
    Wolff, R. (2013). Presteren op vreemde bodem : een onderzoek naar sociale hulpbronnen en de leeromgeving als studiesuccesfactoren voor niet-westerse allochtone studenten in het nederlandse hoger onderwijs (1997-2010) (proefschrift).
    Wolff, R. (2013). Presteren op vreemde bodem : een onderzoek naar sociale hulpbronnen en de leeromgeving als studiesuccesfactoren voor niet-westerse allochtone studenten in het nederlandse hoger onderwijs (1997-2010) (proefschrift).
    Wolff, R. & De Jong, M. (2018). Doceren voor een inclusieve klas: Een literatuurstudie ter voorbereiding op docenttrainingen in het hoger (beroeps) onderwijs.
    Dumais, S. A. (2002). Cultural capital, gender, and school success: the role of habitus. Sociology of Education, 75(1), 44–68.
    Thomas, L. (2002). Student retention in higher education: The role of institutional habitus. Journal of Educational Policy, 17(4), 423–442.
    Wolff, R. (2013). Presteren op vreemde bodem : een onderzoek naar sociale hulpbronnen en de leeromgeving als studiesuccesfactoren voor niet-westerse allochtone studenten in het nederlandse hoger onderwijs (1997-2010) (proefschrift).
    Wolff, R. (2013). Presteren op vreemde bodem : een onderzoek naar sociale hulpbronnen en de leeromgeving als studiesuccesfactoren voor niet-westerse allochtone studenten in het nederlandse hoger onderwijs (1997-2010) (proefschrift).
    Wolff, R. (2013). Presteren op vreemde bodem : een onderzoek naar sociale hulpbronnen en de leeromgeving als studiesuccesfactoren voor niet-westerse allochtone studenten in het nederlandse hoger onderwijs (1997-2010) (proefschrift).
    Wolff, R. (2013). Presteren op vreemde bodem : een onderzoek naar sociale hulpbronnen en de leeromgeving als studiesuccesfactoren voor niet-westerse allochtone studenten in het nederlandse hoger onderwijs (1997-2010) (proefschrift).
    Herweijer, L. & Turkenburg, M. (2016). Wikken en Wegen in het hoger onderwijs. Over studieloopbanen en instellingsbeleid. Den Haag: Sociaal Cultureel Planbureau. Geraadpleegd via: https://www.scp.nl/publicaties/publicaties/2016/10/06/wikken-en-wegen-in-het-hoger-onderwijs
    Hayes, L. A. (2013). Identifying the strengths, needs, and barriers to student success for first generation, low-income, first year college students (proefschrift). Northern Kentucky University. College of Education and Human Services, & ProQuest Information and Learning Company.
    Hayes, L. A. (2013). Identifying the strengths, needs, and barriers to student success for first generation, low-income, first year college students (proefschrift). Northern Kentucky University. College of Education and Human Services, & ProQuest Information and Learning Company.
    Kappe, F. R. (2017). Studiesucces: verbinden als stap voorwaarts : een oplossingsrichting op basis van een synthese van literatuur en eigen praktijkonderzoeken. Hogeschool Inholland.
    Hayes, L. A. (2013). Identifying the strengths, needs, and barriers to student success for first generation, low-income, first year college students (proefschrift). Northern Kentucky University. College of Education and Human Services, & ProQuest Information and Learning Company.
    Thomas, L. (2002). Student retention in higher education: The role of institutional habitus. Journal of Educational Policy, 17(4), 423–442.
    ResearchNed (2020). Monitor beleidsmaatregelen hoger onderwijs 2019-2020. ResearchNed: Nijmegen.
    Hayes, L. A. (2013). Identifying the strengths, needs, and barriers to student success for first generation, low-income, first year college students (proefschrift). Northern Kentucky University. College of Education and Human Services, & ProQuest Information and Learning Company.
    Wolff, R. (2013). Presteren op vreemde bodem : een onderzoek naar sociale hulpbronnen en de leeromgeving als studiesuccesfactoren voor niet-westerse allochtone studenten in het nederlandse hoger onderwijs (1997-2010) (proefschrift).
    Wolff, R. (2013). Presteren op vreemde bodem : een onderzoek naar sociale hulpbronnen en de leeromgeving als studiesuccesfactoren voor niet-westerse allochtone studenten in het nederlandse hoger onderwijs (1997-2010) (proefschrift).
    Kappe, F. R. (2017). Studiesucces: verbinden als stap voorwaarts : een oplossingsrichting op basis van een synthese van literatuur en eigen praktijkonderzoeken. Hogeschool Inholland.
    Crul, M., (2018). Chapter 4: The Netherlands: Intergenerational mobility of native-born children of immigrants from Morocco and Turkey in Catching Up? Country Studies on Intergenerational Mobility and Children of Immigrants, OECD. Parijs: OECD Publishing.
    Wolff, R. (2013). Presteren op vreemde bodem : een onderzoek naar sociale hulpbronnen en de leeromgeving als studiesuccesfactoren voor niet-westerse allochtone studenten in het nederlandse hoger onderwijs (1997-2010) (proefschrift).
    Wolff, R. (2013). Presteren op vreemde bodem : een onderzoek naar sociale hulpbronnen en de leeromgeving als studiesuccesfactoren voor niet-westerse allochtone studenten in het nederlandse hoger onderwijs (1997-2010) (proefschrift).
    Wolff, R. (2013). Presteren op vreemde bodem : een onderzoek naar sociale hulpbronnen en de leeromgeving als studiesuccesfactoren voor niet-westerse allochtone studenten in het nederlandse hoger onderwijs (1997-2010) (proefschrift).
    Wolff, R. (2013). Presteren op vreemde bodem : een onderzoek naar sociale hulpbronnen en de leeromgeving als studiesuccesfactoren voor niet-westerse allochtone studenten in het nederlandse hoger onderwijs (1997-2010) (proefschrift).
    Wolff, R. (2013). Presteren op vreemde bodem : een onderzoek naar sociale hulpbronnen en de leeromgeving als studiesuccesfactoren voor niet-westerse allochtone studenten in het nederlandse hoger onderwijs (1997-2010) (proefschrift).
    Wolff, R. (2013). Presteren op vreemde bodem : een onderzoek naar sociale hulpbronnen en de leeromgeving als studiesuccesfactoren voor niet-westerse allochtone studenten in het nederlandse hoger onderwijs (1997-2010) (proefschrift).
    Wolff, R. (2013). Presteren op vreemde bodem : een onderzoek naar sociale hulpbronnen en de leeromgeving als studiesuccesfactoren voor niet-westerse allochtone studenten in het nederlandse hoger onderwijs (1997-2010) (proefschrift).
    ResearchNed (2020). Monitor beleidsmaatregelen hoger onderwijs 2019-2020. ResearchNed: Nijmegen.
    Crul, M., (2018). Chapter 4: The Netherlands: Intergenerational mobility of native-born children of immigrants from Morocco and Turkey in Catching Up? Country Studies on Intergenerational Mobility and Children of Immigrants, OECD. Parijs: OECD Publishing.
    Crul, M., (2018). Chapter 4: The Netherlands: Intergenerational mobility of native-born children of immigrants from Morocco and Turkey in Catching Up? Country Studies on Intergenerational Mobility and Children of Immigrants, OECD. Parijs: OECD Publishing.
    Crul, M., (2018). Chapter 4: The Netherlands: Intergenerational mobility of native-born children of immigrants from Morocco and Turkey in Catching Up? Country Studies on Intergenerational Mobility and Children of Immigrants, OECD. Parijs: OECD Publishing.
    Elffers, L., Van Diepen, M., Veraa, F., Vervoort, M., (2018) Toegankelijkheid van het hbo: van complext vraagstuk naar handreiking voor de praktijk. Amsterdam: HvA.
    ResearchNed (2020). Monitor beleidsmaatregelen hoger onderwijs 2019-2020. ResearchNed: Nijmegen.
    ResearchNed (2020). Monitor beleidsmaatregelen hoger onderwijs 2019-2020. ResearchNed: Nijmegen.
    Elffers, L., Van Diepen, M., Veraa, F., Vervoort, M., (2018) Toegankelijkheid van het hbo: van complext vraagstuk naar handreiking voor de praktijk. Amsterdam: HvA.
    Sneyers, E. en De Witte, K., (2016). Doorstroom mbo-hbo en uitval in het hbo. Evidence-based aanbevelingen. Den Haag: NRO, ECBO, HAN.
    Crul, M. en Wolff, R., (2002) Talent gewonnen. Talent verspild? Een kwantitatief onderzoek naar de instroom en doorstroom van allochtone studenten in het Nederlands Hoger Onderwijs 1997 – 2001. Amsterdam: ECHO en UvA.
    Sneyers, E. en De Witte, K., (2016). Doorstroom mbo-hbo en uitval in het hbo. Evidence-based aanbevelingen. Den Haag: NRO, ECBO, HAN.

    Adriaans, M., Baars, G.J.A., Molen, H. van der. & Smeets, G. (2013). Betere studieresultaten dankzij Nominaal is normaal. Tijdschrift voor Hoger Onderwijs en Management, 1: 30-34. 

    Advies Commissie Maatstaf (2010). Meer mogelijk maken: Studeren met een functiebeperking in het hoger onderwijs. Verkregen van: https://ecio.nl/publicaties/begeleiding-van-studenten-met-een-ondersteuningsvraag/

    Arnold, I.J.M. (2014). The effectiveness of academic dismissal policies in Dutch university education: an empirical investigation. Studies in Higher Education.

    Belfi, B., De Hoon, M. , Jolles, J., Kaiser, F., Keizer, J., Kolster, R. , Levels, M., Meng, C., Van der Velden, R., Vossensteyn, H. (2015). De jongens tegen de meisjes: een onderzoek naar verklaringen voor verschillen in studiesucces van jongens en meisjes in mbo, hbo en wo. ROA.

    Blom, M. & van den Bosch (2017). Ready for success, first year efficiency for industrial design engineering. Paper gepresenteerd op de International conference on engineering and production design education. 7 & 8 september, Oslo and Akershuis University college of applied sciences, Norway. 

    Cornelisz, I., Vermeulen, S., Van Klaveren, C. (2021). Naar een breder begrip van de gevolgen van bindend studieadvies door koppeling van instellingsdata aan registerdata. Den Haag, NRO.

    Crul, M., (2018). Chapter 4: The Netherlands: Intergenerational mobility of native-born children of immigrants from Morocco and Turkey in Catching Up? Country Studies on Intergenerational Mobility and Children of Immigrants, OECD. Parijs: OECD Publishing.

    Crul, M. en Wolff, R., (2002) Talent gewonnen. Talent verspild? Een kwantitatief onderzoek naar de instroom en doorstroom van allochtone studenten in het Nederlands Hoger Onderwijs 1997 – 2001. Amsterdam: ECHO en UvA.

    Dumais, S. A. (2002). Cultural capital, gender, and school success: the role of habitus. Sociology of Education, 75(1), 44–68.

    Elffers, L., Van Diepen, M., Veraa, F., Vervoort, M., (2018) Toegankelijkheid van het hbo: van complext vraagstuk naar handreiking voor de praktijk. Amsterdam: HvA.

    Hayes, L. A. (2013). Identifying the strengths, needs, and barriers to student success for first generation, low-income, first year college students (proefschrift). Northern Kentucky University. College of Education and Human Services, & ProQuest Information and Learning Company.

    Herweijer, L. & Turkenburg, M. (2016). Wikken en Wegen in het hoger onderwijs. Over studieloopbanen en instellingsbeleid. Den Haag: Sociaal Cultureel Planbureau. Geraadpleegd via: https://www.scp.nl/publicaties/publicaties/2016/10/06/wikken-en-wegen-in-het-hoger-onderwijs  

    Jacob, B. A., & National Bureau of Economic Research. (2002). Where the boys aren't : non-cognitive skills, returns to school and the gender gap in higher education (Ser. Nber working paper series, no. 8964). National Bureau of Economic Research.

    Jolles, J. & Keizer, J. (2015). Cognitief en non-cognitief presteren van jongens en meisjes in mbo en ho: Een neuropsychologisch perspectief. In: B. Belfi, M. Levels, & R. van der Velden (Red.) De jongens tegen de meisjes: een onderzoek naar verklaringen voor verschillen in studiesucces van jongens en meisjes in mbo, hbo en wo (pp. 27 – 58). Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA).

    Kappe, F.R., Molenkamp, M.J.D., Wijsbroek D.H.J., Wiegert, O., Hendriks, G. en van Ingen, J.A. (2014) Studie-succes in de G5. Opbrengsten studiesucces onderzoek door vijf Randstadhogescholen. Den Haag/Rotterdam/ Amsterdam/Utrecht: InHolland/Hogeschool Rotterdam/De Haagse Hogeschool/Hogeschool van Amsterdam/Hogeschool Utrecht.  

    Kappe, F. R. (2017). Studiesucces: verbinden als stap voorwaarts : een oplossingsrichting op basis van een synthese van literatuur en eigen praktijkonderzoeken. Hogeschool Inholland.

    Panteia en SEOR (2019). Het bindend studieadvies in het hoger onderwijs. Geraadpleegd via: https://www.seor.nl/bindend-studieadvies/index.html 

    ResearchNed (2020). Monitor beleidsmaatregelen hoger onderwijs 2019-2020. ResearchNed: Nijmegen.

    Sneyers, E. en De Witte, K., (2016). Doorstroom mbo-hbo en uitval in het hbo. Evidence-based aanbevelingen. Den Haag: NRO, ECBO, HAN.

    Sneyers & De Witte, K. (2017) The effect of an academic dismissal policy on dropout, graduation rates and student satisfaction. Evidence from the Netherlands, Studies in Higher Education, 42:2, 354-389. 

    Sneyers, E. & De Witte, K. (2018). Interventions in higher education and their effect on student succes: a meta analysis. Education Review, 70(2), 208-228.  

    Studentenmonitor. (2018). Verkregen van: http://www.studentenmonitor.nl/tabellen/index.html?

    Thomas, L. (2002). Student retention in higher education: The role of institutional habitus. Journal of Educational Policy, 17(4), 423–442.

    Wolff, R. (2013). Presteren op vreemde bodem : een onderzoek naar sociale hulpbronnen en de leeromgeving als studiesuccesfactoren voor niet-westerse allochtone studenten in het nederlandse hoger onderwijs (1997-2010) (proefschrift).

    Mogen we je iets vragen?

    Ga je deze informatie gebruiken in het onderwijs?
    Wat vind je van de leesbaarheid van deze pagina?
    In welke onderwijssector werk je?

    Wil je nog iets anders kwijt? Laat het ons weten via het feedback-formulier.

    Privacyverklaring

    Wij gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens. Lees hierover meer in onze privacyverklaring.

    Gerelateerd in de kennisbank

    • Praktijkvoorbeeld

      Grip op het schrijfproces: Tools voor zelfregulerend academisch schrijven

      ho

      Het huidige onderwijs biedt studenten weinig hulp in het schrijfproces. Met de wetenschappelijke beproefde tools van de Schrijfmachine leren studenten betere academische teksten schrijven.

      Lees verder
    • Handvat

      Reflectietoolbox

      ho

      Met de reflectietoolbox app kunnen hbo docenten eenvoudig goed begeleidde en gedifferentieerde reflectievormen aanbieden. Hierdoor krijgen studenten meer inzicht in hun ontwikkeling.

      Lees verder bij reflectietoolbox.nl
    • Handvat

      Handreiking Studiesucces

      ho

      Deze handreiking is bedoeld voor docenten, SLB’ers en opleidingsmanagers. Er worden basis principes en tips en tricks gegeven voor drie thema’s: inspirerend en motiverend onderwijs, SLB en afstuderen.

      Download van Saxion