Minor met 21ste eeuwse vaardigheden
Het letterkunde-onderwijs staat al langere tijd onder druk. De studenteninstroom is de afgelopen jaren gedaald, het literatuuronderwijs heeft te lijden onder een ouderwets imago en de manier waarop leeropbrengsten zich verhouden tot de behoeftes van de arbeidsmarkt blijft vaak impliciet. Tegelijkertijd is er zowel landelijk als lokaal een roep om breed aanbod op het vlak van de talen en culturen en om behoud van disciplinaire expertise. In dit project is beoogd om een antwoord te bieden op deze veelzijdige problematiek door een toekomstbestendige en programma-overstijgende maar tegelijkertijd discipline-affirmatieve leerlijn te ontwikkelen op het vlak van de letterkunde en het literatuuronderwijs. De leerlijn kreeg vorm in een nieuw facultair minorprogramma waarin 21st Century Skills, oftewel eenentwintigste-eeuwse vaardigheden, de rode draad vormen.
Eenentwintigste-eeuwse vaardigheden zijn vaardigheden die niet zozeer nieuw zijn, maar waarvan men verwacht dat die in de toekomst steeds belangrijker zullen worden – denk aan de vaardigheid om de waarde van verschillende informatiebronnen tegen elkaar af te wegen, aan het kritisch kunnen reflecteren op de werking van mediatechnologieën, aan creatief denken en schrijven, of aan het herkennen van en weloverwogen omgaan met culturele verschillen. Een belangrijk startpunt van dit project was het inzicht dat juist letterkunde- en literatuuronderwijs, waarin immers reflectie, tekstbegrip, verbeelding en perspectiefwisseling centraal staan, studenten in staat stellen om zich te trainen in die vaardigheden. Vandaar dat het project zich richtte op een disciplinair-affirmatieve vernieuwing van letterkunde- en literatuuronderwijs, waarbij juist de vertrouwde kernkwaliteiten van dat onderwijs werden aangegrepen om vorm te geven aan nieuw onderwijs op het vlak van eenentwintigste-eeuwse vaardigheden.
Curriculum met nieuwe toets- en werkvormen
In de startfase van het project zijn via focusgroepenonderzoek met studenten, docenten en stakeholders de wensen en mogelijkheden verkend. Daarna is op basis van voorbereidend literatuuronderzoek vormgegeven aan innovatie van het onderwijs in de vakken van de minor en in parallel, ondersteunend onderwijsaanbod. Concreet kreeg de innovatie vorm in nieuwe toets- en werkvormen op het vlak van creatief (academisch) schrijven; een werkvorm waarin via een analyse van een ‘media hoax’ op het vlak van literatuur en cultuur de kritische mediageletterdheid werd getraind. En thematisch onderwijsaanbod over diversiteit en culturele uitwisselingen of spanningen, waarin studenten leerden om culturele verschillen te herkennen en het effect daarvan te benoemen.
Aansprekend programma
Het project heeft zodoende geresulteerd in een aansprekend, doordacht opgebouwd minorprogramma, waarin de studenten via nieuwe werk- en toetsvormen enerzijds en thematische accenten anderzijds zich trainen in eenentwintigste-eeuwse vaardigheden. De vakken spreken ook nieuwe groepen aan: studenten van buiten de talen en de geesteswetenschappen hebben duidelijk interesse in het onderwijs. Ook blijkt uit de zelfgerapporteerde leeropbrengsten dat studenten van mening zijn dat eenentwintigste-eeuwse vaardigheden goed voor het voetlicht komen in de minor. Door het project vorm te geven als onderdeel van het facultaire minoraanbod en te ondersteunen vanuit parallel onderwijsaanbod is een duurzame onderwijsinnovatie gerealiseerd.
Literatuur
- D.E. Rose (2012), ‘Philosophical Education and Cultural Relevance: Discipline-Affirmation in the Context of the Knowledge Economy’, Journal of Further and Higher Education (37/2).
- A. & T. Bourelle (2013), ‘Social Responsibility, Critical Analysis, and Literary Studies: Continuing Conversations About Service Learning’, The Journal of Effective Teaching (13/1).
- J.S. Brown, A. Collings & P. Duguid (2013), ‘Situated Cognition and the Culture of Learning’, Educational Researcher (18/1).
Comenius Senior Fellowship 2018