Sara van Waes heeft de onderwijsnetwerken van docenten in verschillende fasen van de professionele ontwikkeling onderzocht. Via interviews is samen met de docenten het persoonlijk onderwijsnetwerk in kaart gebracht.
Bijdrage van
Riekje de Jong
(Universiteit Utrecht) Meer informatie
In haar proefschrift toont Waes (
Van Waes, S. (2017). The ties that teach Teaching networks in higher education. Antwerp, Begium: Edubron University of Antwerp ) de waarde aan van onderwijsnetwerken voor professionele ontwikkeling van docenten en hoe de ontwikkeling van onderwijsnetwerken versterkt kan worden.
Onderzocht zijn de volgende vragen:
Welke kenmerken van onderwijsnetwerken zijn bevorderlijk voor de verschillende fases van professionele ontwikkeling, van beginner tot ervaren tot expert docent?
Hoe veranderen onderwijsnetwerken door de tijd?
In hoeverre kunnen onderwijsnetwerken versterkt worden?
Netwerken van docenten in verschillende fasen van ontwikkeling
Onderzocht is zowel de grootte van de persoonlijke onderwijsnetwerken als de sterkte ervan in termen van frequentie, lengte en duur van de interacties en de diversiteit van de mensen in het netwerk in termen van leeftijd, onderwijservaring en gender. Zowel beginnende als ervaren expert-docenten hebben grotere netwerken. Zij spreken dus met meer mensen, in vergelijking met hun ervaren niet-expert collega’s. Docenten hebben in verschillende fasen van hun ontwikkeling toegang tot verschillende typen onderwijsrelaties in termen van sterkte van contact. Experts hebben doorgaans langer contact, beginners doorgaans een frequenter contact. In de verschillende ontwikkelingsfasen van docenten verschillen de netwerken in samenstelling (diversiteit). Ervaren niet-expert docenten gaan eerder relaties aan met mensen van dezelfde leeftijd en soortgelijke onderwijservaring. Beginners en ervaren experts beschikken over een diverser netwerk in leeftijd en mate van ervaring.
Onderwijsnetwerken in verschillende ontwikkelingsfasen verschillen in kwaliteit
Docenten gebruiken hun netwerk in het algemeen om ervaringen en verhalen uit te wisselen over studenten en vakken en maken praktische afspraken (organiseren). Dat leverde hen over het algemeen productieve activiteiten, nuttige bronnen en creatieve ideeën op die zij als waardevol ervaarden. Bij de ervaren experts leverde de uitwisseling/interactie meer effectieve veranderingen in de praktijk op die resulteerden in zichtbare opbrengsten zoals verbeterde prestaties of in nieuwe inzichten: een nieuwe blik op het onderwijs.
De kenmerken van het netwerk die bevorderlijk zijn voor de professionele ontwikkeling (van beginner tot expert) worden afgeleid uit de overeenkomsten en verschillen tussen de netwerken van de 3 verschillende docentengroepen. En dan blijken er 2 verschillen: de intensiteit van de interacties in het netwerk (low-interdependent & high-interdependent) en de diversiteit van het netwerk. Alle groepen gebruiken hun netwerk om ervaringen te delen maar de experts gebruiken hun netwerk intensiever en ontwikkelen samen onderwijs, gebruiken de ervaring van anderen om op nieuwe ideeën te komen. Zij werken bewust aan een divers netwerk, zodat ervaren collega’s op andere posities deuren kunnen openen. Omdat de non-experts een netwerk opbouwen van collega’s met soortgelijke ervaringen, stagneert hun ontwikkeling. Beginners hebben een diverser netwerk dan de non-experts en gebruiken dat voor ondersteuning en feedback (zij zijn nog niet toe aan gezamenlijke ontwikkeling).
De interacties in het diversere netwerk van de experts worden gekarakteriseerd als high-interdependent. Zij hebben waarde op zich en potentiële waarde (die zich later verzilverd). Conclusie is dat experts in staat zijn om de interacties in hun netwerk zo te organiseren dat die directe en potentiële waarde voor hen hebben. Dat kan komen doordat zij of in staat zijn om dit type interacties te creëeren óf dat zij zich meer bewust zijn van de waarde van hun persoonlijke netwerk.
Onderwijsnetwerken veranderen tijdens onderwijskundige professionaliseringsprogramma’s
Docenten die deelnamen in onderwijskundige professionaliseringsprogramma’s vergrootten hun netwerk naarmate het professionaliseringsprogramma vorderde. Bij sommige andere docenten bleef het netwerk stabiel of bleven docenten zelfs relatief geïsoleerd. De onderwijsnetwerken stabiliseerden consistent na afloop van het professionaliseringsprogramma, onafhankelijk van hoe ze veranderd waren tijdens het programma. De netwerken groeiden substantieel buiten het programma.
De waarde van het netwerk voor docenten zit hem in de kwaliteit ervan: het ventileren van ervaringen en bevestiging zoeken (expressieve of affectieve waarde) en feedback krijgen, op ideeën komen en visies op onderwijs delen (instrumentele- of werkgerelateerde waarde).
Netwerkverandering werd bevorderd door de volgende mechanismen:
Vertrouwen en vriendschap,
De intentie die docenten hebben met hun netwerk (intentioneel netwerk).
Netwerkverandering werd gehinderd door:
Beperkte onderwijstijd,
Beperkte toegankelijkheid van personen,
Fysieke afstand,
Strikte hierarchische relaties.
Een ondersteunende of hinderende onderwijscultuur bleek ook een cruciaal mechanisme bij netwerkverandering.
Geraadpleegde bronnen
Van Waes, S. (2017). The ties that teach Teaching networks in higher education. Antwerp, Begium: Edubron University of Antwerp
Van Waes, S. (2017). The ties that teach Teaching networks in higher education. Antwerp, Begium: Edubron University of Antwerp
Goede begeleiding en beoordeling van hbo-studenten die praktijkgericht onderzoek doen, vraagt van docenten andere competenties. Lees meer over ontwerprichtlijnen voor professionalisering.
De Basiskwalificatie Onderwijs is een bewijs van de didactische bekwaamheid voor docenten op Nederlandse universiteiten. Riekje de Jong (UU) schreef een samenvatting over de achtergrond en inhoud van...