Oberon heeft een enquĂȘte uitgevoerd onder po-scholen die de afgelopen twee schooljaren voor het eerst OAB-middelen ontvingen. 81 van de 867 scholen hebben deze ingevuld. Het merendeel (89%) blijkt te weten hoeveel OAB-middelen ze ontvangen. Dat geld wordt voornamelijk besteed aan extra inzet van onderwijsassistenten en extra taalondersteuning in kleine groepjes. 79% van de scholen heeft gebruikgemaakt van (wetenschappelijke) kennis om te bepalen hoe ze de middelen het beste kunnen inzetten. Twee derde van de scholen monitort of de middelen effectief worden ingezet.
Tevreden over inzet
De scholen zijn over het algemeen tevreden met de inzet van de OAB-middelen. Ze vinden zichzelf ook voldoende onderlegd om de onderwijsachterstanden aan te pakken: wanneer scholen gevraagd wordt om dit op een schaal van 1 tot 10 uit te drukken, geven zij zichzelf gemiddeld een 7,1.
De meeste scholen hebben geen behoefte aan externe ondersteuning bij de inzet van de middelen. Scholen die hier wel behoefte aan hadden, gaven aan op welke onderdelen zij hulp kunnen gebruiken. Deze zijn weergegeven in het onderstaande figuur.
De scholen die behoefte hadden aan extra ondersteuning, zijn gebeld door de Onderwijskansen-ambassadeur in hun regio. Hiermee is invulling gegeven aan de wens van het ministerie van OCW om in het programma Onderwijskansen specifiek aandacht te besteden aan scholen die voor het eerst OAB-middelen ontvangen.