Verslag: Opleiden voor een veranderende arbeidsmarkt

In deze sessie gingen Lia Fluit (Radboudumc) & Loek Nieuwenhuis (HAN), Tjark Huizinga (Saxion Hogeschool), en Lisette Munneke (Hogeschool Utrecht) onder leiding van Irene Visscher-Voerman (Saxion Hogeschool) en Thom Theulings (Radboud Universiteit) in gesprek over ‘opleiden voor een veranderende arbeidsmarkt’.

Hieronder lees je eerst het standpunt van elke spreker, zoals hij of zij dat in het essay en de kennisclip heeft verwoord. Daarna volgt het verslag van de sessie. 

Lia Fluit (Radboudumc) & Loek Nieuwenhuis (HAN) beargumenteren dat beroepsopleidingen in toenemende mate aandacht moeten besteden aan het stimuleren van adaptieve expertise binnen de opleiding. Met een combinatie van domein specifieke, metacognitieve en innovatieve vaardigheden moet niet alleen de opleiding, maar ook de student de veerkracht eigen maken om met een diversiteit aan cases variërend in complexiteit om te gaan.

Een gedegen kennisbasis is essentieel om optimaal voorbereid te zijn op de toenemende complexiteit van beroepen. Het is volgens Tjark Huizinga (Saxion Hogeschool) daarom belangrijk dat beroepsopleidingen er zorg voor te dragen leeromgevingen in te richten waarbinnen de student complexe en adaptieve expertise kan ontwikkelen. Een authentiek vraagstuk biedt de mogelijkheid om deze expertise van alle betrokkenen te bevorderen. Het is belangrijk om bij het ontwerpen van authentieke leeromgevingen zowel studenten, werknemers alsmede de opleiders gezamenlijk te betrekken bij het realiseren van het vraagstuk.

Het uitvoeren van een authentieke en complexe opdracht uit de beroepspraktijk is een steeds grotere component geworden van het afstudeerproject van studenten in hbo-opleidingen. Lisette Munneke (Hogeschool Utrecht) heeft zich gebogen over de vraag: hoe kun je komen tot afstudeervormen met meer impact? Op basis van haar onderzoek concludeert zij dat het ontwikkelen van nieuwe scenario’s waarbij in de kennisdriehoek onderzoek, onderwijs en beroepspraktijk nauwer samengewerkt wordt, zorgt voor meervoudige waardecreatie voor alle betrokkenen.

Een lerende gemeenschap

Zowel binnen beroepsopleidingen als in het werkveld is er sprake van beeldvorming over ‘de ander’, stelt Lisette Munneke. Dit zorgt ervoor dat ogenschijnlijk tegengestelde belangen onbesproken blijven. Uit een casestudy door Munneke blijkt dat de beroepspraktijk zich bewust is van de belangrijke rol die zij heeft in de ontwikkeling van de studenten. Zij geeft aan zelf ook baat bij te hebben bij goed opgeleide professionals. Toewerken naar een vorm van onderwijs waar authentieke vraagstukken centraal komen te staan en waaraan alle betrokkenen samenwerken is curriculumoverstijgend. Deze dynamiek in het beroepsonderwijs, van een lerende gemeenschap, kan zich makkelijker voegen naar wat er vanuit de veranderende arbeidsmarkt gevraagd wordt. Dit geldt overigens ook voor veel academische opleidingen.

Verschuivingen in het medische werkveld benadrukken het belang van adaptieve expertise, niet alleen van de student maar juist ook van de opleidingen, stelt Lia Fluit. Naast het inhoudelijk veranderen van de zorg, dwingt verandering in het zorglandschap opleidingen na te denken over de manier en plek van opleiden. Dit zijn alleen vraagstukken die je met het werkveld samen kunt oplossen. Fluit merkte bovendien op dat een deel van de kennis die medische studenten opdoen in het eerste jaar van de medische opleiding in jaar zes al verouderd is. Dit kenmerkt een logistiek probleem aan de manier waarop we tegen curriculumontwikkeling aankijken, volgens Loek Nieuwenhuis. Als opleiding moet je niet het idee hebben dat je studenten kunt voorbereiden op alles wat in de beroepspraktijk gaat plaatsvinden. Kortom, hoe krijg je een open curriculum met deels vaste componenten en dat tevens rekening houdt met continue veranderingen?

De student, een beginnende collega

De wijze waarop praktijkvraagstukken vaak binnenkomen bij onderwijsinstellingen is via een vak waarin een specifiek vraagstuk centraal staat. Vanuit dat vraagstuk wordt vervolgens gezocht naar potentiële opdrachtgevers. Er zijn dan al bepaalde kaders waarbinnen de opdracht als een mooi leerproduct voor de student kan worden opgeleverd. Hierbij wordt echter onvoldoende rekening gehouden met de mogelijkheden voor zowel de student, de docent, maar ook de werkgevers vanuit de praktijk om te leren en profiteren van deze samenwerking. Er ligt potentie om niet alleen in termen van opleidingsdoelen vorm te geven aan je curriculum, maar ook voor de doorontwikkeling op de arbeidsmarkt, stelt Tjark Huizinga. Opleidingen en praktijkvertegenwoordigers kunnen van elkaar leren over wanneer het voor de praktijk een meerwaarde oplevert om bij aanvang mee te denken over de op te leveren producten. Het is daarom belangrijk als organisatie na te denken over beeldvorming van de student als jouw beginnende collega. Dit gelijkwaardige uitgangspunt vormt een netwerkbenadering, waarbinnen alle partijen kunnen leren.

De rol van de docent

Idealiter heb je als docent al regelmatig te maken met het ontwikkelen van je eigen adaptieve expertise, stelt Huizinga. Je kan als docent kijken naar de kenmerken van waar je naar toe werkt en wat het vergt om deze ideeën uit te voeren? De pandemie heeft eraan bijgedragen dat de turnover van beslissingen enorm hoog is geworden. Je moet veel beslissingen over dingen waar je eigenlijk weinig over weet snel nemen. Dit heeft impact gehad op de ervaren hiërarchie, stelt Lia Fluit. De afstand tussen de mensen die in opleiding zijn en de opleiders is kleiner geworden. Het zou mooi zijn als we dergelijke betrokkenheid op de werkvloer - dat het leren bevordert - kunnen vasthouden. Dat vraagt ook van docenten en opleiders om heel anders naar hun eigen rol te kijken, volgens Munneke.

Door docenten en studenten samen te laten werken aan vraagstukken, ontwikkelen zij beiden inhoudelijke expertise. Zelfsturing is een belangrijke vaardigheid voor studenten, maar ook voor docenten en professionals in het algemeen, zowel wat betreft het online werken als het online onderwijs. Het stimuleren en bevorderen van zelfsturing is mogelijk door studenten te betrekken in innovatieprojecten waarbij ze vanuit een door henzelf geformuleerd probleem aan de slag gaan.

Geschreven door Matthijs Kallenberg (NRO)