Verslag: Digitale didaktiek

In deze sessie gingen Barend Last (Maastricht University), Marcel van der Klink (Zuyd Hogeschool) en Fleur Prinsen (Hogeschool Rotterdam) onder leiding van Chevy van Dorresteijn (Universiteit van Amsterdam) en Perry den Brok (Wageningen University) in gesprek over het ontwerpen van blended onderwijs.

Hieronder lees je eerst het standpunt van elke spreker, zoals hij of zij dat in het essay en de kennisclip heeft verwoord. Daarna volgt het verslag van de sessie met tot slot de ‘lessons learned’. 

Barend Last
Tijdens de eerste lockdown in 2020 schakelden docenten massaal over op online onderwijs op afstand. Bij dit noodonderwijs lag de nadruk vooral op kennis, zo stelt Barend Last, en minder op socialisatie en subjectivering. Nu is het tijd om ook die functies van onderwijs mee te nemen in het onderwijsontwerp na de pandemie. Er bestaat geen one size fits all voor het ontwerpen van blended onderwijs volgens Last. Het begint met een heldere visie op blended onderwijs en duidelijke randvoorwaarden.

Marcel van der Klink
Er is nu momentum ontstaan om na te denken over blended learning, stelt Marcel van der Klink. Voor het ontwerpen van blended onderwijs moeten instellingen expertise bij elkaar brengen op vakinhoudelijk, didactisch en technologisch gebied. En er is bekwaamheid in het ontwerpen van onderwijs nodig. Ambities zijn goed, maar leg als instelling de lat niet te hoog. Kies een ambitie waar urgentie op zit. Een passend implementatietraject voor blended onderwijs begint met een goed ontwerpmodel.

Fleur Prinsen
Er  wordt  momenteel  veel  gediscussieerd  over over  de vraag of we het online onderwijs net zo goed kunnen maken als het offline onderwijs. De eigenlijke vraag is: hoe maken we slim gebruik van de meerwaarde van online? Er moet meer aandacht komen voor onderwijsvernieuwing op een evidence informed manier. Onderwijs geven met nieuwe middelen roept nieuwe aandachtpunten op; Prinsen beschrijft ze in haar essay.

Hoe betrek je docenten bij het ontwerpen van blended onderwijs?

Na de kennisclips komt in de chat al snel de vraag of alle docenten over ontwerpvaardigheden moeten beschikken. Volgens Van der Klink niet, want daarmee overvragen we docenten. Niet alle docenten hebben ervaring met onderwijs ontwerpen. Bij de implementatie van blended onderwijs moeten docenten daarom de ruimte en het vertrouwen krijgen om zich te ontwikkelen. Prinsen benadrukt dat er ruimte moet zijn voor de voorlopers. Maak hen zichtbaarder en geef ruimte aan experimenten. Den Brok vindt daarom initiatieven zoals het ComeniusNetwerk zo belangrijk, waardoor docenten gestimuleerd worden om meer te experimenteren.

Enthousiaste docenten gaan toch wel aan de slag met blended onderwijs, vindt Last. De groep ná de voorlopers ziet heel andere barrières en kansen. Zij moeten echt eerst de meerwaarde van blended onderwijs zien, en willen goed ondersteund worden. Zowel Last als Van der Klink roepen onderwijsinstellingen op om niet alleen top down te werken. Betrek vanaf dag één iedereen bij de implementatie van blended onderwijs. Het EMBED-model vindt Last hiervoor heel geschikt. Van belang is wel dat onderwijsinstellingen zelf hun visie formuleren, samen met docenten, studenten en ICT- en onderwijsexperts.

Blended onderwijs gaat over meer dan ICT

Bij de vorming van een visie op blended onderwijs ligt de nadruk vaak nog op ICT vindt Den Brok. Terwijl blended onderwijs een mix is van fysiek en online. Last vertelt dat ze daar onder andere bij de SURF Special Interest Group (SIG) ‘Learning Spaces’ mee bezig zijn. De online leeromgeving moet in lijn zijn met de fysieke onderwijsomgeving. Prinsen en Van der Klink sluiten zich hierbij aan. Het gaat om breder nadenken dan onderwijslokalen; bij blended onderwijs gaat het om het verbinden van alle mogelijke ruimtes waar geleerd kan worden, ook buiten de muren van de school en online. Leren gebeurt bovendien 24 uur per dag; hoe geef je ook de andere interacties vorm? Die verandering in perspectief betekent ook iets voor je onderwijsontwerp.

De docent als onderwijsontwerper

De sprekers komen weer terug op onderwijs ontwerpen, het onderwerp waar de sessie ook mee begon. Te vaak gaan instellingen ervan uit dat docenten ontwerpen gewoon wel even doen, vindt Last. Als er meer aandacht moet komen voor onderwijs ontwerpen, dan moeten instellingen daar al bij het aannemen van docenten op letten, vindt Van der Klink. Vanuit de chat komt de opmerking dat er een groot verschil is tussen docenten op hogescholen en universiteiten. In het wo zijn docenten meestal in de eerste plaats onderzoekers zonder leservaring of BKO. Prinsen merkt op dat er altijd docenten nodig blijven die echt domeinexpert zijn. Daarom is juist de samenwerking met ICT- en Onderwijscoaches (ICTO-coaches) zo belangrijk bij het ontwerpen van blended onderwijs.

De toekomst van blended onderwijs ná de pandemie

Gespreksleider Van Dorresteijn vraagt tot slot waar we staan over tien jaar. De sprekers zijn het erover eens dat de verandering al van de grond is gekomen. Wat we al bereikt hebben is een betere aansluiting tussen wat we met het onderwijs beogen en welke leeractiviteiten daarbij passen.

Geleerde lessen uit deze sessie:

  • Blended onderwijs is geen one-size-fits-all. Elke instelling moet zijn eigen visie en randvoorwaarden opstellen.
  • Zorg dat iedereen de urgentie voelt en betrokken is bij de implementatie van blended onderwijs.
  • Blended onderwijs is een mix van fysiek en online onderwijs. De online leeromgeving moet daarom in lijn zijn met de fysieke leeromgeving (leerruimtes of onderwijsruimtes).
  • Docenten zijn niet per se onderwijsontwerpers. Houd daar rekening mee bij de implementatie van blended onderwijs.
  • Online onderwijs moet worden vormgegeven vanuit didactiek en pedagogiek. Belangrijk daarbij is om meer evidence-informed te gaan werken.

 

Geschreven door Lotte Kips (SURF)