Wat is bekend over burgerschap, democratie en onderwijs?
Burgerschap wordt veelal gezien als status en als deelnemen aan een gemeenschap. Het vormen van burgerschap gebeurt mede op school. Hoe dit moet gebeuren is een continue discussie. Het beschrijven van goed burgerschap is ideologisch en ook burgerschapsonderwijs ontkomt niet aan morele vooronderstellingen over wat goed (samen)leven is. In een democratie, waar veel vrijheid moet zijn om eigen burgerschap te vormen, kan burgerschapsonderwijs zomaar ondemocratisch worden. Er zijn diverse ideeën over hoe een school hier goed mee om kan gaan.
Burgerschapsonderwijs is bedoeld om leerlingen vorm te laten geven aan hun burgerschap. Het gaat bijvoorbeeld over kunnen redeneren over politieke vraagstukken, kritisch kunnen nadenken over waarden en kennis over staatsinrichting. Tegelijkertijd is onderwijs per definitie burgerschapsvormend, simpelweg omdat burgers taal nodig hebben om zich te kunnen uiten in het politiek participeren. Evenals burgers kennis nodig hebben over allerlei zaken om goede beslissingen te kunnen nemen in hun leven. Dat leert iemand (mede) op school. De vraag is of gericht burgerschapsonderwijs dan nog nodig is.
Burgerschapsonderwijs in een democratie is ingewikkeld. In een democratie bestaan opvattingen naast elkaar en burgers hebben veel politieke ideeën om uit te kiezen. Dit geldt voor een school, met een publieke taak, net zo. Dilemma’s gaan bijvoorbeeld over het mogen bepalen van wat ware kennis is, of beleidsmatig vastleggen welke waarden nagestreefd worden.