Na 2,5 jaar COVID-19 nog steeds grote en oplopende vertraging voor spelling en rekenen-wiskunde

De wereld kampt al 2,5 jaar met de gevolgen van COVID-19. Tijdens deze periode zijn scholen en leerlingen geconfronteerd met schoolsluitingen, afstandsonderwijs en lesuitval. Welke con­sequenties heeft dit gehad voor de leergroei van Nederlandse leerlingen?

Het Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs (NCO), een initiatief van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO), publiceert vandaag vijf nieuwe landelijke factsheets. In de eerste twee factsheets van deze nieuwe serie is gekeken naar de leergroei over een periode van 2,5 jaar. Deze factsheets gaan alleen over leerlingen die bij de start van COVID-19 in de middenbouw van het basisonderwijs zaten (in groep 3, 4 en 5). Deze leerlingen zitten nu in de bovenbouw. Na 2,5 jaar is er nog steeds sprake van een grote vertraging van de leergroei van leerlingen ten opzichte van de jaren vóór de crisis. 

In de andere drie factsheets wordt voor leerlingen van groep 4 tot en met 7 de vertraging in het eerste volledige COVID-schooljaar (2020/2021), waarin de twee schoolsluitingen plaatsvonden, vergeleken met de vertraging in het tweede volledige COVID-schooljaar (2021/2022). In dit laatste jaar waren er weliswaar geen schoolsluitingen meer, maar was er wel sprake van veelvuldige lesuitval en afwezigheid door COVID-19-besmettingen van leraren of leerlingen zelf.

Belangrijkste bevindingen

Over de gehele COVID-19-periode van 2,5 jaar is er nog steeds een grote, oplopende vertraging in leergroei voor spelling en rekenen-wiskunde. De vertraging in leergroei bij begrijpend lezen is vanaf midden schooljaar 2021-22 echter ingehaald. Bij spelling en rekenen-wiskunde is juist een steeds verder oplopende vertraging te zien sinds de start van de crisis.

De grootste vertraging is te zien bij de huidige groep-8-leerlingen. Verschillen tussen leerlingen naar opleidingsniveau van de ouders zijn over het algemeen kleiner geworden. De grootste vertraging in leergroei zien we nu bij leerlingen met hoogopgeleide ouders, terwijl dit in eerdere factsheets bij leerlingen van laagopgeleide ouders was.