De leerlingen van de Bataviaschool komen allemaal voor het eerst in Nederland op school, zonder dat zij de Nederlandse taal machtig zijn. Wel spreken ze de taal of talen waar ze mee zijn opgegroeid. Daarnaast beschikken ze over tal van buitenschoolse kennisbronnen; zo kunnen ze bijvoorbeeld familierecepten maken, zelf hun fiets repareren of zijn ze behendig met de bal. In de Werkplaats Onderwijskansen in Amsterdam werken leerkrachten en onderzoekers aan een gefundeerde werkwijze waarmee buitenschoolse kennisbronnen worden aangesproken. Yuki Gassler, leerkracht op de Bataviaschool vertelt over hun route van kennis toepassen naar handelen in de klas.
Foto: Wilbert van Woensel
Aansluiten bij de leerling
De Bataviaschool geeft onderwijs aan nieuwkomers in Amsterdam. Zij stellen zich ten doel om de kinderen in een jaar tijd de Nederlandse taal te leren begrijpen, spreken, lezen en schrijven. Bij binnenkomst spreken de kinderen nog geen Nederlands en zijn zij allemaal voor het eerst op een Nederlandse school. Wat dat betreft zitten ze in hetzelfde schuitje. Iedere leerling doorloopt dan ook één voor één de taalcursussen totdat ze kunnen doorstromen naar het reguliere onderwijs. Op school leren de kinderen ook over de Nederlandse cultuur en maken ze uitstapjes met elkaar in de buurt. Maar voor allerlei andere competenties ligt dat anders. Die zal je eerst met elkaar moeten ontdekken om er vervolgens gedifferentieerd op aan te sluiten.
- Buitenschoolse kennisbronnen: personen, ervaringen, verhalen of objecten die binnen een gezin, gemeenschap of sociale netwerk aanwezig zijn.
- Buitenschoolse kennis en vaardigheden kunnen betrekking hebben op huishouden, techniek, culturele gebruiken, kunst, taal en nog veel meer.
- Naast het gezin en de gemeenschap vormen ook de peer group (bijvoorbeeld straatcultuur) en populaire cultuur (sport, tv, muziek) relevante kennisbronnen voor leerlingen (Moje et al., 2004). Tegenwoordig zijn sociale media en internet niet meer weg te denken als kennisbronnen voor leerlingen (Facebook, Instagram, YouTube, games, TikTok, vlogs).
Op een multiculturele school zoals de Bataviaschool, waar Yuki werkt, is er een rijkdom aan culturele kennis aanwezig. Yuki spreekt zich enthousiast uit over de saamhorigheid en respect voor elkaar in de klas en de wil om elkaar te helpen. “Om goed aan te kunnen sluiten bij de leerling wil je weten wat kinderen kunnen, kennen en wat ze meenemen uit hun eigen land en cultuur. Het contact maken hierover is lastiger als ze niet goed Nederlands spreken. Terwijl in het begin van de schooltijd het juist zo belangrijk is om te weten te komen waar een kind zich mee bezig houdt, hoe die leert, wie er belangrijk voor hem is, et cetera."
"Gaandeweg zien wij dat de kinderen zich ontwikkelen en zich steeds beter kunnen uiten.”
Funds of Identity in de praktijk
De theorie over Funds of Identity laten ze op de Bataviaschool aansluiten op thema’s waarmee ze werken, zoals eten en drinken, feest en wonen. Deze thema’s geven de gelegenheid om verborgen kennisbronnen zichtbaar te maken. De interventie hebben ze opgebouwd uit een aantal vragen met bijbehorende opdracht, bijvoorbeeld:
Wat doe je graag in je vrije tijd?
Maak daar een foto van en neem deze mee naar de klas.
De foto’s druppelen in de loop van de week binnen. "Dat zorgt ervoor dat iedere keer dat een leerling een foto bij zich heeft, je er alle aandacht aan kan geven. Ook begrijpen niet alle leerlingen gelijk wat de bedoeling is. Gedurende de week beginnen ze het door te krijgen – totdat ook zij een foto op de muur kunnen prikken."
Terwijl de leerlingen bij de fotomuur staan, stelt de leerkracht open vragen over wat er op de foto te zien is. De vragen dagen de leerling uit om te vertellen over zichzelf, zijn of haar talenten en de kwesties waar die zich mee bezighoudt. De leerkracht haakt daar weer op aan, maar leerlingen kunnen elkaar ook goede vragen stellen, omdat ze zich bijvoorbeeld herkennen in het verhaal van de ander. Voor een leerling is het over het algemeen gemakkelijker om door te vragen over bijvoorbeeld ‘minecraft’ dan voor de leerkracht zelf. Wat er op de foto staat bepaalt het gesprek: bij een foto van een leerling die tanks aan het kleien is verloopt dat uiteraard heel anders dan bij die van een voetballend kind. Het mooie van deze manier van werken is dat het aansluit op wat een leerling over zichzelf wil vertellen.
De theorie over verborgen kennisbronnen
De theorie over Funds of knowledge is ontwikkeld in de Verenigde Staten en op scholen toegepast door Luis Moll en zijn onderzoeksgroep. Het onderzoek liet zien dat het benutten van de verborgen kennis(bronnen) van leerlingen een brug slaat tussen thuis en school. Leerlingen voelen zich meer betrokken bij school en gaan beter leren als wordt uitgegaan van hun competenties in plaats van hun tekorten (González, Moll & Amanti, 2005).
De houding van de leerkracht
Werkenderwijs blijkt dat het werken met thema’s een goede kapstok biedt om de Funds of Identity van leerlingen te benutten. De werkwijze is in drie fasen opgebouwd: Introductie (leerlingen op elkaar betrekken), uitvoering (vraag en opdracht) en afsluiting (werkjes opnemen in een klassenportfolio)
“Het benutten van deze bronnen heeft vooral te maken met een bepaalde houding van de leerkracht. Het is niet weg te stoppen in een opdracht per week, maar er dienen zich voortdurend mogelijkheden aan. Tijdens gesprekken met ouders, de leerling, groepsgesprekken en ongeplande momenten. Leerkrachten moeten zich bewust zijn dat deze verborgen kennisbronnen bestaan bij de leerlingen en ze vervolgens willen ontdekken, benutten en er belang in stellen. Het heeft met nieuwsgierigheid te maken naar leerlingen en je openstellen voor hen; wat houdt hen bezig? Waar komen ze vandaan? En hoe zit dat bij mij? In dergelijke gesprekken is een reactie of antwoord ook nooit goed of fout. Het komt immers uit het kind zelf en het is zijn of haar ervaring.”
Volgend schooljaar gaat de Bataviaschool deze werkwijze verder ontwikkelen en onderzoeken door het ook te koppelen aan hun woordenschat methode. Vragen waar antwoorden op worden gezocht zijn: Hoe zorgen we ervoor dat het onderdeel wordt van het curriculum? En hoe zorg je ervoor dat de leerkrachten in de juiste houding komen? De scriptie van Yuki Gassler heeft als ondertitel: No man is an island on itself (John Donne) – een uitnodigende gedachte om samen met de leerlingen van en met elkaar te ontdekken en te leren.