Samenwerking kunst en wetenschap
Erasmus Universiteit, Codarts en Willem de Kooning Academie willen het onderwijs radicaal herontwerpen omdat de complexiteit en omvang van maatschappelijke problemen dit urgent maakt. Ook studenten vragen om nieuwe manieren om te leren. Door de interdisciplinaire samenwerking tussen kunst- en wetenschappelijke opleidingen kunnen grote maatschappelijke vraagstukken op een andere manier worden belicht en aangepakt.
Het onderwijs binnen RASL is gebaseerd op drie uitgangspunten:
- Transdisciplinaire samenwerking op het raakvlak van kunst en wetenschap
- Een hybride collaboratieve onderwijsruimte
- Projectgestuurd onderwijs rondom complexe maatschappelijke vraagstukken.
In de minor Reimagining tomorrow through Arts and Sciences en in het dubbele bachelor-programma kunnen studenten, ook van andere universiteiten, het onderwijsprogramma van RASL volgen. De disciplineoverschrijdende samenwerking, gelijkwaardigheid van kennis en maatschappelijke betrokkenheid staan erin centraal. Studenten en docenten werken als een collectief samen en herdefiniëren een breed maatschappelijk probleem. RASL is breed toegankelijk voor alle studenten, ook van andere onderwijsinstellingen.
Docent als onderzoekspartner
De betrokkenen bij RASL hebben nieuwe vormen van collectief leren en werken ontwikkeld. Elk jaar creëert het team in thematische sessies de onderwijsinhoud. Daarvoor worden artistieke en academische kennis, gastdocenten en onderwijsvormen bijeengebracht. Dat levert nieuwe inzichten op doordat bestaande structuren worden doorbroken. Voorbeelden zijn Ecologies, Borders en Radical Imagination. Ook docenten doorlopen zodoende een vergelijkbaar proces als de studenten, waarin zij ervaren hoe zij zich verhouden tot hun eigen onderwijs- en onderzoekspraktijken. In het collaboratief leren hebben beeld, tekst, geluid, spraak, beweging een gelijkwaardige plek. De docent is meer een onderzoekspartner dan iemand die kennis overbrengt. Voor deze onderwijsvorm is ruimte nodig die non-hiërarchische, flexibele en multimodale interacties mogelijk maakt. In eerste instantie is daarvoor een externe studio beschikbaar waarvan de studenten zelf de inrichting en functionaliteit hebben bepaald. Door covid-maatregelen is dat aangepast naar een hybride (fysieke en digitale) onderwijsvorm. Er is een digitaal archief gebouwd, waar studenten en docenten samenwerken, werk publiek maken en bronnen, onderzoeksresultaten, activiteiten kunnen uploaden.
Bij de beoordeling van de student ligt het accent op het proces dat hij heeft doorgemaakt en wordt tegelijkertijd rekening gehouden met de grote verscheidenheid in disciplinaire achtergronden van de deelnemers. De beoordeling bestaat uit twee kernopdrachten: een procespresentatie door de groep en een projectdocumentatie waarbij de student zijn individuele leerproces presenteert en erop reflecteert. Het begeleiden van de studententeams gebeurt door twee docenten van verschillende instellingen: een vaste begeleider en een wisselende begeleider.
Nieuwe beroepsperspectieven
De RASL-minor biedt studenten unieke mogelijkheden om met elkaar samen te werken, door de combinatie van kunstvakonderwijs en wetenschappelijk onderwijs. Hierdoor komen studenten in aanraking met nieuwe beroepsperspectieven.
Docenten hebben door RASL meer carrière- en ontwikkelmogelijkheden gekregen, bijvoorbeeld met een dubbelaanstelling bij twee van de RASL-instellingen. Dit geeft hun vak meer inhoud en zij ontwikkelen een nieuw pedagogisch-didactisch repertoire. Het is de bedoeling het programma verder uit te breiden naar de bachelor- en masterfase en naar een PhD-traject.
Producten en documentatie
Literatuur
- Donna Harraway, Situated Knowledge (1998) en Staying with the Trouble (1988)
- Bruno Latour, Reassambling the Social (2005)
- Max-Neef, Foundations of Transdisciplinarity: Ecological Economics (2005)
Projectteam
Liesbeth Noordegraaf-Eelens, Robin van den Akker, Josue Amador, Martijn van Berkum, Dieuwke Boersma, Gabija Bubnyte, Tamara de Groot, Niels van Poecke, Roger Teeuwen, Renske Wassink
RASL werd genomineerd voor de Nederlandse Hogeronderwijspremie 2021 en won de derde prijs.