Stadsprogrammeurs opleiden voor en in stadscultuur
De opleiding Leisure & Events Management, onderdeel van de Willem de Kooning Academie Hogeschool Rotterdam, heeft als doel om stadsprogrammeurs op te leiden, professionals die programma’s ontwikkelen voor een betekenisvolle stadscultuur. Onderwerpen die spelen zijn onder andere de toenemende verdichting van de stedelijke omgeving en de daarbij behorende maatschappelijke vraagstukken zoals gentrificatie, superdiversiteit en massatoerisme.
Het is de bedoeling dat studenten in de stedelijke context, buiten de klaslokalen leren in een Leisure Lab (fieldlab) dat wordt opgezet met relevante partners uit de stad die experts zijn op het gebied van placemaking en stedelijke ontwikkeling. Wat zij ontwikkelen moet leiden tot een ‘livable and lovable city’. Dit kan zowel een cultureel programma zijn als een activistisch programma.
Om de leerervaring van studenten sterker te koppelen aan de praktijk is een Lab gecreëerd waarbij het leren letterlijk in de stad plaatsvindt tussen de maatschappelijk topics en de mensen en organisaties die daarbij betrokken zijn. De uitvoering was ingebed in het bestaande curriculum. Er is een oproep gedaan onder de studenten dat er maximaal 25 plekken waren om op een andere manier het onderwijs te volgen. Met deze studenten en twee docenten is een leergemeenschap gevormd die wekelijks bijeenkwam in de wijken Afrikaanderwijk, Bloemhof en Hillesluis in Rotterdam. Vaak is gestart bij partners zoals Het Gemaal op Zuid of bij diverse locaties van een andere partner, Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie. Van daar uit legden studenten contact met de betrokken bewoners en organisaties die relevant waren voor hun projecten.
Inhoudelijk was een van de uitgangspunten om het onderwijs meer te koppelen aan het veld waar studenten voor worden opgeleid. De bedoeling is dat het bij studenten dan meer urgentie en betrokkenheid teweeg brengt, wat een sterkere professional oplevert. Een student kan zo de papieren werkelijkheid direct aan de werkelijkheid toetsen.
Een tweede uitgangspunt was het ontwikkelen van programma’s rondom maatschappelijk relevante stedelijke thema’s. Vanuit een visie van critical pedagogy is het de bedoeling om studenten op te leiden om de wereld van morgen mede vorm te geven. Daarom is het eerste deel van het project gebruikt om de agenda te bepalen. Er zijn sessies gedaan in parken en buurthuizen, studenten hebben gewandeld door en gekeken naar de stad. Er zijn gesprekken gevoerd met ondernemers, beleidsmakers en smaakmakers. Door studenten gezamenlijk en op locatie onder te dompelen in wat er speelt in de stad, hebben zij onderwerpen weten te agenderen die belangrijk zijn voor de toekomst.
Verschillende programma's ontwikkeld
De start van het project was met 25 studenten die vrijwillig hebben meegedaan aan onderwijs buiten de muren van de school. Parallel hieraan hebben nog eens 75 studenten meegedaan aan het Labprogramma. Er waren in totaal 24 projectgroepen die relevante maatschappelijk geëngageerde programma’s hebben ontwikkeld. Elke projectgroep werkte met partners uit de stad. Ook beleidsmakers zijn bereikt, zoals wethouders, eigenaren van stichtingen en smaakmakers in de culturele sector.
Er zijn uiteindelijk verschillende programma’s ontwikkeld rondom machtsverhoudingen in de culturele sector, homoseksualiteit op Zuid, rol van vrouwen in de muziek, recht op lanterfanten, gentrificatie, onderbelichting van Rotterdam-Zuid bij toeristisch beleid enzovoorts.
Impact en stijgende leercurve studenten
Uit interviews die achteraf zijn afgenomen komt naar voren dat studenten hebben ervaren dat deze aanpak impact heeft gehad. Een drempel om de stad in te gaan, naar bewoners toe te gaan op organisaties af te stappen was er amper meer. Vanuit de lokale partner konden studenten zo het werkveld in lopen; sterker nog: de partner zelf was ook onderdeel van het werkveld.
In het Lab was onder andere zichtbaar dat de leercurve van de studenten sneller steeg. Tijdens de Labperiode zijn verschillende activiteiten ontwikkeld zoals workshops, podcasts, gesprekken en rondleidingen. De studenten droegen actief bij aan de stad als podium en ze zorgden voor reuring.
Wat vooral opviel was dat studenten veel sneller de nuances van het werkveld doorhadden; ze kwamen erachter hoe de hazen lopen. Als tweedejaars hadden zij al snel in de gaten hoe je beleid kunt beïnvloeden door het organiseren van gerichte programma's. Als de studenten dit al leren gedurende hun opleiding, door ervaring op te doen in de stad, door vragen te stellen aan bijvoorbeeld de wethouder of advies te geven aan de Raad van Cultuur, dan dragen zij bij aan een sterke cultuur voor startende makers en organisatoren. Het gevolg van deze positieve resultaten is dat de inhoud structureel is verankerd in het curriculum van de opleiding.
Producten of presentaties over dit project
Comenius Teaching Fellowship 2019