Meisjekijkendnaarboeken

Wat is bekend over onderwijskansen en taalstimulering?

Taalstimulering draait niet alleen om de mondelinge taalvaardigheid van jonge kinderen. Het gaat erom hoe we de taalontwikkeling kunnen bevorderen van alle basisschoolkinderen die vanwege hun sociale achtergrond achterlopen in de ontwikkeling van hun taalvaardigheid.

In dit artikel gaan we in op het didactisch handelen dat daarvoor nodig is. We besteden daarbij aandacht aan de onderbouw, de middenbouw en de bovenbouw van de basisschool. Daarnaast gaan we in op de houding en de verwachtingen van de leerkracht, die effect hebben op de taalontwikkeling.

Taalstimulering: wat we weten uit onderzoek

Hoe ontstaan achterstanden in de beheersing van het Nederlands? We weten dat kinderen achterstand oplopen als ze de taal buiten school te weinig horen en te weinig spreken. Deze kinderen hebben baat bij meer taalaanbod, meer mogelijkheden om de taal te spreken en meer ondersteuning bij het leren.

Taalstimulering in de onderbouw (groep 1-2)

Kleuters leren taal vooral door te spreken. Een goede manier om ze daarbij te helpen is via taalstimulerende gesprekken. Als er sprake is van een taalachterstand kan een kleuter er bij baat bij hebben om gericht nieuwe woorden te leren. Het effect van voorlezen is in deze eerste jaren aanzienlijk. Niet alleen ter voorbereiding op het lezen in hogere groepen: bij de kleuters wordt de basis gelegd voor leesplezier.

Taalstimulering in de middenbouw (groep 3-4)

In de middenbouw breidt de woordenschat van de leerlingen zich flink uit. Naast leesbegrip wordt technisch lezen ingezet om taalontwikkeling te stimuleren. Kennisverwerving wordt belangrijker in deze jaren, zeker voor leerlingen met een taalachterstand, om de leerlingen voor te bereiden op begrijpend lezen in de bovenbouw. Door zelfstandig boekjes te lezen kunnen de leerlingen hun plezier in het lezen verder ontwikkelen.

Taalstimulering in de bovenbouw (groep 5-8)

In de bovenbouw gaan leerlingen lezen om te leren. Ze leren meer abstracte woorden en leren hoe ze woordleerstrategieën kunnen toepassen. Hun algemene kennis wordt steeds belangrijker om teksten te kunnen begrijpen. Op welke manieren kan je ze helpen om de vaardigheid in begrijpend lezen te bevorderen? Extra ondersteuning voor leerlingen met een taalachterstand, bijvoorbeeld via expliciete instructie, is in deze fase van groot belang.

De houding van de leerkracht

Als leerkracht heb je invloed op de prestaties van je leerlingen. Als je hoge verwachtingen van een leerling hebt, geef je die leerling eerder uitdagende taken. Op den duur leidt dat tot hogere leerprestaties. Omgekeerd heb je misschien lagere verwachtingen van leerlingen uit lagere sociale milieus. Dan neem je bijvoorbeeld sneller genoegen met een antwoord van zo’n leerling. Wat kan je doen om alle leerlingen, ongeacht hun achtergrond, tot hogere prestaties te leiden?