Onderwijsachterstanden aanpakken op bestuursniveau

Man staat voor bord

Hoe zorgen we ervoor dat scholen gefundeerde beslissingen nemen voor de vermindering of preventie van onderwijsachterstanden? In dit artikel gaan we in op de mogelijkheden van de schoolleider en de bestuurder als inspirator voor een effectieve onderwijsachterstandenbestrijding op de scholen. Waarbij uiteraard kennis uit onderzoek wordt benut om tot doordachte keuzes te komen. Winfried Roelofs, (voorzitter College van Bestuur bij) KPOA te Amersfoort, zet hier stevig op in. En met succes!

Waarom evidence-based?

Onderwijs is erop gericht om talenten van kinderen te ontwikkelen en het beste uit kinderen te halen. Je kunt allerlei goede bedoelingen hebben maar daarmee breng je de kinderen niet verder. Dat lukt alleen als je weet wat je doet: aanpakken waarvan bekend is dat ze werken. In het verleden werden uit goede bedoelingen allerlei interventies ingezet. Je hoeft alleen maar te denken aan alle aanhangwagentjes van derden (zoals RT) en we weten dat dat veel te weinig heeft opgeleverd en vooral leerkrachten afhankelijk heeft gemaakt. Ook zien we dat sommige scholen achter een bepaalde visie aanlopen en vanuit overtuiging werken, zonder daarbij kritisch te zijn op de wetenschappelijke basis van deze aannames.

Voor Roelofs is hersenonderzoek een belangrijke invalshoek om te achterhalen ‘wat werkt’ om kinderen te laten leren. Om de hersenen te stimuleren is een brede scope nodig, het aanspreken van alle zintuigen en niet een eenzijdige benadering (van bijvoorbeeld alleen maar taal). Methoden in Nederland zijn daar nu onvoldoende op afgestemd, vindt Winfried Roelofs.

Maatwerk gewenst

Er is niet één oplossing te vinden voor goed onderwijs en kansengelijkheid. De crux zit hem juist in een veel meer gedifferentieerd onderwijs. Om dat goed te kunnen, zijn de leerkrachten niet de uitvoerders die methoden uitrollen, maar mensen die onderzoeksmatig en beredeneerd met het onderwijsproces bezig zijn. Alleen dan lukt het om in te spelen op de verschillen tussen kinderen. Je kunt je bijvoorbeeld afvragen of zelf ontdekkend leren tot goede resultaten leidt bij kinderen die van huis uit opgroeien in een bevelshuishouden.

Wat voeg ik toe aan de ontwikkeling van het kind?

Deze vraag staat centraal voor iedereen in en om de school. Kwaliteit start bij het primaire proces, in de klas met kinderen. Maar dat betekent niet dat een leerkracht er alleen voor staat. Door van elkaar te weten waar de ander goed in is, is het mogelijk om je te specialiseren en nog beter te worden. De besturingsfilosofie van KPOA is dan ook het werken vanuit gespreid leiderschap. Een schoolleider zorgt er op zijn/haar beurt voor dat er van elkaar wordt geleerd – een lerende cultuur waarin ook vanzelfsprekendheden bespreekbaar zijn. Niet alleen binnen de school, maar ook met een betrokken netwerk van medewerkers en onderzoekers van hogescholen, universiteit en anderen deskundigen die kunnen bijdragen aan: de ontwikkeling van het kind.

“Schoolleiders, laat je niet alleen leiden door waar de school zich nu mee bezighoudt. Om kwaliteit te leveren zorg je ervoor dat je doorlopend op de hoogte bent van nieuwe bewezen aanpakken. Als je een sterk netwerk hebt in de hogescholen en universiteiten, is het gemakkelijker om gevoed te worden met actuele kennis.”

Systeem van leren op alle niveaus

“In de klas zie je een onderzoeksmatige wijze van lesgeven - schoolleiders sturen op het leren – en als schoolbestuurder stuur ik daar op”, aldus de bestuurder. KPOA werkt volgens de PDCA-cyclus (Plan Do Check Act). Een onderdeel daarvan zijn de collegiale schoolbezoeken. Interessant daarbij is dat deze scholen sterk kunnen verschillen in leerlingpopulatie. Bijvoorbeeld een school in een ‘Hollandse arbeiderswijk’ en een ‘kleurrijke school’. Sommige zaken zijn heel herkenbaar en op andere punten kan het verschil groot zijn, zowel in de problematiek als in de gekozen oplossingen. De onderlinge herkenning is prettig, maar juist door de verschillen leer je van elkaar.

“Niet iedere leerkracht heeft een academische houding. Dat hoeft ook niet. Wat wel belangrijk is, is een nieuwsgierige houding en ontzettend veel passie voor het leren en ontwikkelen van kinderen. De wil om het beste voor de kinderen te willen is ook bepalend om het vol te houden.”

Ook als een leerkracht niet weet wat die juiste aanpak is, dan is het wel belangrijk om het “te willen weten en het willen leren van en met elkaar: dat is heel aanstekelijk.” Op deze scholen met ambitie is het ook heel goed mogelijk om de nieuwe schoolleiders weer op te leiden. Op die manier ben je ervan verzekerd dat je een cultuur behoudt waarin het draait om het beste uit het kind te halen, en het beste uit zichzelf als professional. Binnen deze cultuur van leren, ook wel een 'lerend netwerk', is het heel goed mogelijk om alle ontsloten kennis van het kennisplein Onderwijskansen.eu goed te benutten. De leidraden, de podcasts, de themapagina’s en de aankomende webinars voeden deze netwerken.

De bestuurder aan zet

Als bestuurder heb je de taak deze lerende cultuur te bestendigen. Het loopbaanbeleid is daarbij heel belangrijk: de juiste mensen en aanstekelijke manieren om te blijven leren en opleiden. Winfried Roelofs is betrokken bij veel onderwijsnetwerken en werkt samen met veel verschillende schoolbesturen. Er zijn grote verschillen waarneembaar tussen schoolbesturen in Nederland.

Binnen KPOA is SBO Michaelschool al voor de vierde keer excellent door evidence-informed te werken. Roelofs is met KPOA bovendien al sinds 2000 betrokken bij academische basisscholen de voorfase van de WOU (werkplaatsen onderwijsonderzoek Utrecht, o.a. gericht op vergroten van onderwijskansen). Het moet wel een duurzame keuze zijn, vindt Roelofs en niet een eenmalig project. Het gaat om een interactief proces waarbij het delen van kennis binnen de stichting moet worden verbonden aan een groeiende kennisbasis die openbaar toegankelijk is. Als scholen zich permanent laten voeden door expertisenetwerken en vice versa blijven we in beweging. Het gaat om de verbinding tussen een (hardnekkige) onderwijsopgave zoals onderwijsachterstanden, continu onderzoek, gevolgd door praktijkverbeteringen. Om dat voor elkaar te krijgen kun je als zelfstandige school weinig bereiken. Het lukt alleen als er regionaal een uitgebreid netwerk is. Winfried Roelofs heeft afgelopen periode bijgedragen aan het verbinden van een aantal Utrechtse projecten zoals de WOU (de werkplaatsen), samenwerken in PO-partnerschap en Samen opleiden. Door het samenvoegen van deze verschillende initiatieven ontstaat er een krachtiger kennisnetwerk dat bestuurlijk ook breed gedragen is.