professionele ontwikkeling van docenten

Congruent onderwijzen door docentopleiders

Docentopleiders: docenten van docenten

Docentopleiders zijn eenvoudig gezegd de opleiders en begeleiders van docenten in het hoger onderwijs. Zij hebben verschillende identiteiten: zij zijn (soms) zelf ook docent in het hoger onderwijs, (soms) onderzoeker, (soms) vakspecialist. Docentopleiders hebben een heel verschillende achtergrond wat betreft studie en werkervaring, maar wat ze allemaal gemeen hebben is dat ze docenten van docenten zijn. Murray heeft hiervoor het begrip ‘tweede-ordedocent’ ontwikkeld. Eerst-ordedocenten verzorgen onderwijs in hun vak en vakgebied, zoals een juniordocent die onderzoeksvaardigheden geeft of een hoogleraar scheikunde die zijn specialisatie onderwijst in een post graduate cursus. Tweede-ordedocenten geven echter onderwijs over onderwijs. Dat onderscheidt de docentopleiders van andere docenten in het hoger onderwijs.

Docentopleiders kunnen gebruik maken van talloze leer- en onderwijsactiviteiten die zinvol en bruikbaar zijn voor alle docenten in het hoger onderwijs. Maar als tweede-ordedocenten hebben zij een didactische aanpak nodig waarmee zij dit principe kunnen vormgeven: een signature pedagogy.

“Generally educators in professional schools, qua educators, are engaged in pedagogical practice quite distinct from the professional practice that is their subject matter. Professors of medicine teach about doctoring. Professors of law teach about lawyering. Professors of education, however, teach about teaching. Inherent in this parallelism lies both a partial explanation for the present state of the field of teacher education, and a fruitful area of focus for efforts to improve it.”

Wood & Geddis, 1999, 108

Congruent opleiden door expliciete modeling

Een nuttig concept bij de didactische aanpak van docentopleiders kan congruent opleiden zijn. Dit betekent dat de didactische aanpak van de docentopleider in overeenstemming is met de didactische aanpak die hij wil bevorderen bij studenten. Op die manier wordt wat er gebeurd in de groep of in de leersituatie onderdeel van het leerproces. Het gaat daarbij niet alleen om een voorbeeld te zijn (om impliciet te modelen), maar vooral om expliciet te zijn over het eigen onderwijsgedrag en dat van andere, ervaren docenten. Alle aspecten van het docentschap binnen een bepaalde situatie kunnen worden geëxpliciteerd, geanalyseerd en samen met studenten kritisch worden besproken. Het kan gaan over het interactieproces zelf, maar ook over de verschillende situaties waarin het onderwijs plaatsvindt, de beslissingen die vooraf en tijdens het onderwijsgeven worden genomen, de kennis die gebruikt wordt en de (ontwikkeling) van autonomie die nodig is om betekenisvolle veranderingen in gang te zetten.

Congruent opleiden betekent ook dat docentopleiders hun onderwijsgedrag kunnen legitimeren met behulp van de literatuur die in hun onderwijs aan de orde komt. Dat is een goede manier om theorie en praktijk met elkaar te verbinden.

Naast het verbinden van theorie en praktijk is congruent opleiden belangrijk omdat aanstaande docenten niet vaak de gelegenheid hebben om noties in de literatuur in de praktijk waar te nemen. Het zorgt er ook voor dat zowel de opleiders als de deelnemers een realistische kijk krijgen op een vaak mooi gepresenteerde didactische aanpak. Wie zo’n aanpak in de praktijk brengt, merkt onmiddellijk dat dat lang niet gemakkelijk is in de groep van 15 jonge universitaire docenten, laat staan in een hoorcollege met 150 eerstejaarsstudenten Recht.

Voorbeelden van congruent opleiden

Hoewel er nog niet heel veel literatuur over congruent opleiden en expliciete modeling is, zijn er wel al enkele goede voorbeelden uit de praktijk. Een van de bekendste manieren is om een metacognitieve positie in te nemen. Tijdens het lesgeven stopt de opleider en expliciteert of legitimeert het eigen onderwijsgedrag en geeft zo inzicht in de achterliggende kennis en keuzes die hij maakt. Een bekend voorbeeld uit de literatuur is co-teaching, waarbij een van de opleiders inzicht geeft in het onderwijsgedrag van de andere opleider en zij elkaar kunnen ondervragen. Ook het gebruikmaken van het hier en nu van de feitelijke onderwijssituatie behoort tot de mogelijkheden. Een situatie kan bewust worden geanalyseerd en besproken met de deelnemers vanuit de theorie, een dilemma of ervaringen van de deelnemers in hun eigen onderwijspraktijk. Deze situaties kunnen zich spontaan voordoen, maar opleiders kunnen die ook bewust aanbieden. Tot slot kan een opleider de deelnemers bewust maken van hun bijzondere positie in de cursus: zij zijn zowel student (met de opleider als docent) als docent in hun eigen onderwijspraktijk. Deze dubbele positie kan actief worden gebruikt en besproken.

Congruent opleiden is niet gemakkelijk

Net als in alle goedbedoelde didactische boeken is het gemakkelijk te zeggen dat congruent opleiden belangrijk is en manieren te noemen om dat in praktijk te brengen. Congruent opleiden is echter verre van gemakkelijk. Lerarenopleiders moeten over een groot repertoire van didactiek beschikken die ze in de praktijk kunnen brengen. Bovendien moeten ze op de hoogte zijn van veel verschillende theorieën om hun eigen onderwijsgedrag en dat van andere te legitimeren. Uit onderzoek blijkt ook dat deelnemers aanvankelijk niet in staat zijn om hun opleider als bron van praktijkkennis te zien. Een belangrijke voorwaarde voor congruent opleiden is om deelnemers te leren kijken naar onderwijs en leren het te interpreteren, te analyseren en te bediscussiëren.


Referenties

Loughran, J. & Berry, A. (2005) Modelling by Teacher Educators. Teaching & Teacher Education. 21(2), 193-203.

Murray, J., & Male, T. (2005). Becoming a teacher educator: Evidence from the field. Teaching and Teacher Education, 21, 125-142.

Russell, T. (1997). Teaching teachers: How I teach IS the message. In: J. Loughran & T. Russell. (eds.). Purpose, passion and pedagogy in teacher education (pp. 32-47). London/Washington, DC: Falmer Press.

Shulman, L. 2005. "Signature Pedagogies in the Professions." Daedalus 134 (3): 52-59.

Swennen, A., Lunenberg, M., & Korthagen, F. (2008) Preach what you teach! Teacher educators and congruent teaching. Teachers and Teaching: Theory and Practice, 14(5&6), 531-542. DOI: 10.1080/13540600802571387.

Wood, E. & Geddis, A. (1998). Self-conscious narrative and teacher education: Representing practice in professional course work. Teaching and Teacher Education, 15, 107-119.