Tutoring door onderwijspersoneel

Foto: Wilbert van Woensel

Eén-op-één tutoring of één-op-kleine groep tutoring in het funderend onderwijs is een wijdverbreide en een van de meest effectief bewezen interventies om (onderdelen van) taal en rekenen/wiskunde op een hoger niveau te krijgen bij leerlingen die moeilijkheden ondervinden bij het leren in deze vakken. Hierbij geldt: hoe intensiever de tutoring, des te groter het resultaat.

Tutoring kan opgelopen leervertragingen grotendeels wegwerken. Dit blijkt uit diverse meta-analyses en systematische reviews die zich baseren op een grote hoeveelheid onderzoek van hoge (methodologische) kwaliteit. Het meeste onderzoek is uitgevoerd in het buitenland. Tutoring wordt vooral toegepast in het primair onderwijs. Daarom is er vooral onderzoek beschikbaar voor leerlingen uit het primair onderwijs, bij leerlingen uit het voortgezet onderwijs is minder onderzoek naar de effecten van tutoring gedaan. Voor leerlingen uit de lagere groepen van het primair onderwijs lijkt het effect van tutoring een fractie groter te zijn dan voor leerlingen uit hogere groepen van het primair onderwijs en leerlingen uit het voortgezet onderwijs. Het effect van tutoring voor de taal- en reken-/wiskundeprestaties van leerlingen is ongeveer even groot. Tutoring is kosteneffectief, dat wil zeggen dat de investering loont. De kosten van tutoring kunnen evenwel worden verminderd door één tutor met een klein groepje van maximaal vijf leerlingen te laten werken.

Tutoring door onderwijspersoneel: wat, waartoe en wie?

Tutoring is het kortdurend, maar op gestructureerde wijze bieden van intensieve ondersteuning en begeleiding aan leerlingen die in bepaalde ontwikkelingsdomeinen achterblijven. Hoogwaardige tutoring vindt plaats in een kleinschalige, intieme setting, waarbij door een professionele volwassene (extra) tijd voor expliciete instructie, oefening, aandacht, interactie, foutenanalyse en directe (proces)feedback wordt gecreëerd voor één of een klein groepje leerlingen, het liefst met continue ondersteuning van de tutor. Tutoring is zogezegd een extreme vorm van (tijdelijke) klassenverkleining. Kwaliteitsvolle tutoring maakt het mogelijk om gedetailleerd in te spelen op de individuele leerbehoeften van leerlingen (customized learning).[1] Voorts biedt het mogelijkheden om te variëren in niveau en tempo van instructie, binnen een persoonlijke en betrokken relatie tussen tutor en leerling.[2] [3]

Ontwikkelingsdomeinen

Tutoring richt zich hoofdzakelijk op het cognitieve domein (fonologisch bewustzijn, taal, lezen, woordenschat, schrijven en rekenen / wiskunde e.d.), soms in combinatie met aspecten binnen het niet-cognitieve domein (doorzettingsvermogen, motivatie, werkhouding, zelfvertrouwen, executieve functies e.d.). Tutoring lijkt voor taal en rekenen / wiskunde min of meer even effectief. De grootste effecten voor taal worden vooral bij jongere kinderen bereikt. De grootste effecten voor rekenen / wiskunde worden daarentegen bij oudere kinderen bereikt.[1]

Doelgroep (tutees)

Een mogelijke doelgroep bij tutoring bestaat uit leerlingen uit het primair onderwijs en voortgezet onderwijs die vanwege de gevolgen van de coronamaatregelen (tijdelijke scholensluiting, afstandsonderwijs e.d.) mogelijk een leervertraging hebben opgelopen in hun ontwikkeling. Vaak zijn dit de (laag presterende) leerlingen die een risico lopen op onderwijsachterstanden in taal en rekenen/wiskunde als gevolg van minder gunstige sociale, culturele en economische thuisomstandigheden, de doelgroep van het landelijk onderwijsachterstandenbeleid. Leerlingen die moeite hebben met het verwerven van de basisvaardigheden (bijv. zwakke lezers of rekenaars als gevolg van dyslexie of dyscalculie) kunnen eveneens baat hebben bij tutoring. Tutoring wordt naast curatief soms ook preventief ingezet om verwijzing naar een vorm van (voortgezet) speciaal (basis)onderwijs te voorkomen.[4]

Selectie van leerlingen

De selectie van de leerlingen die in aanmerking komen voor tutoring kan worden bepaald aan de hand van actuele toetsgegevens uit een leerling-onderwijs-volgsysteem of andersoortige diagnostische gegevens (zoals methodegebonden toetsen of observaties in de klas). Alle leerlingen die een aanzienlijke leervertraging hebben (bijv. 3 of 4 maanden) ten opzichte van het regulier onderwijsprogramma zouden kunnen worden geselecteerd. Waarschijnlijk zijn dit vaak leerlingen die vallen binnen één of meerdere doelgroepcriteria van het landelijk onderwijsachterstandenbeleid en/of leerlingen die extra ondersteuning ontvangen in de sfeer van Passend onderwijs. Hoewel leerlingen van alle leeftijden baat kunnen hebben bij tutoring, lijken de effecten af te nemen naarmate de leerlingen ouder zijn.1 Maar dat blijkt niet consistent uit al het onderzoek.[2]

Tutoring door onderwijspersoneel: hoe?

Diverse vormen van tutoring

Er bestaat niet één vorm van tutoring, er zijn diverse vormen. Dit overzicht beperkt zich tot vormen van tutoring waarbij één volwassene één leerling of een klein groepje (van maximaal 5) leerlingen met hetzelfde niveau extra begeleiding en ondersteuning geeft. Eén-op-een tutoring heeft over het algemeen grotere effectgroottes (bijna twee keer zo groot) dan één-op-kleine groep tutoring,2 3 hoewel er ook studies zijn waaruit blijkt dat één-op-kleinere groepen tutoring eveneens positieve effecten heeft.1 [5] Leerlingen kunnen in een kleine setting met veel aandacht en feedback ook actief van elkaar leren.

Type onderwijs

Tutoring kan zowel in het primair als voortgezet onderwijs worden ingezet. Wereldwijd wordt het echter vaker toegepast in (de onderbouw van) het primair dan in het voortgezet onderwijs.[2]

Tutoring door onderwijspersoneel

Uit al het beschikbare onderzoek blijkt dat tutoring het best gedaan kan worden door intern personeel van de school.[1] Het liefst door (vakbekwame en ervaren) leraren of onderwijsassistenten, dat sorteert meer effect. Desondanks kunnen er met goed opgeleide, getrainde onderwijsassistenten en/of betaalde professionals van buiten de school (bijv. verbonden aan een professionele organisatie) als tutoren ook positieve effecten worden bereikt.3 De inzet van onderwijspersoneel maakt de uitvoering van tutoring lastig en ook kwetsbaar. Het vraagt tijd en extra personele capaciteit, die mogelijk (tegen betaling) buiten de school makkelijker kan worden verkregen dan binnen de school.

Keuze van de tutor
In principe kunnen diverse (volwassen) personen de rol van tutor vervullen. Te weten: leraren, onderwijsassistenten en anderen in en rond het onderwijs (o.a. intern begeleiders, consulenten passend onderwijs, zorgcoördinatoren, remedial teachers, stagiaires), betaalde niet-leerkrachten (instructeurs of gecertificeerde volwassenen behorend bij het tutorprogramma), (on)betaalde vrijwilligers en ouders. Als de tutor een andere persoon is dan een leraar, goed getrainde onderwijsassistent of externe betaalde professional, dan gaat dit doorgaans ten koste van de opbrengsten van tutoring.[3]

Onder schooltijd

In dit overzicht gaat het over tutoring die (nagenoeg volledig) onder reguliere schooltijd plaatsvindt. Onderzoek maakt duidelijk dat tutoring onder schooltijd veruit de meeste impact heeft op de leerlingen.[1]

Impact van tutoring
Diverse studies rapporteren diverse uitkomstmaten. De (positieve) effectgroottes lopen uiteen van ergens tussen de .30 en .40 (gewogen gemiddelde effectgrootte van meta-analyses en systematische reviews van zorgvuldig opgezette studies). De effectgroottes van enkelvoudige studies bevatten soms positieve uitschieters naar boven (+1.00) en negatieve uitschieters naar beneden (-.10). Daarmee is tutoring één van de meest effectieve interventies om leerlingen bij de les te houden, onder de strikte voorwaarde dat de tutoring aan hoge kwaliteitseisen voldoet.[1] [2] [3] [5] [6] [7] [8]

Tutoring door medeleerlingen, waarbij één (oudere) leerling één andere (jongere) medeleerling of een kleine groepjes (jongere) medeleerlingen ondersteunt, heeft een eigen themapagina op www.onderwijskennis.nl. Nagenoeg volledig digitale of computer ondersteunende vormen van tutoring en private tutoring buiten schooltijd worden hier niet behandeld.

Gebruiken van een tutorprogramma

Tutoring wordt verzorgd aan de hand van een gestructureerd tutorprogramma, met een handleiding en trainings- en instructiemateriaal. De tutor zal de principes van effectieve instructietechnieken en gedragsmanagement moeten kunnen toepassen. Ook zal de tutor ondersteunende materialen, zoals bijvoorbeeld een computerprogramma, en technieken van het tutorprogramma moeten kunnen gebruiken bij de tutoring.

Diversiteit aan tutorprogramma’s

Er bestaan vele één-op-één en één-op-kleine groep tutorprogramma’s waarbij (betaalde) professionals als tutor worden ingezet. Veel van deze programma’s zijn in de Verenigde Staten van Amerika ontwikkeld.1 Denk bij taal aan Succes for All (tutoring met Alphie / The Lightning Squad is één van de componenten, weliswaar met computer-assistentie en veelal getrainde paraprofessionele tutoren), REACH, Catch-Up Literacy, Butterfly Phonics, Stepping Stones, Reading Recovery (meest gebruikte tutorprogramma wereldwijd), Perry Beeches Coaching Programme, Howard Street Tutoring Program, Reading Rescue, Corrective Reading, Failure Free Reading en Targeted Reading Intervention. Voor rekenen zijn er onder meer: High Dosage Tutoring, Mathematics Recovery,  Number Rockets en ROOTS. Geen van deze tutorprogramma’s is exact gelijk.

Voor zover bekend zijn er in Nederland twee tutorprogramma’s in gebruik: Succes for All (tutorlezen wordt in Nederland ingevuld met Bouw!) op scholen met betrekkelijk veel doelgroepleerlingen in (de onderbouw van) het primair onderwijs en High Dosage Tutoring (rekenen) vooral in de bovenbouw van het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs (o.m. vmbo en praktijkonderwijs).[9]

High Dosage Tutoring
High Dosage Tutoring is een interventie afkomstig uit de Verenigde Staten. Het gaat om intensieve tutoring (een tutor met één of twee leerlingen) voor leerlingen met leerachterstanden. Eerst werd dit vooral in gezet voor achterstand in wiskunde bij leerlingen in het voortgezet onderwijs. Later werd de aanpak ook ingezet bij jongere leerlingen en voor een taalachterstand.

Inmiddels zijn er ook ervaring met High Dosage Tutoring in Nederland. Het gaat om een interventie voor leerlingen met een achterstand in wiskunde. Zij krijgen 2,5 tot 5 uur per week een jaar lang onder schooltijd tutoring. Hun docenten en ouders worden intensief betrokken. Het programma is inmiddels in het primair en voortgezet onderwijs ingezet en de resultaten zijn veelbelovend.

Voor meer informatie: www.tbli.nl

Voor een optimaal resultaat voor de leerlingen is het belangrijk dat het tutorprogramma conform de oorspronkelijke bedoeling wordt uitgevoerd. Gedeeltelijk of zwak uitgevoerde tutoring (bijv. minder vaak, minder lang en met stagiaires in plaats van leraren) sorteert meestal minder effect bij de leerlingen.[10]

Situering

Tutoring vindt doorgaans plaats in een lokaal of rustig werkgebied in de school waar de tutor en de leerling(en) geconcentreerd kunnen werken.

Tutoring door onderwijspersoneel: onder welke voorwaarden?

Training van tutor

Wil tutoring een positief effect sorteren op de taal- en/of reken-/wiskunde-ontwikkeling van leerlingen, dan is het nodig dat de kwaliteit van uitvoering op orde is. Zo is het belangrijk dat de tutor een passende training volgt die kwalificeert voor het verzorgen van tutoring. Vakinhoudelijke, didactische en pedagogische competenties zijn nodig voor een succesvolle uitvoering van tutoring. Een goed tutorprogramma bevat een (meerdaagse) trainingsmodule voor kandidaat-tutoren. Tutoren worden in de praktijk geholpen om een goede tutor te worden en te blijven (training on the job).

Koppeling met regulier onderwijsprogramma

Van belang is dat datgeen wat wordt getutord aanvullend is op en inhoudelijk is verbonden met het reguliere onderwijsprogramma, dus wat in de gewone lessen wordt aangeboden.1

Leerwinst voor de leerlingen
Het effect van tutoring, mits de kwantitatieve en kwalitatieve uitvoeringscondities integer worden nageleefd, wordt geschat op drie tot soms wel zes maanden leerwinst voor de leerlingen. Daarmee kunnen de opgelopen leervertragingen bij leerlingen als gevolg van de coronamaatregelen binnen afzienbare tijd (grotendeels) worden ingelopen (www.nponderwijs.nl/po-en-vo/menukaart).[11] [12]

Planning

Deelname aan tutoring onder reguliere schooltijd moet niet koste gaan van het leren binnen andere ontwikkelingsdomeinen. Als tutoring bijvoorbeeld voor rekenen plaatsvindt, dan is het van belang dat de leerlingen blijven deelnemen aan de reguliere rekenlessen. Er kan voor gekozen worden om de andere lessen die worden gemist te laten rouleren.[9] Zo gaat de leerwinst die wordt bereikt met tutoring in het ene ontwikkelingsdomein niet ten koste van prestaties binnen andere ontwikkelingsdomeinen. Coördinatie van het tutorprogramma is nodig om de tutoring goed te plannen binnen het regulier onderwijsprogramma.

Groepsgrootte

In algemene zin geldt: hoe kleiner het aantal leerlingen op één tutor, des te beter. De meest ideale situatie is één tutor op één leerling. Maar als dat niet haalbaar of betaalbaar is, kan er tutoring worden gegeven aan kleine groepjes van twee tot maximaal vijf leerlingen. Er zijn aanwijzingen dat in kleine groepjes van twee tof drie leerlingen net zoveel leerwinst kan worden bereikt als bij eén-op-één tutoring, mede omdat leerlingen ook van elkaar kunnen leren. Zes of meer leerlingen op één tutor gaat meestal wel ten koste van de potentiële leerwinst.[3]

Tutoring binnen Succes for All in Groningen
In de provincie Groningen is op een groep scholen van binnen en buiten de stad Groningen Succes for All ingevoerd. SfA is in 1987 ontwikkeld in de Verenigde Staten van Amerika en wordt inmiddels op zo’n 1.000 scholen wereldwijd gebruikt. Zo’n 500 scholen passen het hele SfA-programma toe, de andere 500 scholen passen onderdelen toe.7 Voor de Nederlandse toepassing is het interventieprogramma vertaald, stapsgewijs ontwikkeld en op onderdelen aangepast. De SfA-scholen in en rond Groningen ontvangen betrekkelijk veel middelen uit het landelijk onderwijsachterstandenbeleid. Tutoring is één van de onderdelen van het veelomvattende programma en is hoofdzakelijk ingezet om kinderen uit groep 3 met een extra ondersteuningsbehoefte beter te leren lezen: verbeteren van fonemisch bewustzijn, letterkennis, woordkennis en vloeiend lezen. Tutoring wordt altijd aanvullend op, dus nooit in plaats van de reguliere taal-/leeslessen geboden. Leerlingen die een IV of V scoorden (de laagste 40%) op één of meer kleutertoetsen die betrekking hadden op taal en beginnende geletterdheid, zijn meegenomen in het onderzoek. Deze kleutertoetsen werden aan het einde van groep 2 afgenomen. De onderzoeksopzet was quasi-experimenteel: leerlingen op de zes SfA-scholen werden vergeleken met leerlingen op de vier controlescholen in dezelfde wijk met een vergelijkbare leerlingpopulatie. De opbrengsten van SfA in Nederland zijn voorlopig bescheiden te noemen, mogelijk omdat SfA niet in de volle breedte is geïmplementeerd en de uitvoeringscondities suboptimaal zijn.[4]

Voor meer informatie: www.successforall-nederland.nl

Intensiteit

Tutoring heeft pas effect als het kortdurend, maar op geregelde basis, meermalen per week plaatsvindt, gedurende een zekere periode.1 Bijvoorbeeld drie keer per week van 45 minuten of vijf keer per week (dagelijks) gedurende 30 minuten over een periode van 12 weken. High Dosage Tutoring heeft een ideale opzet van 50 minuten per dag gedurende 40 weken (ofwel 167 uren in een schooljaar), maar is in deze vorm lastig uitvoerbaar en ook kostbaar. REACH is gebaseerd op drie keer in de week 35 minuten (voor een periode van 20 weken), wat neerkomt op 35 uur in totaal. Reading Recovery biedt een serie van 60 dagelijkse tutormomenten van 30 minuten (30 uur in totaal).

Duur

Ook de duur van de tutoring is van belang voor het effect. In de literatuur wordt aanbevolen om kinderen een periode van minimaal 12 tot 20 weken tutoring te geven.5 6 Vaak ingegeven door praktische omstandigheden duren sommige vormen van tutoring korter (6 weken), maar ook langer, tot wel een heel schooljaar (40 weken). Er zijn zelfs uitvoeringsvarianten van tutorprogramma’s die meerdere jaren achter elkaar lopen (weliswaar minder intensief, dus een lagere frequentie en/of minder tijd per tutorsessie) om leerlingen uit de doelgroep voortdurend bij de les te houden.[13]

Volgen van de ontwikkeling

Door de ontwikkeling van de tutorleerlingen periodiek te volgen op het domein waarbinnen tutoring wordt geboden, kan in de gaten worden gehouden of en wanneer de leerling de leervertraging heeft ingelopen. Zodra de leerling weer bij is, kan gestopt worden met deelname aan tutoring.

Informatievoorziening en contact ouders

Behalve toestemming van ouders voor deelname van hun kind aan tutoring is het belangrijk dat ouders worden geïnformeerd over de werkwijze, voortgang en opbrengsten. Regelmatig contact tussen tutor en ouders draagt bij aan het succes. Zo nodig en gewenst kunnen ouders in de thuissituatie ondersteuning bieden, door bijvoorbeeld extra met hun kind te oefenen.

Return on investment

De kosten van de aanschaf van een tutorprogramma zijn in principe niet hoog. De kosten van de uitvoering zijn daarentegen wel betrekkelijk hoog. De feitelijke kosten hangen af van de intensiteit, duur, groepsgrootte en de personele kosten (training en uitvoering) van de tutor. Vooral de groepsgrootte en personele inzet van de tutor dragen bij aan de daadwerkelijke kosten. Eén-op-één tutoring is duurder dan één-op-vijf tutoring. En de inzet van een gespecialiseerde leraar is duurder dan de inzet van een onderwijsassistent of (betaalde) vrijwilliger. Computerondersteuning bij tutoring kan eveneens bijdragen aan de kostenefficiëntie, omdat dan meer kinderen tegelijk tutoring kunnen krijgen.[3] [14] Al met al kunnen de kosten van hoogwaardige tutoring worden geschat op €1.500 tot wel €5.000 per leerling per jaar.[11] [12]  Toch heeft tutoring daarmee een redelijke return on investment gezien de effecten op het prestatieniveau van de kinderen.[8]


Referenties

[1] Nickow, A.J., Oreopoulos, P. & Quan, V. (2020). The Impressive Effects of Tutoring on PreK-12 Learing: A Systematic Review and Meta-Analysis of the Experimental Evidence, EdWorkingPaper No. 20-267.

[2] Baye, A., Inns, A., Lake, C., & Slavin, R.E. (2019). A Synthesis of Quantitative Research on Reading Programs for Secondary Students. Reading Research Quarterly, 54(2), 133–166.

[3] Neitzel, A., Lake, C., Pellegrini, M. & Slavin, R.E. (2021). A Synthesis of Quantitative Research on Programs for Struggling Readers in Elementary Schools. Baltimore, MD: Center for Research and Reform in Education, John Hopkins University.

[4] Hingstman, M. (2021). Supporting struggling students. Prevention and early intervention with Success for All. Academisch proefschrift. Groningen: RUG.

[5] Pellegrini, M., Lake, C., Neitzel, A., & Slavin, R.E. (2021). Effective Programms in Elementary Mathemathics: A Meta-Analysis, 7(1), 1-29.

  • meer...

    [6] Dietrichson, J., Bøg, M., Filges, T. & Jørgenson, A.M.K. (2017). Academic Interventions for Elementary and Middle School Students With Low Socioeconomic Status: A Systematic Review and Meta-Analysis. Review of Educational Research, 87(2), 243-282.

    [7] Cheung, A.C.K., Xie, C., Zhuang, T., Neitzel, A.J., & Slavin, R.E. (2021). Success for All: A Quantitative Synthesis of U.S. Evaluations. Journal of Research on Educational Effectiveness, 14(1), 90–115.

    [8] Guryan, J. Ludwig, J., Bhatt, M.P., Cook, P.J., Davis, J.M.V., Dodge, K., Farkas, G., Fryer Jr, R.G., Mayer, S., Pollack, H. & Steinberg, L. (2021). Not Too Late: Improving Academic Outcomes Among Adolescents. Chicago: Becker Friedman Institute for Economics. Working Paper NO. 2021-30.

    [9] Ree, J., de, Maggioni, M.A., Paulle, B., Rossignoli, D. & Walentek, D. (2021). High dosage tutoring in pre-vocational secondary education: Experimental evidence from Amsterdam. Paper.

    [10] Hingstman, M., Doolaard, S., Warrens, M. J., & Bosker, R. J. (2020). Supporting young struggling readers at Success for All schools in the United States and the Netherlands: Comparative case studies. Research in Comparative and International Education, 16(1), 22-42.

    [11] Sibieta, L. (2016). REACH. Evaluation report and executive summary. London: Institute for Fiscal Studies.

    [12] Wetten, S. van, Breuer, T., Naaijkens, E. & Bootsma, M. (2021). Praktijkkaart. Intensieve extra lessen. Tutoring. Intensieve extra lessen onder schooltijd. EducationLab, Universiteit Maastricht, Enigma onderwijs.

    [13] Fryer, R.G. Jr. & Howard-Noveck, M. (2020). High-Dosage Tutoring and Reading Achievement: Evidence from New York City, Journal of Labor Economics, 38(2), 421-452.

    [14] Madden, N.A., & Slavin, R.E. (2017). Evaluations of technology-assisted small-group tutoring for struggling readers. Reading & Writing Quarterly, 33(4), 327-334.

Mogen we je iets vragen?

Ga je deze informatie gebruiken in het onderwijs?
Wat vind je van de leesbaarheid van deze pagina?
In welke onderwijssector werk je?
Wil je nog iets anders kwijt? Laat het ons weten via het feedback-formulier, of vul voor één of meerdere pagina's onze vragenlijst in.

Wil je weten hoe wij jouw persoonsgegevens beschermen? Lees dan de privacyverklaring.